Kijken naar de regen
Een ophemelende analyse van Regen (1929)
28-11-2008 | Bram Ruiter | Analyse
Regie: Joris Ivens

Een gemiddelde film heeft drie aktes: het begin waarin we een introductie krijgen tot de personages en de plaatse, het midden waarin alle actie plaats vind en er langzaam richting het einde wordt gewerkt, waarna de derde akte wordt gebruikt voor het einde en de nasleep. Daarin zitten aan het einde van de eerste en tweede akte plot points die worden gebruikt om de nieuwe akte in te leiden. Hoewel er theorieën zijn dat op elke film dit systeem kan worden toegepast, stappen normaal gesproken experimentele films volledig af van deze technische prietpraat. Rebels als ze zijn staan ze buiten deze norm en gooien ze de kijker zoveel mogelijk in de war.
Joris Ivens niet. Hij lijkt meer geïnteresseerd te zijn in het verhaal, het logisch in beeld brengen van een alledaags ding. Zo is Regen kort gezegd een conventionele film over, tja, regen. De regen die ons koude kikkerlandje zo vaak aandoet en het buiten zijn met plezier terroriseert. Ivens is bewust van dit beeld en maakt binnen 14 minuten een documentaire waarin we alle facetten van dit natuurlijke geweld te zien krijgen. Verwacht geen uitleg, geen pratende hoofden, geen gedeelde ervaringen, maar slechts een registratie van de mens en het water uit de lucht.
We tellen het jaar 1929, de silent years zijn in volle gang en Ivens vertoeft na het succes van De Brug nog altijd in hetzelfde land. Zijn interesse is film en hij weet hier verdomde goed mee om te gaan. Zo goed zelfs dat hij een film maakt over de regen waarin hij alle avant-gardistische vrijheid lijkt te hebben, maar tegelijkertijd een structureel geheel weet te maken waarin elk shot een functie ten opzichte van de andere heeft.
Ivens begint zijn film met beelden van een zomerse zon die overal warmte en schaduwen op het stadse Nederland werpt. Mensen winkelen, werken en boven alles, de mensen zijn buiten. Dan, zonder enige introductie zien we donkere wolken, en na enkele zonnige shots nog meer donkere wolken. Het eerste plot punt is bereikt, waarna dikke druppels water het idyllische uiterlijk komen verstoren. Een man loopt gehaast langs de camera, waarna hij even stilstaat, met zijn hand voelt of het daadwerkelijk regent, om vervolgens zijn pas te versnellen. Hij introduceert de negerende mens; ze lopen iets sneller dan normaal en trekken vieze gezichten, maar ze blijven doorwinkelen. Het volgende stadium is het vluchten en het schuilen. Massaal steekt men zijn paraplu op, of houd men met opzet een tram aan om enige tijd in te verblijven. Ivens verteld per shot een klein verhaaltje, die uiteindelijk perfect in het geheel lijkt te passen. Elk beeld geeft een actie of een reactie, terwijl de grote antagonist – het vallende water – elke vorm van plezier bij de mens wegneemt. Doormiddel van auto- en tramruiten showt Ivens ons de toename van regen. Ook blijft hij beelden van straten en grachten maken, waar hij de verandering van het landschap aantoont. Geen shot is te veel.
Dan krijgen we plot punt nummer twee, overdonderend harde neerslag. De straten zijn verlaten en enkele beelden uit de vorige akte worden herhaald, zodat we een nog treuriger beeld van onze omgeving krijgen. Uiteindelijk neemt de regen af, de plassen water laten steeds minder kringen zien, totdat we slechts naar natuurlijk gladde spiegels kijken. De derde akte vind zijn intrede. Terwijl Ivens de ravage toont, neemt het aantal mensen op straat weer toe. Langzaamaan pakt men het leven weer op en is het eerste lachende gezicht zichtbaar. De film eindigt met een beeld van een aantal huizen aan een gracht, een herhaling vanuit de eerste akte, toen de zon nog scheen.
De eerste keer viel me de helft van deze functies pas op, maar bij de tweede kijkbeurt zag ik in hoeverre Ivens zijn film volgestopt heeft met functionaliteit en motieven. Zo zag ik nu pas de wegvliegende Zwaluwen, beesten die de regen sneller doorhebben dan de gemiddelde mens. Ook viel me op hoeveel Ivens gebruik maakt van scherptediepte, iets dat in die tijd eigenlijk nog nauwelijks werd gebruikt. Meerdere malen stelt hij scherp op bedruppelde autoruiten, terwijl we op de achtergrond alleen nog maar silhouetten onscherper zien worden.
De korte film is ongelofelijk gelaagd, volgestopt met mooie beelden, een brede symboliek en, nogmaals, een ijzersterke functionaliteit. Dit alles onderscheid Ivens van de gemiddelde filmmaker. Doodleuk pakt hij een alledaags detail en breid dit uit tot een documentaire die elk moment weet te boeien. Bij tijden duurt de film iets te lang, maar doordat er bij elke kijkbeurt weer nieuwe dingen zijn te beleven weet je dat je je nimmer verveelt. Het dat is dan het meest bijzondere, want Ivens maakt het kijken naar regen een ware happening, iets dat ik hem niet snel zou kunnen nadoen.

Forum
Op 28-11-08 om 10:44 #
Waar heb je deze film gezien? Je maakt me razend benieuwd…
Op 29-11-08 om 00:07 #
Hij was te zien op IDFA.
Op 29-11-08 om 01:09 #
Je kunt ook video.google.nl afzoeken, of de DVD ‘Avant-Garde: Experimental Cinema of the 1920s and 30s’ aanschaffen. Die laatste is, mits je dit tof vind, echt een must.
Op 29-11-08 om 19:52 #
Goede recensie, heb de film gelijk opgezocht en wist me te boeien. Opvallend hoe noodzakelijk het blijkbaar is bij het filmen van dit weerfenomeen hoofdzakelijk de grond te filmen. Geeft het licht claustrofobische gevoel die camera af en toe eens omhoog willen te trekken. Probeer ook eens zijn laatste film (bijna 60 jaar later!) Une Histoire De Vent eens, dan niet over regen, maar over wind. Is wel een stuk abstracter dan Regen, maar prachtig gefilmd.
Op 02-02-09 om 02:12 #
Regen is echt zwaar overgewaardeerd.
Op 16-02-09 om 11:54 #
‘Regen’ (1929) is, samen met andere klassiekers uit Ivens’ oeuvre (‘De Brug’ (1928); ‘Philips Radio’ (1931); ‘Komsomol’ (1933); ‘Nieuwe Gronden’ (1933); ‘Borinage’ (1934); ‘The Spanish Earth’ (1937); ‘Indonesia Calling’ (1946) én ‘Une Histoire de Vent’ (1988) inmiddels op DVD verkrijgbaar.
De collectie heet ‘Joris Ivens – Wereldcineast’ en bestaat uit 5 DVD’s met in totaal 20 films. Naast genoemde titels staan er nog tal van andere mooie werken van Ivens op, en veel extra’s. De DVD collectie is te bestellen via de website van de Europese Stichting Joris Ivens: http://www.ivens.nl
Naast de genoemde films is er ook nog een boek in de box set opgenomen met achtergrondinformatie, beschouwingen en receptie van de films.
Prijs: DVD box-set met boek: 49,95 euro
DVD box-set zonder boek: 39,95 euro
Ook een Ivens aanrader is ‘Pour le Mistral’ (1966): een poëtische film over de Mistral wind in de Alpen en de Haute Provence
Op 16-02-09 om 12:23 #
Trouwens nog een kleine toevoeging aan je analyse, Bram.
Je schrijft aan het begin van de derde alinea: “We tellen het jaar 1929, de silent years zijn in volle gang…” Geluid deed reeds in 1927 zijn intrede met Alan Crosland’s ‘The Jazz Singer’, in welke rol Al Jolson onsterfelijk werd. Daarvoor hadden al tal van entrepeneurs geëxperimenteerd met geluidsapparatuur voor film, maar geen van hen was er in geslaagd hun prototypen om te zetten in een werkbaar exemplaar, dat ook nog eens technisch adequaat en commercieel kostendekkend was. De laatste grote film van het zwijgende tijdperk is Abel Gance’s ‘Napoleon’ (1927), waarin hij het ‘triple ecran’ introduceert, een voorloper van het split screen waar later Brian de Palma op bijna gek makende manier gebruik van zal maken (niet dat dat zijn films meer te pruimen maakt, overigens, maar dat terzijde).
Na de komst van het geluid zag iedereen met een accent of een slis in de stem zijn/haar arbeidscontract ernstig verkort.
Onvergetelijk: de dialoog tussen Gloria Swanson, ster van de zwijgende film en William Holden in Billy Wilder’s ‘Sunset Boulevard’ (1950):
Holden: “You’re Norma Desmond. You used to be in silent pictures. You used to be big.”
Swanson: “I AM big. It’s the pictures that got small.”
Even onvergetelijk: Fritz Lang’s eerste geluidsfilm: ‘M’ (1931), en met name het meesterlijke gebruik van geluid in de scène waarin Elsie Beckmann’s moeder roept om haar dochtertje.