Intensive Care (1991)

22 november 2008 · · Kritiek

Waarom zijn slecht gemaakte horrorfilms toch zo leuk? En waarom is het nog leuker als de film zichzelf dan nog te serieus neemt ook? Ik moet toegeven dat ik een stiekeme voorliefde heb voor mislukte slashers, foute zombiefilms en slechte griezelmake-up, zeker als de broodnodige knipoog achterblijft. Films die zo slecht zijn, dat ze goed worden. Afgelopen maandag zag ik een nieuw “hoogtepunt”. En tot overmaat van ramp was het nog een Nederlandse slasher ook. Horror hebben we als Nederlanders nooit onder de knie gekregen. Intensive Care is echter zulke vreselijke bagger dat het een kunst op zich is. Beoogd als serieuze poging de Amerikaanse concurrent naar de kroon te steken, maar daarin mislukt de film jammerlijk. Welkom op de Intensive Care, een Smörgåsbord van incompetentie.

Het begint al met een bijrolletje voor George Kennedy. George Kennedy is geen onbekende in de b-film, maar hier heeft hij toch erg weinig om handen. Zijn personage Dr. Bruckner zal verworden tot de killer van de film, maar dan gespeeld door een ander acteur, met vreemd genoeg een geheel andere lichaamsbouw. Vanwege de beperkte tijd waarin de regisseuse, Dorna van Rouveroy, gebruik kon maken van Kennedy’s diensten was dit een noodzakelijke oplossing. Om voor het publiek te verbloemen dat het gaat om twee verschillende acteurs (iets wat niet lukt) gooit men een laag brandwonden er overheen. Nadat Dr. Bruckner, hevig verbrandt wakker word uit een coma, kan hij, vreemd genoeg én meteen weer lopen, én is hij nog onoverwinnelijker dan Freddy Krueger. Nu zie ik een man die zeven jaar in coma heeft gelegen niet snel drie kogelschoten, vier messteken en enkele rake klappen overleven. Vreemder is dat Dr. Bruckner kennelijk niet in staat is een vuurpijltje (!) te overleven.

Maar daar houd de pret niet op. Dr. Bruckner zit namelijk, tot aan zijn dood door vuurwerk, achter de twee hoofdpersonen aan. Peter (Koen Wauters uit de band Clouseau) en Amy (de uiterst belabberde Nada van Nie) zijn jong, geil en uiterst onsympathiek. We leren Peter kennen terwijl hij een uiterst misselijke grap uithaalt met comapa

azithromycin

tiënten, en dan moeten we kennelijk ook nog hopen dat hij het overleeft. Gelukkig word hij ondertussen nog eens flink neergestoken (iets wat hij overleeft) door Dr. Bruckner, iets wat Amy de kans geeft de volgende onsterfelijke woorden te zeggen: “zal ik een pleister voor je halen?”. Zo’n soort film is het. Nu, Amy is nog een beetje een sympathieke meid, maar uiterst dom. Hoogtepunt is de scène waarin ze tot twee keer toe niet het geluid van een doorgesneden telefoondraad herkent (terwijl ze de symptomen al eerder heeft gezien) en de vanuit het niets opduikende telefooncel dwangmatig blijft voorzien van kwartjes.

Sowieso klopt er van de geografie in de film geen hout. Naast de eerder genoemde, “zeer praktisch geplaatste” telefooncel bestaat het dorp, voor zover we weten uit één ziekenhuis en nog drie andere huizen. Apart dorp. En ligt het dorp nu in Nederland, België of Amerika? Alleen maar typisch Amerikaanse producten, maar wel Hollandse inwoners (afgezien van Wauters) en Vlaams pratende journalisten. Een bos wat zo uit de Ardennen lijkt weggeplukt, een Nederlandse snelweg, en chirurgen die steenkolen engels met elkaar praten. En het blijft bizar dat een film genaamd Intensive Care zich slechts tien minuten in een ziekenhuis afspeelt.

Ook de clichés zijn zo Amerikaans als de pest. Helaas zijn ze erg slecht in beeld gebracht. De uit het niets opspringende kat is vervangen door een kat die halfstoned het beeld in komt trippelen. “O, je liet me schrikken”. De eerder genoemde onsterfelijke moordenaar die nogal lullig aan zijn einde komt, de telefooncelproblematiek en de foute dialoog helpen ook niet echt mee. Alleen de make-up is nog wel aardig. Over de soundeffecten valt echter weer helemaal niets goeds te zeggen. Gestorven vingerbotjes klinken als popcorngekraak, de dialoog lijkt opgenomen in een enorm colablikje en de messteken zijn overduidelijk telkens hetzelfde computergeluidje. De suffe saxofoonmuziek werkt de spanning ook erg tegen.
Om terug te komen op mijn eerste vraag: wat maakt slechte films zo leuk? Antwoord: Het uitlachen van de uiterste incompetentie van de filmaker. Het gevoel dat je dit zelf zoveel beter kan. In andere woorden: Leedvermaak. In het geval van Intensive Care is het genieten van het filmisch onvermogen. Ook de ongetrainde filmkijker zal het amateurisme spotten. Intensive Care is niet voor niks uitgegroeid tot een enorme culthit. Deze status is volledig terecht. Intensive Care is zonder meer één van de slechtste Nederlandse films aller tijden.

zp8497586rq

Onderwerpen: ,


5 Reacties

  1. HenkMul

    Ik had bij aanvang van het artikel al meteen de oncontroleerbare behoefte de download aan te slingeren, maar toen ik zag dat het een Nederlandse film was, deinsde ik toch even terug. Desalniettemin heb je me wel overtuigd in je review, dus ik ga toch voor de hakbijl – en stiekem zal-ie toch niet slechter zijn dan sl8n8, hè?

  2. Ric

    Ga je dat uberhaupt nog vinden als download Henk?

  3. Mirocube

    Ooit de film eens op tv gezien bij Nacht van de Wansmaak (ik hou er nog nachtmerries aan over).

  4. Theodoor

    Hij is slechter dan slachtnacht. Hij is ongelooflijk slecht. En het feit dat het in het nederlands is geeft het nog een leuke knullige lading mee.

  5. Theodoor

    Zo te zien hebben we last van een spammer.