Blote borsten onder de zon
Het artistieke bankroet van de Italiaanse film
15-09-2008 | Looi van Kessel | Column

De Italiaanse film is door de jaren heen vaak geprezen voor zijn sterke auteurisme, innoverende stijlgebruik en spraakmakende onderwerpen. Dit is een geluid dat vooral sterk klinkt als men het heeft over de klassieke Italiaanse cinema. Fellini, Visconti en Pasolini worden gerekend tot de belangrijkste cineasten in de filmgeschiedenis en de waardering voor deze (en meer) regisseurs zorgt ervoor dat Italië nog steeds op de kaart staat als men kijkt naar belangrijke filmlanden.
Dat de klassieke cinema in Italië nog zo gewaardeerd wordt heeft ook zo zijn keerzijden. Bij vrijwel ieder filmfestival (met name die in Venetië) komen, vooral vanuit de Italiaanse pers, weer vele stemmen op die de dood van de Italiaanse film verklaren. Hedendaagse regisseurs als Gabriele Muccino of Ferzan Ozpetek komen niet eens in de buurt van de grote oude garde, maar ook regisseurs van toen die nu nog mee draaien laten het volgens de Italiaanse pers het flink afweten. Maar hoe komt het dat de moderne Italiaanse cinema zo tegen blijft vallen? Is het geklaag van de Italiaanse media terecht te noemen, of moet men afstappen van het eeuwige vergelijk met de klassiekers in de Italiaanse cinema? Het antwoord op die vraag laat zien dat het mes toch altijd aan twee kanten snijdt. Zelfs als je al een sterke mening hebt gevormd over de moderne Italiaanse film.
Om een beeld te schetsen van wat nu populair is in de Italiaanse film kunnen we een begin maken met te kijken wat er zoals uitkomt tijdens de belangrijkste bioscoopperioden in het jaar. De periode met het hoogste bezoekersaantal is vanzelfsprekend het zomerseizoen, waar de zalen worden overspoeld met in Hollywood geproduceerde blockbusters en een beperkt aantal Italiaanse zomerfilms. Op een goede tweede plaats staat de periode rond kerstmis, een periode die meer wordt gedomineerd door Italiaanse producties en minder door buitenlands materiaal.
Kijkend naar wat er zoal uitkomt rond de kerst valt gelijk op dat iedere keer weer teruggegrepen wordt naar al bestaande (en in Italië zeer populaire) formules. De belangrijkste producent van dit soort films, Filmauro, staat onder artistiek leiding van Christian De Sica. Jawel, niemand minder dan de zoon van Vittorio.
De Sica’s formule van kerstvakantiefilms (Vacanze di Natale/Natale in…) loopt al vanaf 1990 en haast ieder jaar weet hij een vaak tenenkrommende sekskomedie te produceren waarin kerst alsmaar op andere exotische oorden wordt gevierd (oa. Miami, India en in de laatste film Natale in Crociera zelfs op een cruiseschip).
Je hoeft de Italiaanse taal niet te beheersen om aan de hand van trailers zoals deze te merken dat de films niet veel om handen hebben. Dat ze zelfs tot aan de irritatie toe slecht zijn. De plot is bij dit soort films bestaat vaak ook niet meer uit een aaneenschakeling van pijnlijke momenten over overspel en middelbare mannen die op te jonge vrouwen geilen.
Eenzelfde soort films heeft in de zomer ook het gros van de Italiaanse filmproductie in handen, maar dan spelen ze natuurlijk niet af tijdens de kerst. Alweer zie je dezelfde thema’s langskomen. De gemiddelde zomerfilm in Italië komt niet verder dan een reis naar een exotisch oord, een plot met overspel en oudere mannen die op te jonge vrouwen geilen. Kijk maar naar de trailer van bijvoorbeeld Una Bellissima Moglie, na een van dit soort films te hebben gezien ken je ze allemaal wel.
Naast deze smakeloze, maar toch erg populaire formulefilms wordt er ook een ander soort commerciële films gemaakt. Deze andere soort is voornamelijk gericht op jongeren en behandeld dan ook vaak enkel jongerenproblemen. Dit kan zeer interessante films opleveren, maar vaak komt het helaas niet verder dan een standaard comming of age verhaal met jongeren die slechts worstelen met de liefde en autoriteit, iets dat na verscheidene herhalingen ook aardig kan gaan vervelen. De grootste boosdoener uit dit gebied van de Italiaanse film is Gabriele Muccino, die in 2006 met The Pursuit of Happiness de overstap naar Hollywood maakte. Daarvoor kreeg hij in Italië vooral bekendheid met films als L’Ultimo Bacio, Ricordati di Me en Come te Nessuno Mai; niet erg veel zeggende films over het wel en wee van jongeren op de middelbare school (met in de hoofdrol meestal zijn jongere broertje Silvio Muccino).
Waar komen deze smakeloze formulefilms dan toch allemaal vandaan? En vooral: waarom zijn ze zo hevig populair bij het Italiaanse publiek?
Die vragen hebben beide maar een antwoord: Gruppo Mediaset, het mediaconcern van Silvio Berlusconi. Gruppo Mediaset heeft het gros van de Italiaanse televisie in handen, maar ook Cinecittà is niet veilig voor de greep van Berlusconi’s megalomane greep. Wat de invloed die de Gruppo Mediaset op de moderne commerciële film uitoefent bestaat vooral uit het toepassen van zijn eigen succesformule op de televisie. Oftewel: veel blote vrouwen en seksueel getinte komedie; een formule die ondanks de platheid toch over heel Italië een grote populariteit kent.
Is de hoop dan volledig verloren voor de moderne Italiaanse film? Het antwoord daarop is ja en nee. Het ligt er puur aan waar je naar kijkt.
We moeten namelijk niet vergeten dat buiten de commerciële filmindustrie er nog flink wat mooie films gemaakt worden. De Italiaanse arthouse kent tegenwoordig nog steeds grote namen zoals Pupi Avati (Il Cuore Altrove) en Marco Tullio Giordana (I Cento Passi), twee regisseurs die bij hun productie vooral hulp hebben van de RAI Cinemafiction, de productietak van Il Minestero per i Beni e le Attività culturali (Het ministerie van kunst en culturele activiteiten), een insteek die minder met een winstoogmerk werkt dan de zeer commerciële Mediaset van Berlusconi.
Wat heeft de Italiaanse pers dan nog te zeuren als er nog genoeg moois te vinden is in de Italiaanse filmwereld? Dat ligt aan de ene kant aan de aangeboren Italiaanse trek om zich op te kunnen winden over van alles en nog wat, maar ook aan de frustratie dat het juist de commerciële tak van de filmindustrie is die zich zo teleurstellend gedraagt. Denk eens in, in de jaren ’60 en ’70 werden films van Fellini, Pasolini en Visconti als commerciële films gezien. De eerste commerciële regisseur die dat niveau weet te halen moet bij mijn weten nog opstaan, en de frustratie van de Italiaanse filmpers (let op: we hebben het hier over flink wat niveaus hoger dan René Mioch!) is dan ook wel enigszins te begrijpen.
Hierbij wil ik mijn ondertitel dan ook licht bijstellen. Beter is het te zeggen: Het artistieke bankroet van de commerciële Italiaanse film.

Forum
Op 15-09-08 om 17:22 #
“een formule die ondanks de platheid toch over heel Italië een grote populariteit kent.”
Het lijkt mij dat die formule juist dankzij die platheid populair is…
Op 15-09-08 om 18:03 #
Ja dat klopt. Die zin is vooral vanuit mijn perspectief geschreven maar het is inderdaad (en helaas) vooral de platheid die zulke films populair maakt.
Op 15-09-08 om 18:59 #
Heb ik trouwens mis als ik stel dat de meeste, zo niet alle, van die über platte titels ons land niet eens bereiken?
Op 15-09-08 om 19:10 #
Volgens mij bereikt geneen van die platte films ons land (hoewel, de films van Muccino zijn hier wel te verkrijgen, maar die zijn dan ook niet zo vreselijk).
Het gros van wat wij in Nederland aan Italiaanse films zien zijn de arthouse titels van oa. Giordana en Ozpetek (Avati bij mijn weten nog niet, maar ik verwacht dat dat verandert met zijn laatste titel (Il papà di Giovanna, die ook in Venetië draaide).
Daar mogen we onszelf erg gelukkig mee prijzen wat dat zijn dus nu juist de films de wel de moeite waard zijn. Vandaar ook de verbetering van mijn ondertitel in mijn laatste alinea. Het is de commerciële filmindustrie die in Italië artistiek morsdood is.
Op 15-09-08 om 19:26 #
Interessant artikel. Het hele verhaal in Italië gaat ook een beetje op voor de ‘dood’ van de auteur, zo lijkt het althans.
Op 15-09-08 om 20:28 #
Ach ja, wij hebben Snow Fever. Pity us.
Op 15-09-08 om 23:39 #
Is de commerciële cinema niet over de hele wereld artistiek morsdood?