Obama: mede mogelijk gemaakt door Hollywood (?)

05-11-2008 | Rik Niks | Column

En toen werd het dus toch ‘gewoon’ Obama. Het gevreesde Bradley-effect bleef grotendeels achterwege en zo werd Obama de eerste gekleurde president van de VS, iets wat niet zo heel lang geleden voor onmogelijk werd gehouden. Politiek wanbeleid van zijn voorganger, een (te) oude tegenkandidaat met een (te) onervaren running mate en natuurlijk zijn eigen charisma en bevlogenheid hielpen Obama in het zadel, maar in Hollywood is men niet te beroerd ook een stukje van de eer op te eisen.

Tussen de vele aan de Amerikaanse verkiezingen gerelateerde programma’s waarmee met name de publieke omroepen de kijker de afgelopen tijden doodgooide zat onder andere het intrigerende Mr. President (AVRO Close Up , zondag 2 nov, hier terug te zien). In deze documentaire wordt stilgestaan bij de wijze waarop de Amerikaanse president in films en televisieseries wordt geportretteerd. Naast de traditionele onverschrokken gegrijsde held (man, blank) die zegt waar het op staat werd dat de laatste jaren steeds vaker iemand die buiten het geijkte plaatje valt. Een vrouw (Commander in Chief), een latino (The West Wing) of een neger (24). Reden genoeg voor de in deze documentaire geïnterviewde betrokkenen vol bravoure te claimen dat hiermee de weg geplaveid werd voor een evenknie in de werkelijkheid.

Dergelijke beweringen zijn natuurlijk moeilijk hard te maken, maar na dit even op me in gewerkt te laten hebben moest ik toch erkennen dat er waarschijnlijk wel enige waarheid kleeft aan deze stelling. De positionering van dergelijke niet-traditionele presidentfiguren in deze series werkt wellicht niet op een bewust niveau, maar zal op onbewust niveau vermoedelijk wel invloed hebben op de kijker. De series werken niet als een reclamespot op de kijker (‘kijk, ook een vrouw of kleurling kan een goede president zijn’), maar kan er wel toe leiden dat de gemiddelde televisiekijker bekend en misschien zelfs vertrouwd is met het beeld van een niet-traditioneel presidentsfiguur. En vertrouwen, dat is toch het sleutelwoord in de relatie kiezer-president.

Andersom werkt het ook. In de gemiddelde rampenfilm is de president vaak een blanke man van middelbare leeftijd die voorop gaat in de strijd. Met de solitaire wijze waarop ze opereren, niet tegengehouden door wetten of een controlerende macht, wordt bij de kijker de indruk gewekt dat de president tot veel in staat is. Als hij maar wil. Natuurlijk is het filmisch weinig aantrekkelijk een diplomatiek onderlegde president te tonen die braaf wetsvoorstellen door de ambtelijke molen haalt, maar gevaar is wel dat kijkers totaal verkeerde verwachtingen hebben van het ambt van president. Realiteit is immers dat een president maar een relatief geringe invloed kan aanwenden om grote (maatschappelijke) problemen op te lossen.

Blijft de vraag: kunnen films en televisieseries werkelijk zo’n grote invloed hebben op de kijker? Ja en nee. Ik geloof dat deze media slechts in beperkte mate opinies van kijkers beslissend kunnen vormen. Mensen hebben het al snel door als hen een bepaald standpunt aangepraat wordt en de doorsnee kijker is daar niet van gediend (de reden dat moralisme in films vaak verfoeid wordt). Anders is het als het gaat om beeldvorming. Dat is veel subtieler en vergt niet per sé een bewust commitment van de kijker. In de documentaire Mr. President werden enkele voorbeelden aangehaald die dit onderstrepen. Zo memoreerde een van de geïnterviewden aan een situatie waarin hij vroeger een zwarte en blanke geliefde zag; voor die tijd iets opzienbarends. Maar omdat hij middels films al gewend was aan dergelijke verhoudingen viel het hem nauwelijks op. Op een andere manier waren Oliver Stone’s films over Vietnamveteranen voor veel mensen bepalend hoe tegen die oorlog en de betrokken soldaten werd aangekeken.

Van dergelijke voorbeelden van hoe films beeldvormend kunnen zijn, is het een kleine stap naar beeldvorming rond presidenten. Want hoewel deze natuurlijk ook in andere media volop belicht wordt, kunnen films hier wel degelijk aan bijdragen. Al was het maar omdat fictie het mogelijk maakt deze te tonen in situaties die het publiek normaliter niet ziet. En omdat fictie en realiteit in dit geval dicht bij elkaar liggen zal de kijker, al is het onbewust, makkelijker accepteren wat hem voorgeschoteld wordt. De kijker hoeft niet overtuigd te worden dat een Afro-Amerikaanse president goed werk kan leveren; het tonen van een Afro-Amerikaanse president is al minstens zo effectief.



1 Reactie

  1. Ric

    Wat betreft de blankheid van de president in een gemiddelde rampenfilm kan ik het toch niet helemaal met je eens zijn. Als we kijken naar Deep Impact, toch wel een van de grotere rampenfilms van de jaren 90, dan zien we Morgan Freeman die de rol van President op zich neemt. Bovendien lijkt me dat die wet eerder opgaat voor de protagonist dan voor een bijrol.

    Verder een goed stuk, waar ik het zeker wel mee eens ben.


Reageer op dit artikel