Lost in action

21 augustus 2008 · · Column

Transformers

Dennis Lim schreef onlangs voor online magazine Slate over de ontwikkeling van de vechtscène. Wat hij schreef over die ontwikkeling geldt niet alleen voor vechtscènes, maar ook voor westerse actiescènes in het algemeen. Steeds vaker worden deze steeds warriger gefilmd, en steeds sneller gemonteerd. De camera zit steeds vaker zo dicht op de actie dat er maar een fractie van is te zien, en de beelden die worden vastgelegd volgen elkaar zo snel op dat de individuele cuts soms niet eens meer waar te nemen zijn met het blote oog.

Is dit een positieve of negatieve ontwikkeling? Het ligt er maar aan wie er aan het roer staat. Sommigen maken met deze trendy manier van filmen en monteren enerverende actiescènes waarbij je als kijker echt het gevoel krijgt midden in de actie te zitten. De meesten maken er echter een potje van. Een potje dat soms haast meer op heeft met avant garde kunstfilms zoals bijv. Stan Brakhage ze wel eens maakte, dan met conventioneel entertainment.

Neem bijvoorbeeld Transformers, van Michael Bay. De shots worden zo kort vastgehouden dat elke esthetische waarde ervan verloren gaat, doordat wat er te zien valt nauwelijks geregistreerd kan worden voordat het alweer voorbij is. Ondertussen vliegt de camera wild om en door de actie heen, en filmt vooral close-ups. Daardoor is het bijna onmogelijk om een beeld te vormen van wat er zich op het scherm afspeelt, en het gevolg is dat je naar een spektakel zit te kijken zonder dat je weet wat er gebeurt, laat staan dat je het op je kan laten inwerken. Voor een film die het puur van dat spektakel moet hebben is dat een ernstig gebrek.

Dit geldt ook voor eerdere films van Bay als The Island. Maar hij is lang niet de enige schuldige. Tony Scott ging het afgelopen decennium ook steeds meer bizarre camera- en montagetrucs hanteren, met als dieptepunt de actiescènes in Man On Fire. Vermoedelijk stuk voor stuk spectaculair en goed bedacht, maar daar is nauwelijks iets van te zien. Het lijkt er op alsof men bang is dat de aandacht van het publiek niet kan vastgehouden worden met shots die langer dan één of misschien twee seconden duren, want een werkelijke functie heeft deze populaire stijl in deze films verder niet.

The Bourne Ultimatum

Het kan ook anders, zo heeft Paul Greengrass laten zien met The Bourne Ultimatum en The Bourne Supremacy, waarin hij het desoriënteren van de kijker tijdens de actiescènes tot een kunst verhief. De beoogde intensiteit wordt hier wel bereikt, terwijl je ook hier maar flarden van de actie te zien krijgt, die elkaar zo snel opeenvolgen dat er geen totaalbeeld van te vormen valt. Waar anderen faalden, slaagt hij wel in: de kijker in de actie te plaatsen, door niet de actie zelf, maar het gevoel van de actie en de incoherente, chaotische rush over te brengen, zoals de personages dat waarschijnlijk ervaren.

Greengrass doet er met zijn voortdurend hevig schuddende handheld camera en gebruik van geluid en muziek in vergelijking met zijn concurrentie nog een flinke schep bovenop, en liet zich daarvoor inspireren door de cinéma vérité en Gillo Pontecorvo’s La battaglia di Algeri. Christopher Nolan heeft in Batman Begins en het recente The Dark Knight meer thematische motivaties voor zijn visuele incoherentie, vooral bij het handgemeen. Batman duikt altijd plots op en verrast zijn vijanden door ze te misleiden en af te leiden. Daarbij doet hij hetzelfde met het publiek. Daarom zie je de omkieperende truck wel in zijn geheel en van afstand in één shot, het zou niet logisch zijn om daar dicht op te gaan zitten en er in te knippen.

Intensiteit en/of thematiek zijn helaas niet de enige reden waarom Nolan en vele andere filmmakers voor deze modieuze filmstijl kiezen. Evengoed dient deze vaak een matige actieregie te verbergen, of het geweld net buiten beeld te houden, zodat de film ook aan tieners verkocht kan worden. Die Hard 4.0 was vorig jaar een spijtig voorbeeld van beiden. En zo zijn er nog veel meer, die van Greengrass de uitzondering maakt die de regel bevestigt: de nieuwe actiestijl is geen goede ontwikkeling voor de westerse actiefilm. Te vaak wordt hiermee het spektakel en kijkplezier uit een actiefilm gehaalt, door dat spektakel te verbergen. Vreselijkste voorbeeld hiervan is nog wel de openingsscène van The Mummy 3: Tomb of the Dragon Emperor. Jet Li cast je maar om één reden: zijn uitzonderlijke martial arts vaardigheden. Dus waarom maak je die in godsnaam onzichtbaar? Daar kan ik niet bij.



Reageer op dit artikel