Direct Cinema (1/2)
13-08-2008 | Rik Niks | Analyse

Wat is de meest elementaire vorm van film? Film is in essentie niet meer dan een opeenvolging van fotobeeldjes. Zodoende bestaat er in technische zin een sterke verwantschap met de fotografie. In artistiek opzicht is het verband minder nauw. De overeenkomsten tussen film en bijvoorbeeld literatuur, andere vormen van beeldende kunst en muziek zijn minimaal zo sterk als die met fotografie. Als gezocht wordt naar het type film dat de fotografie, meer precies, de fotojournalistiek zoals die bedreven werd door grootheden als Cartier-Bresson en Brassaï, het dichtst benadert, kom je vrijwel zeker terecht bij de films van regisseurs als D.A. Pennebaker en de broers Maysles, boegbeelden van de Direct Cinema.
Deze stroming ontwikkelde zich onder impuls van de technologische voortgang in de jaren 50 en 60, om eind jaren 60 haar hoogtepunt te bereiken. Ze brachten film terug tot haar basis; geen acteerwerk, geen bedacht plot, maar sec vastleggen van wat zich voor het oog afspeelt. Daar waren geen grote crews voor nodig, dus konden de makers in relatief grote vrijheid opereren. Net als fotografen gingen de regisseurs met hun apparatuur de straat op, eindeloos filmend, in de hoop dat vanzelf een verhaal vastgelegd werd dat het waard was te tonen. Zoals iconische foto’s vaak het resultaat zijn van op het juiste moment op de juiste plek zijn, zo zijn de klassieke films van de Direct Cinema eveneens aan een bepaald mate van toeval onderhevig. De broers Maysles hadden geen idee van de dramatische gelaagdheid die zich zou ontwikkelen bij het volgen van Bijbelverkopers voor de film Salesman, noch zou Gimme Shelter zoveel impact hebben gehad als diezelfde regisseurs niet toevallig aanwezig zouden zijn bij het beruchte Stonesconcert te Altamont en daar o.a. de moord op een toeschouwer vastlegden.
Aanhangers van de Direct Cinema pretendeerden dat de aanwezigheid van camera’s geen effect zou hebben op de gefilmde personen. Om de vermeende objectiviteit te vergroten werden interviews achterwege gelaten, evenals uitleg door middel van voice-over. Een van de sensaties bij het bekijken van een Direct Cinema-film bestaat er dan ook uit in te schatten in hoeverre die objectiviteit inderdaad bereikt wordt. Het beste voorbeeld hiervan is Dont Look Back, waarin Bob Dylan gedurende een tournee gevolgd wordt. Weinig artiesten zo ongrijpbaar, zo door mythen omgeven als hij. Weet regisseur Pennebaker daar doorheen te prikken? Legt hij net dat moment vast waarin we de echte Dylan zien? Of is hij zich daarvoor teveel van de camera bewust?
Op een belangrijk punt verschilt de Direct Cinema van de documentaire: de kijker moet zelf betekenis geven aan de beelden die hij ziet, omdat er geen context gecreëerd wordt door voice-overs en talking heads. Het vergt dan ook een omschakeling te beseffen dat geen afgerond geheel getoond wordt waarin het standpunt van de maker luid doorklinkt. In Gimme Shelter wordt getoond hoe een concert volledig uit de hand loopt, maar een analyse naar de achterliggende oorzaken ontbreekt, iets wat van een documentaire wél verwacht zou mogen worden.
Veel kijkers zullen met dit gebrek aan duiding moeite hebben. Anno 2008 moeten gebeurtenissen in korte snapshots en snelle oneliners geanalyseerd worden, want anders is de kijker al weer afgehaakt. Dit maakt de Direct Cinema tot een filmstroming die in deze tijd vrijwel niet meer mogelijk zou zijn. Hoe de Direct Cinema paradoxaal genoeg toch van grote invloed is op het huidige televisielandschap is iets waar ik volgende week op terug zal komen. Dan zal ik ook dieper ingaan op wat het effect is van de in voorgaande alinea aangekaarte neutraliteit die gepretendeerd wordt. Want: zijn deze films wel zo neutraal?

Forum
Op 17-08-08 om 13:12 #
Je zegt dat “Ze brachten film terug tot haar basis”, maar is het niet logischer om de Direct Cinema ook meer binnen de context van de geschiedenis van de documentaire te plaatsen? Over de verwantschap met Cinéma vérité zou je lijkt mij ook meer kunnen vertellen (en daar ben ik dan vooral in geïnteresseerd omdat mijn held Werner Herzog altijd afgeeft op de Cinéma vérité, terwijl hij volgensmij de Direct Cinema bedoelt…) Verder ben ik benieuwd naar volgende week.
Op 17-08-08 om 15:26 #
Hoewel de Direct Cinema inderdaad voort is gekomen als een nieuwe vorm van documentaire maken, ben ik vooral geïnteresseerd in de verschillen en overeenkomsten met de speelfilm. Omdat deze manier van filmmaken (of documentaire maken zo je wilt) naar mijn mening dingen bloot kan leggen over hoe film maken en vooral het kijken ernaar werkt. Hier zal dan ook de nadruk op liggen in het stuk van volgende week. Let wel, dit is echter maar één manier waarop naar deze filmstroming gekeken kan worden. Inderdaad is het ook goed mogelijk dit vanuit de context van de geschiedenis van de documentaire te doen, iets waar ik niet voor gekozen heb.
Wat betreft Cinéma Vérité eigenlijk hetzelfde: deze vorm van film maken ligt dicht tegen Direct Cinema aan, naar ik begrijp is het belangrijkste verschil dat de makers hiervan erkenden dat de aanwezigheid van camera’s invloed had op de gefilmden. Op deze kwestie ben ik wel ingegaan in bovenstaande stuk, maar nadrukkelijk ingaan op het bestaan hiervan etc. is in de context van mijn stuk niet van toegevoegde waarde.
Maar ik ben benieuwd waarom Herzog zo tegen deze vorm van filmen is?
Op 17-08-08 om 23:34 #
Ik denk dat het ‘t makkelijkst is om hem dat zelf uit te laten leggen, zoals hij dat doet in de Minnesota Decleration. Als je nog vragen hebt, zal ik die proberen te beantwoorden.