Fascistische cinema in Italië (3/3)

01-09-2008 | Looi van Kessel | Analyse, Fascistische cinema in Italië

Renato Righelli's White Telephone film 'Quei Due'

Wanneer het Libische stadje Bengasi belegerd wordt door geallieerde soldaten moet de Italiaanse bevolking alles op alles zetten om hun verzet op scherp te houden. Overleven is zwaar; alle transporten van en naar de stad worden geblokkeerd, men leeft op een streng rantsoen en het Italiaanse leger wil maar niet komen om de bevolking te redden van deze helse belegering. Iedereen probeert op zijn eigen manier verzet te bieden of te overleven. De ene biedt onderdak aan gevluchte Italiaanse soldaten terwijl een ander de dood van een familielid niet opgeeft om zo te kunnen profiteren van een dubbel rantsoen. Er zijn zelfs mensen die aanpappen met de geallieerden om zo nu en dan een extraatje te krijgen.
Thematisch gezien kun je in Bengasi (Genina, 1942) veel herkennen dat later ook in de neorealistische filmstroming vele malen gebruikt is. Gewone mensen in een benarde situatie moeten vechten om te overleven. De een ontwikkelt zich tot een held, de ander toont juist opportunistische trekjes, maar welke kant iemand ook op gaat, altijd is het een ‘gewone Italiaan’, iemand van het volk.


Vooral de vroege neorealistische films laat duidelijk zien dat de voorbeelden uit de fascistische oorlogsdrama’s (zoals Bengasi, maar ook L’Assedio dell’Alcazar) niet van de lucht zijn. De ruïnes die de oorlog had achtergelaten, waren al eerder in beeld gebracht tijdens de oorlog, maar dan met een andere politieke boodschap.
Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld een van de bekendste neorealistische meesterwerken: Rossellini’s Roma, Città Aperta. Deze film volgt misschien wel het duidelijkst de thematiek die al behandeld is in de fascistische films van Genina en Blasetti. Wie bijvoorbeeld Bengasi ziet, zal ongetwijfeld herinnerd worden aan de verzetsstrijd van Don Pietro of Pina. In beide films worden de heldendaden geromantiseerd en het drama erg dik aangezet. Maar bovenal gaan beide films om het werk van de gewone mens die vecht voor zijn recht en om te overleven.
Het enige moment waar beide films zich thematisch echt van elkaar onderscheiden is bij het einde. Je kijkt namelijk toch wel een beetje vreemd op wanneer je in plaats van een mooi idealistisch einde zoals Don Pietro overkomt, de bevolking in Bengasi (na te zijn bevrijd) uitbarst in een grote fascistische optocht waar er flink met hakenkruizen wordt gepronkt en de lof over Italië wordt bezongen.

Een andere film die zich voornamelijk richt op de heldendaden van de gewone mens, maar daarnaast ook technisch een grote voorloper is gebleken op de neorealistische film is Blasetti’s 1860 (1934). Het begin van deze film is namelijk grotendeels op locatie geschoten met technieken en praktische zaken die latere neorealisten ook toe zouden passen (onder andere: enkel gebruik van natuurlijk licht en veel non-professionele acteurs). De film volgt de avonturen van de jonge Siciliaan Carmine die in 1860 naar Genova moet reizen om de vrijheidsstrijder Giuseppe Garibaldi naar Sicilië te halen in de hoop zo een eind te maken van de Spaanse bezetting op het eiland.
Het thema van de vreemde agressor uit eigen land houden (veelal gebaseerd op historische gebeurtenissen die zich grotendeels afspeelden rond de eenwording van Italië) was erg populair in de jaren ’30. Het leende zich namelijk voor grootse spektakelstukken en de politieke boodschappen die de film droegen waren hoogst populair onder het Italiaanse volk (die toen Mussolini nog zag als de bevrijder van Italië). Maar dit thema kwam later ook sterk terug in de vroege neorealistische films, die vaak de strijd tegen de fascistische agressor behandelden.

Maar misschien wel de bekendste, en zonder twijfel de populairste soort film in de Italiaanse fascistische periode is de White Telephone film. Deze vaak komische films boden een goede bron van escapisme voor het toch redelijk arme Italiaanse volk in de jaren ’30. De film behandelden voornamelijk romantische onderwerpen en speelden zich af in een bourgeois milieu. Dit laatste heeft ervoor gezorgd dat de films White Telephone films zijn gaan heten; de witte telefoon die namelijk standaard wel eens af ging in een dergelijk film stond namelijk symbool voor het milieu waar de films zich in afspeelden.
De White Telephone films waren allen vrijwel verstoken van enige politieke boodschap, en veel regisseurs die eigenlijk geen interesse hadden in propagandafilms maken kozen er dus ook voor om deze komedies te maken. Het is bijvoorbeeld vooral dankzij dit soort films (bijvoorbeeld Teresa Venerdì) dat de regisseur Vittorio de Sica al voor zijn neorealistische periode grote bekendheid genoot.
Een naoorlogs equivalent van deze films bestaat er eigenlijk niet. Na de tweede wereldoorlog verschoof de aandacht namelijk veel meer naar sociaal lagere milieus en was er dus geen interesse meer voor de gesofisticeerde air die de White Telephone films uitdroegen. Wel zijn de films vergelijkbaar met de naoorlogse sociale komedies. De neorealistische politieke boodschap vonden de Italianen zelf namelijk helemaal niet zo interessant en zagen liever een komische film dan een in mineurstemming eindigende film zoals Germania Anno Zero. Wat dat betreft zal dat in Italië ook altijd wel hetzelfde blijven. Want, hoe erg de politieke chaos en rampspoed ook doorwoed, in welke periode dan ook, de Italianen zullen het altijd met elkaar eens zijn: de komedie blijft toch de enige vorm van film die de Italianen van jong tot oud, van links tot rechts, met elkaar zal blijven binden.



Reageer op dit artikel