De tragiek van de vreemdeling
Edipo Re (1967) en Medea (1969)

13 oktober 2008 · · Beschouwing

Medea en Edipo Re

De laatste tijd is Italië weer veel in het nieuws omtrent de daar heersende vreemdelingenproblematiek. Neem nu de afgelopen week. De Camorra (de maffia uit de streek Campagnia) heeft zowat openlijk de oorlog verklaard aan de Afrikaanse immigranten en daar staan ze niet alleen in. Immigranten worden door haast alle Italianen met de nek aangekeken en ze leiden dus ook vaak een zwaar en eenzaam bestaan.
Is deze tragiek van de vreemdelingen in Italië nu een product van de laatste jaren, of kende Italië al een langere tijd een verharding tegen vreemdelingen? Als we regisseur Pier Paolo Pasolini mogen geloven is het zeker geen modern verschijnsel. Al eind jaren ’60 maakte deze regisseur met een voorliefde voor het exotische al een tweeluik waarin hij mythische verhalen zou nemen als metaforen voor het gevoel van verstoten zijn en onbegrip dat een vreemdeling zou moeten hebben in Italië.
Deze twee films zijn geworden de Edipo Re (1967) en Medea (1969).


De eerste film in het tweeluik is wellicht wel de beroemdste Griekse tragedie die aan ons is overgeleverd. Dankzij Sigmund Freud is het verhaal van Oidipous bij de meesten wel bekend. De tragiek van de zoon die zijn eigen vader vermoordt en met zijn eigen moeder slaapt vormt nog steeds een inspiratiebron voor allerhande toneel, dans of muziekuitvoeringen en zo zag ook Pasolini, die veel putte uit klassieke literaire bronnen, een overvloed aan mogelijkheden met dit verhaal.
Pasolini was echter veel minder geïnteresseerd in de toedracht van het klassieke verhaal van moord en incest dan dat je normaal bij een bewerking van Sophokles’ tragedie mag verwachten. Pasolini legt in plaats daarvan veel meer nadruk op verschillen tussen culturen en hoe die hun uitwerking hebben op de mens.
Zodra Oidipous, die opgegroeid is in Korinthe en vanzelfsprekend deze cultuur ook heeft meegekregen in zijn opvoeding, van het orakel in Delphi hoort welk noodlot hem te wachten staat, vlucht deze gelijk weg van zijn vermeende geboortestad. Maar waar de tragedie geen informatie verschaft over het moment tussen Oidipous’ vlucht en de noodlottige ontmoeting met zijn echte vader Laios, legt Pasolini juist de nadruk op wat er tijdens die reis gebeurt en te zien is. In een redelijk lange sequentie dwaalt Oidipous langs verschillende landschappen en komt hij langs veel verschillende dorpen waar hij vreemde gebruiken bijwoont. Oidipous reist niet zo maar even van Korinthe naar Thebe, nee, hij eindigt bij toeval bij laatstgenoemde stad en is naar een compleet andere wereld verhuisd.
Vervolgens blijven de vreemde rituelen en praktijken constant verweven in de plot, en zo zijn we dus getuige van onder andere een massacrematie wanneer de pest toeslaat in Thebe. Het zal ook vooral vanwege het onbegrip voor deze vreemde cultuur zijn dat Oidipous niet kan functioneren als Koning van Thebe en zichzelf te gronde richt.

Interessant detail is wellicht dat de schrijver Harry Mulisch in zijn toneelstuk Oidipous Oidipous in grote mate leentjebuur speelt bij de film van Pasolini, zonder deze daar ooit krediet voor te hebben gegeven. (In zijn verantwoording bij het stuk pretendeert Mulisch dat afwijkingen in het stuk oorspronkelijke ideeën zijn, terwijl dingen als het feit dat Oidipous het raadsel van de sfinx niet oplost en haar simpelweg vermoord, al een belangrijk element is in de film van Pasolini, die daarmee illustreert dat Oidipous geen begrip op kan brengen voor het vreemde en raadselachtige.)

In zijn tweede verfilming van een Griekse tragedie legt Pasolini nog meer nadruk op het besef van vreemdeling zijn. Medea in Euripides’ tragedie is in de eerste plaats een dochter van een heksenkoning in het voor de Grieken vreemde en onherbergzame Colchis. Pasolini maakt gebruik van dit element door de film te laten beginnen met een lang en haast barbaars offerritueel in het onherbergzame zuiden van Italië. Het exotische karakter van de introductie van Medeas volk wordt benadrukt door het gebruik van Japanse No zang die het ritueel begeleid.
Pasolini legt gedurende de hele film de nadruk op het vreemde van Medea en de botsing tussen verschillende culturen. Medea wordt constant getoond als uitvoerster van magische rituelen en haar handelen hangt enkel af van puur emotionele eruptie. Ze steelt het gulden vlies en vermoordt haar broer uit liefde voor Jason; ze vermoord de koning van Korinthe, diens dochter en vervolgens haar eigen kinderen in een vlaag van wanhoop en haat. En alles gaat gepaard met de zwarte magie die Medea mee heeft gekregen van haar eigen volk.
Deze notie van vreemd zijn wordt versterkt als je de twee plaatsen van handeling met elkaar vergelijkt zoals Pasolini ze in de film uitbeeldt. Medeas Colchis is opgenomen in droog en onherbergzaam zuid Italië en de rauwe natuur die wordt getoond benadrukt het barbaarse van het gebied waar Medea vandaan komt. Korinthe (net als in Edipo Re een plek met een duidelijk andere cultuur) daarentegen is opgenomen op het Campo dei Miracoli in Pisa, een plek die opvalt door haar vernuftige renaissance architectuur.

Waar Oidipous ten onder ging aan zijn onbegrip voor de vreemde cultuur die hij bezoekt, wordt Medea juist slachtoffer van het gebrek aan begrip dat de Grieken voor haar cultuur op kunnen brengen. Medea wordt een outcast in Korinthe en Jason, de rationele Griek, zet haar zelf ook in die positie neer. Medea wordt als vreemdeling genegeerd door de autoriteiten van Korinthe en diegene die haar had kunnen helpen te leven met haar nieuwe omgeving en dat loopt, zoals bekend, fataal af.
Wat dat betreft is in de wereld weinig veranderd en zo is dit tweeluik van Pasolini, naast een prachtig staaltje cinema, vooral ook de trieste gewaarwording dat ten alle tijden de mens een vreselijk en intolerant schepsel is.


Onderwerpen: ,


Reageer op dit artikel