




Beat The Devil (1953)
27-08-2008 | Rik Niks | Recensie
Regie: John Huston

Als de film eindigt met een schurkenlach van Humphrey Bogart waarmee Dr. Evil op voorhand in de schaduw gesteld wordt, wordt onderstreept dat Beat The Devil een uiterst curieus product is van een aantal lieden die alom gelauwerd worden op hun respectievelijke vakgebied. De tandem John Huston/Humphrey Bogart was verantwoordelijk voor klassiekers als The Maltese Falcon, The Treasure Of Sierra Madre en The African Queen. Karakteracteur Peter Lorre deed mee, naast een rits andere indertijd bekende sterren, en het script was van de hand van Truman Capote. Het resultaat werd ook toen al als een mislukking herkend. De film flopte, maar ontwikkelde geleidelijk een cultstatus.
Afgaande op de plotomschrijving past Beat The Devil naadloos tussen de andere films van John Huston. Een club geldwolven trekt naar Afrika op jacht naar uraniumrijk gebied, waarbij verborgen agenda’s en onderlinge verhoudingen de sfeer in de groep dicteren. Dat het publiek wegbleef is niet vreemd. Voor een film die geafficheerd werd als een avonturenfilm is de actie erg beperkt, terwijl pas in het laatste kwartier daadwerkelijk voet op Afrikaanse bodem gezet wordt. Tot die tijd moet het publiek zich zien te vermaken met lamlendige dialogen, karikaturale personages en ongeloofwaardige liefdesverwikkelingen.
Op dag 1 van de opnamen werd het oorspronkelijke, veel serieuzere, script overboord gegooid, want Huston besloot opeens een komedie te maken. Met Capote schreef hij het nieuwe script tijdens de opnamen, waarbij Capote naar verluid elke dag de vorderingen hardop voorlas aan de crew. De plot is dan ook een rommeltje, de dialogen hilarisch (slecht). De muziek is een lachertje. Een steevast te laat ingezette gongslag moet een moment van importantie aanduiden, terwijl een hoempa orkest afschuwelijk slechte muzikale ondersteuning biedt.
De acteurs, die waarschijnlijk nauwelijks een idee hadden waar ze mee bezig waren, leveren aandoenlijk krakkemikkig werk af. Vrijwel iedereen spreekt met een, al dan niet gespeeld, vreemd accent, waardoor het onmogelijk is de dialogen serieus te nemen. Jennifer Jones, hier het onwaarschijnlijke liefje van Bogart, bedrijft fraaie staaltjes pseudopsychologie, Marco Tulli betreurt de dood van zijn baas als derde in de rij Mussolini, Hitler… en Peter Lorre stamelt een bedeesd ‘You mean you’re not dead at all?’ als zijn baas niet veel later toch in levende lijve verschijnt.
En Bogey? Over zijn vertolking lopen de meningen uiteen. Pauline Kael zag een verbijsterde Bogart die oogde alsof hij geen deelgenoot was van de grap die Huston en Capote uithaalden. Roger Ebert meende echter een Bogart te zien die het allemaal ook niet zo serieus nam en genoot van de vrije sfeer waarin de film opgenomen werd. Ikzelf zag hem vooral zijn gebruikelijke routine doen, waar de film daar niet helemaal naar gebouwd is. Bogart was toch de man die in zijn films intelligente, sterke vrouwen als Ingrid Bergman, Lauren Bacall en Katherine Hepburn begeerde? Wat moet hij dan met sexbom Lollobrigida, die hij vervolgens in minder dan geen tijd ruilt voor dom blondje Jones? Feit blijft dat Bogart weinig positief terugkeek op deze ervaring. In de veronderstelling dat Huston een serieuze thriller zou opnemen stak hij veel geld in de film (de enigste die hij co-produceerde), om vervolgens verrast te worden door Huston’s rigoureuze besluit het helemaal anders te gaan doen.
Tijdens het kijken van Beat The Devil dringt zich vooral de vraag op in hoeverre Huston wist waar hij mee bezig was. Ja, het is een komedie, maar bij de grappen weet je nooit of zo toen ook al zo bedoeld waren of dat het een toevallige uitkomst van een zekere onkunde is. Het is zo’n film waarbij je om andere redenen in de lach kunt schieten dan de regisseur bedoeld zal hebben. Beat The Devil blijkt de perfecte satire op Huston’s eigen werk, maar of het ook zo bedoeld is? Het zou geweldig voor de man pleiten, want weinig regisseurs durven het aan de spot met hun eigen werk te drijven. Maar de film wekt hoe dan ook bewondering voor het feit dat Huston zich ook met een groot budget niet liet conformeren in een strakke en voorspelbare productiewijze. Mede daardoor kon Beat The Devil het curieuze stuk film worden dat nu nog de moeite waard is te zien.
Regisseur John Huston
Cast Humphrey Bogart, Gina Lollobrigida, Peter Lorre, Jennifer Jones e.a.
Speelduur 100 min. | Jaar 1953

Forum