Fenomeen Blockbuster
Een vooruitblik van het Nederlandse bioscoopseizoen tot eind 2008

7 september 2008 · · Analyse

Burn After Reading

Dat blockbusters zich als zeer dominant kunnen opstellen in ons collectief bewustzijn, is een kwestie die ik vorige week heb getracht aan te kaarten door de Amerikaanse bioscooplijst van dit jaar te analyseren.
In die zelfde trant wil ik een test doen. Zoek of herinner de laatste tien films die je afgelopen tijd in de bioscoop hebt gezien; hoeveel kan je daarvan onder de blockbuster scharen? Daar tegenover: hoeveel niet-Amerikaanse films heb je van deze tien gezien? Natuurlijk is er een verschil tussen Amerikaanse films in het algemeen en blockbusters, maar ik wil hiermee duiden op films met een kleiner budget, alsmede degenen die een andere inslag hebben (namelijk: niet commercieel gericht), dat vaak niet geldt voor het gros van de Amerikaanse filmmarkt.
Er is een grote kans dat meer dan 50% van jouw afgelopen tien films tot de vele blockbusters behoren die onlangs de revue gepasseerd zijn (het gaat in ieder geval voor mij op), en dat is heel begrijpelijk. Zegt dit nu iets over het algemene kijkgedrag, jouw eigen kijkstrategie, of over de dominante aanwezigheid van de blockbuster in onze bioscopen? Laten we daarom eens vooruit kijken en daarna onszelf hierover paar vragen stellen.

Momenteel tel ik zelf welgeteld vijf films op de Nederlandse releasekalender tot eind dit jaar waarvan ik warm loop en iedereen zou willen aanraden te gaan zien, gezien hun achtergrond van erkenning op filmfestivals (Cannes), opvallende regisseurs (‘auteurs’), en een artistieke (dus niet direct commerciële) inslag. Als volgt zijn deze:

– 11 september : Milyang (Secret Sunshine) (Chang-dong Lee)
– 16 oktober : Le Silence de Lorna (gebroeders Dardenne)
– 30 oktober : Burn After Reading (gebroeders Coen)
– 27 november : Entre les murs (Laurent Cantet)
– 4 december : Changeling (Clint Eastwood)

Van deze vijf zijn er twee Amerikaans, twee Europees (Franstalig), en één Zuid-Koreeans. De laatste vier draaiden op gerenommeerde filmfestivals (Burn After Reading onlangs op die van Venetië, de anderen op Cannes), en werden daar geprezen of ontvingen prijzen. Festivals blijven goede plekken om als graadmeter te gebruiken voor films met zo’n andere inslag, en deze vervolgens in de gaten te houden wanneer ze hier gaan draaien. Want kleinere films, vooral als ze buitenlandse titels dragen, draaien niet alleen korter, ze vallen ook minder snel op doordat ze niet dezelfde marketing hebben als de Amerikaanse producties die hier draaien. Hun verhaal is eveneens vaak niet simpel samen te vatten in paar one-liners, een herkenbare held, of een duidelijke insteek (comedy, actie, thriller), maar komen vaak complexer over, en zijn daarom voor veel mensen ook minder toegankelijk doordat een goed verwachtingspatroon ontbreekt. Dat is als er geen moeite voor gedaan wordt deze te vinden, erover te lezen.
Wat zien we nu als we het aantal grote blockbusters – buiten het zomerseizoen om – gaan benoemen:

– 11 September : Wanted (actie)
– 6 november : Quantum of Solace (actie / sequel)
– 20 november : Body of Lies (thriller / actie)
– 11 december : The Day the Earth Stood Still (sc-fi / actie / remake)
– 18 december : Australia (romance / actie)

Betrekkelijk weinig, niet? Deze blocbusters zijn ook geselecteerd op hun grote budget, sterren en marketing, en vormen het feitelijke topje van de ijsberg. Wat daar onder zit, zijn de rest van de Amerikaanse films die hier massaal geïmporteerd worden; daar schuilt het echte vraagstuk. Deze andere, ‘kleinere’ films zijn de komedies, horror films (veelal remakes van Aziatische horror) en B actiefilms en thrillers. Tellen we deze erbij op, dan komen we ongeveer op twee per week uit:

– 4 september : Journey to the Center of the Earth (remake / fantasy)
– 4 september : The Love Guru (comedy)
– 11 september : Where in the World Is Osama Bin Laden? (comedy)
– 11 september : Deception (thriller)
– 18 september : Disaster Movie (comedy)
– 18 september : Mirrors (horror)
– 25 september: Babylon A.D. (sc-fi / actie)
– 25 september: The Bank Job (actie)
– 25 september: Tropic Thunder (comedy)
– 2 oktober : Death Race (actie / remake)
– 8 oktober : Space Chimps (animatie / comedy)
– 9 oktober : My Best Friend’s Girl (comedy)
– 9 oktober : Eagle Eye (thriller)
– 16 oktober : Max Payne (actie / game-verfilming)
– 16 oktober : Step Brothers (comedy)
– 23 oktober : Traitor (thriller)
– 23 oktober : RocknRolla (actie)
– 30 oktober : Swing Vote (comedy)
– 13 november : Baby Mama (comedy)
– 27 November : Pineapple Express (comedy)
– 27 November : The Women (remake / comedy / drama)
– 3 december : Madagascar: Escape 2 Africa (sequel / animatie / comedy)
– 4 december : Pride and Glory (thriller)
– 11 december : Quarantine (horror)
– 11 december : Vicky Cristina Barcelona (romance / drama)
– 17 december : High School Musical 3: Senior Year (sequel / musical)
– 18 december : The House Bunny (comedy)
– 18 december : City of Ember (fanatasy)
– 18 december : What Just Happened? (zwarte comedy)

Wat opvalt is dat, buiten deze lijst en de blockbusters om, de vijf films die ik als eerst opnoemde bijna allemaal tot (serieus) drama behoren (afgezien Burn After Reading, die meer een zwarte-komedie is), dit in tegenstelling tot de grotendeels Amerikaanse films van boven, waarvan bijna geen enkel zich echt onder dit genre kan scharen. Zegt dit iets over films als puur vermaak, en algemeen over het gros van de Amerikaanse films die hier draaien? Hierover wil ik zo meteen dieper ingaan.

De afgelopen weken heb ik het daarnaast niet eens gehad hoezeer blockbusters, en daarmee veel Amerikaanse films, het moeten hebben van sequels en remakes. Voorlopig hoef je alleen te weten dat deze marketingstrategie (sequel) en gebrek aan inspiratie/creativiteit (remake) vastgeroest zit in de productie van veel van deze Amerikaanse exportproducten. Daar tegenover kan er ook worden gesteld dat er veel films gemaakt worden in Amerika die ons land nooit bereiken via het witte scherm, en soms alleen via geïmporteerde dvd’s te zien zijn.
Geld maken lijkt nog steeds het belangrijkste doel van veel Amerikaanse films en dat gaat gepaard met grote budgets en marketing; prijzen en erkenning op filmfestivals lijkt daar tegenover te staan – dit is ook de plek waar relatief kleinere films tot een groter publiek kunnen doorbreken zonder met geld als voornaamste middel. Daar tussen verdwijnt echter een hoop: films die niet de kans of het geluk hebben gehad via één van deze twee middelen bekendheid te verwerven, en daarmee nooit een breder publiek bereiken. Dat geldt niet alleen voor de kleinere Amerikaanse filmproducties. Naast de Europese en Amerikaanse (Engelstalige) filmsector is obscuriteit – onbekendheid met namen, ontbreken van marketing en distributie – hierin een belangrijke factor voor de rest van de wereld. Relatief een handjevol films uit Azië, Zuid-Amerika, en helemaal uit Afrika, zal ooit gezien worden door een Westers publiek of hier in het reguliere bioscoopprogramma draaien. Alsof ze niet gemaakt worden, noch bestaan.

Deze observaties door te kijken naar het Nederlandse bioscoopprogramma opent een aantal gewetensvragen die doorgaans weinig bioscoopganger zich zal stellen als hij of zij naar de film gaat:

1. Hoeveel buitenlandse (niet-Engelstalige) films dringen nog door tot de Nederlandse/Europese markt? (en vooral die geheel los staan van Hollywood. Een mooi voorbeeld hiervan is Mongol, een ‘foreign’ actiespektakel / blockbuster gefinancierd met Amerikaans geld, die afgelopen jaar nog genomineerd werd voor een oscar).

2. Een soortgelijke vraag: hoeveel kleinere films kan je tegenover films zetten met budgets van behoorlijk (plus 10 miljoen) tot veel (plus 50 miljoen); in hoeverre zijn films producten die alleen winst dienen maken (zoveel mogelijk toeschouwers moeten trekken om hun geld terug te verdienen, winst te maken)? En als je verder wilt gaan: hoe belangrijk is geld als middel om een film te produceren en te distribueren, hoeveel heb je werkelijk nodig? Zegt dit iets over de filmmarkt van nu, is het daadwerkelijk niet meer dan koehandel?

3. Kijken de meeste mensen tegenwoordig films alleen nog voor vermaak? Vermaak versus ‘kunst’ films is een hele discussie op zichzelf waard die een andere keer gevoerd moet worden, maar we kunnen ons afvragen in hoeverre films de fantasie mogen prikkelen, de kijker nog durven te confronteren met lastige problemen en vragen, verhaaltechnisch en visueel experimenteel zijn, en verhaalelementen overlaten aan de kijker om in te vullen. Wat je bijna altijd ziet bij veel Amerikaanse films, en daarmee blockbusters, is dat ze laagdrempelig dienen te zijn: niet te complex, makkelijk weg te kijken, en houdt de kijker vooral passief in zijn dialoog met het beeld. Een bedwelmend effect.

4. Meer op ethisch vlak: kan jij van dit jaar meer dan tien films opnoemen die gingen over normale mensen in een normale, eventueel historische gezette, omgeving? Menselijke emoties en drama, kan jij ze nog ontdekken?

Ten slotte: ik wil geenszins afbreuk doen aan de kwaliteit die blockbusters kunnen bieden op het gebied van vermaak en spektakel, en wil deze stroming ook verbreden tot de grotere (mainstream) Amerikaanse importfilms an sich, want ik maak mij wel zorgen over de vervlakking, de groeiende hoeveelheid, en de steeds dominantere opstelling van deze films. Mijn boodschap is dan ook simpel: kijker verder (buiten de Amerikaanse mainstream), kijk terug (filmgeschiedenis), en durf vooral tegendraads te denken en te kiezen (kijkstrategie). Kortom: ben bewust van wat je kijkt en vooral waarom.



1 Reactie

  1. XXVIII

    Alatriste.


Reageer op dit artikel