Digital Cinema
Deel 1: Het voordeel van video

19-09-2008 | Bram Ruiter | Digital Cinema

Film versus video

Film vond zijn oorsprong in fotografie, toen ene Eadweard Muybridge in 1878 de bewegingen van een paard met twaalf camera’s fotografeerde. Dit experiment kwam voort uit een weddenschap. Muybridge zei dat een paard in galop op een bepaald moment met geen van de vier benen de grond aanraakt. Hij kreeg zijn gelijk.
Niemand had verwacht dat precies honderd jaar na die weddenschap de wereld massaal het donker opzocht en Grease maar liefst 96 miljoen dollar opleverde. Natuurlijk heeft film veel technische vooruitgangen geboekt sinds 1878, maar in feite levert de gemiddelde regisseur zijn film nog steeds af op grote filmrollen die bestaan uit miljoenen kleine fotootjes. Film is feitelijk nog steeds hetzelfde principe: lichtgevoelig materiaal dat in een hoge snelheid langs een lichtbron wordt getrokken. Schieten op film is natuurlijk wel erg mooi, de charme van de ruis en het diepe contrast heeft altijd nog de voorkeur gehad, maar het kost erg veel tijd en geld. In een wereld waar het helemaal draait om “User Generated Content” is het dus logisch dat technici zoeken naar een efficiëntere en vooral meer toegankelijke manier om beeld vast te leggen. Zelfs voordat John Travolta de musical weer stoer maakte waren er al aanloopjes naar deze nieuwe aanpak, maar pas rond 1990 ondervond men dat digitaal het beste redmiddel was.

Voordat ik me op de inhoud stort zul je toch eerst het concept Video moeten begrijpen. Het is pittige stof en hoewel ik al meerdere colleges vanuit mijn school hierover heb gehad moest ik nogmaals een aantal keer spieken voordat ik het naar mijn eigen woorden kon vertalen. In ieder geval verschilt Video technisch nogal wat van film. Film bestaat uit 24 frames per seconde, dat wil zeggen: per seconde worden 24 afzonderlijke beelden door een projector gehaald. Doordat ons oog die snelheid niet kan bereiken zien wij een constante beweging. Digital Video gaat daarentegen uit van de Televisie norm, waar we in Europa tegen 25 frames aan kijken zijn het er in Amerika 30 per seconde. Digital Video werkt doormiddel van fields: elke field bestaat uit twee halve frames, die na elkaar worden opgebouwd. Doordat de field een vermenigvuldigde frame is zien we in feite 60 frames per seconde. Het effect is voor het ongetrainde oog lastig waar te nemen (laat staan te verklaren), maar het komt erop neer dat alles een keer zo scherp is ten opzichte van film. Vanuit hier kun je concluderen dat het een soort visueel ADHD of hyperrealisme is.

Zoals ik in de inleiding al aangaf ontbreekt het film aan efficiëntie. De originele 35mm filmrol van Eyes Wide Shut die naar alle bioscopen werden vervoerd namen uitgerold maar liefst 4,4 kilometer in beslag, in het achterhoofd nemende dat Stanley Kubrick een perfectionist was en zijn scènes minimaal 10 keer opnieuw liet uitvoeren. Daarbij moeten alle negatieven van het ruwe materiaal ook nog eens ontwikkeld worden, waarna het met de hand in elkaar gezet wordt. De uitkomst is een hels karwij dat veel tijd en manschap met kennis vereist. En beide zijn geld.
Film is met dat oog ontoegankelijk voor een aspirant filmmaker. Natuurlijk is niet elke film zo groot opgezet als een gemiddelde Hollywood productie, met name de onafhankelijke telg, maar elke film dient wel dezelfde procedure te ondergaan – filmen met prijzige camera’s, ontwikkelen, analoog monteren – laat staan de constante angst of de beelden die zijn geschoten wel voldoende belicht zijn, want film heeft geen optie om eventjes terug te kijken (naast dure video apparatuur die alles rechtstreeks van de filmcamera opnemen).

Digital Video is de oplossing voor al deze problemen en juist daarom zo toegankelijk. Doordat het beeldmateriaal digitaal wordt weggeschreven op kleine bandjes (miniDV geheten) is er geen gehannes met kilometers aan negatieven die ontwikkeld moeten worden. De geschoten beelden kunnen meteen weer teruggeroepen worden door simpelweg te spoelen met de ingebouwde afspeelfunctie. Nog een voordeel is montage, waarvoor men slechts een kabeltje, een computer (Apple bij voorkeur), een non-lineaire montage applicatie (Final Cut Pro bij voorkeur) en een camera nodig heeft. Het materiaal wordt vanaf de miniDV in digitale bestanden geschreven en kan meteen bekeken en opgeknipt worden, terwijl men met een simpele druk op de knop alles ongedaan kan maken. Er is geen kwaliteitsverlies door kopieën te maken of de tastende tand van de tijd. Kortom, bij de vraag waarom men nog steeds op film schiet wordt het vraagteken groter en groter.

Het enige nadeel is de bronkwaliteit. Zoals ik al aangaf is er geen kwaliteitsverlies, maar kwalitatief stelt DV eigenlijk weinig voor. Doordat alles constant loeischerp is wordt het lastig filmische beelden te schieten met deze goedkopere uitweg. Hoewel ik dit meer zie als een aangeleerde voorkeur, kan ik er in komen dat het een film minder toegankelijk maakt. De beelden zijn vaak uit de hand geschoten en doordat de kwaliteit toch al minder is verliest men vaak de schoonheid uit het oog. Maar doormiddel van een ferme ontwikkeling binnen camera’s lijkt DV langzaam gelijk getrokken te worden met film. Het is dan ook niet heel raar dat oudgedienden zoals Francis Ford Coppola en Brian de Palma vorig jaar overstapten op digitaal film maken.

Hoewel het verschil tussen Digitaal en Celluloid nog steeds opmerkelijk groot is mogen we spreken over een bijzonder moment in de filmgeschiedenis. Beide partijen lijken langzaam vrede te sluiten en de technici doen er alles aan om ze samen te brengen. Er wordt momenteel veel geld gestoken in het maken van vernieuwende camera’s, daarbij komt natuurlijk de hele High Definition hype, die er niet voor niets is. We staan op de grens van een nieuwe filmtijd, waarin we straks al onze beelden digitaal wegschrijven. Natuurlijk klinkt dat alsof het weinig impact gaat hebben op het verloop van de film, maar er komt heel wat meer bij kijken. Daar wil ik jullie graag in meenemen, want het oog ziet nog lang niet wat er allemaal gebeurt. De komende weken zal ik dieper in gaan op Digital Cinema en wat voor effect dat heeft op onze bioscoopuitjes en DVD aankopen.

Volgende week: Het effect van digitale montage en het licht van boven.



3 Reacties

  1. Theodoor

    Goed artikel. Ik verdronk altijd in de vergelijkingen tussen video en film door de vele quasiwetenschappelijke termen. Het is meteen een stuk helderder.

  2. Christiaan Boesenach

    Boeiend artikel, ben benieuwd naar de volgende. Leuke subtitel ook.

  3. Bram Ruiter

    Beide bedankt. En die subtitel, tja, Spinvis lag zo voor de hand.


Reageer op dit artikel