Pre-debuut Lucas
Een beeld van George Lucas in de schoolbanken
11-10-2008 | Bram Ruiter | Beschouwing, Lucas voor Star Wars
Regie: George Lucas

We tellen terug naar het jaar 1965, toen de Franse revolutie onder leiding van Jean-Luc Godard al vijf jaar aan de gang was en een 21 jarige George Lucas zijn eerste wapenfeit als filmmaker tentoonstelde op het USC School of Cinematic Arts. Geïnspireerd door korte films van onder andere Stan Brakhage en groezelige arthouse films die in cafés werden geprojecteerd had hij drie jaar eerder besloten zijn leven te weiden aan het maken van films. Wat hij niet wist was dat hij binnenstapte op het juiste moment, net toen Hollywood zijn publiek verloor en dringend op zoek was naar een nieuwe telg cineasten om de bioscopen weer vol te krijgen. We kennen allemaal het verhaal van het doorzettingsvermogen van Lucas ten tijde van Star Wars, en zelfs American Graffiti en zijn meesterlijke debuut, THX 1138, zijn ons vast niet ontgaan. Maar wat deed Lucas voor die tijd?
Look at Life kwam voort uit een opdracht van zijn school, waarin alle studenten hun kennis binnen een minuut moesten vertonen. George Lucas maakte een aan de oppervlakte een weinigzeggende fotomontage, maar de gekozen beelden laten om de één of andere reden wel een indruk achter. Daarbij legt Lucas perfect de nadruk op de chaotische nieuwe tijd, waarin iedereen overal tegen was. Natuurlijk gaat de kortfilm niet heel diep, maar voor een eerste product is het redelijk bijzonder. Een gewaagd portret over een deprimerende wereld, het is niet iets waar je meteen op school mee aan zou komen. Hoewel controverse meer bij tijdsgenoot Brian de Palma past, is er toch een kenmerkende stijl die de ruggengraat vormt van zijn latere werk. Lucas’ abstracte beeldkaders, oog voor minimalisme en de snelle montage zullen allemaal terugkeren, tot aan Star Wars.
In 1966 maakte de groeiende cineast naast het onvindbare Herbie, waarmee hij volgens mij de grond legde voor het uit zichzelf optrekkende autootje, ook nog twee andere visuele interessepuntjes. In Freiheit bevat de plot een rennende man door de bossen, die na wat aarzelingen bij de bosrand een open veld in rent en vlak voor een bord wordt neergeschoten. Het beeld van een wachttoren in de openingscredits en de Duitse titel suggereren de vlucht uit een concentratiekamp. Het is alweer een gewaagd concept, maar Lucas toont meteen meer interesse te hebben in zijn beelden en het concept dan zijn spanningsboog of acteur. Voor een studentenfilm valt dat laatste natuurlijk te vergeven, maar door het ontbreken van spanning wordt het drie minuten durende filmpje een saai gebeuren. Het probleem lijkt hem te zitten in de drang om te veel mooie beelden te tonen, dat een repetitief gevoel oproept.
Met zijn tweede kortfilm dat jaar, 1:42:08: A Man and His Car geheten, geeft Lucas kleur aan zijn groter wordende oeuvre, iets dat hem heel goed lijkt te liggen. De documentaire toont in feite een abstracte registratie van een autocoureur die de snelste tijd op de in de woestijn gelegen baan probeert te verbeteren. Ook hier vervalt de spanning door het rekken van onbeduidende situaties, maar het geheel is heel wat prettiger om naar te kijken. Zoals gezegd heeft Lucas oog voor beeldkaders die net even anders zijn dan wat je verwacht. Daarbij zijn de kleuren mooi op elkaar afgestemd, waardoor er geen acht minuten zonder reden voorbij trekken. Hij lijkt zijn eigen stijl gevonden te hebben en toont daarmee het begin van een fascinerende periode.
Volgens Steven Spielberg kon je tijdens de vertoning van Electronic Labyrinth THX1138 4EB op het afstudeer festival van de USC een speld horen vallen. Grote ogen zaten met ingehouden adem te staren naar Lucas zijn eerste kleine meesterwerk: een dystopische vluchtfilm over kale mensen in een wereld vol knopjes en elektronische stemmen.
Later zou het verhaal worden uitgebreid tot een anderhalf durende speelfilm, niettemin is de kracht van de 15 minuten durende film minstens zo sterk. Tot in het detail uitgewerkte science fiction sets (iets waar Lucas uiteraard een ster in werd) gaven sfeer aan de abstracte vorm waar Lucas al enige tijd mee zat te experimenteren. Echter gaat hij een stap verder door niet alleen vreemd uitgekaderde mensen te tonen, maar ook voorbij flitsende intertitles en close-ups van apparaten. Het is een beter uitgewerkte herhaling van zijn eerste filmpje, waarin achter elkaar geplakte beelden een betekenis met elkaar kregen. Door een vrouw achter een computer te plaatsen, gevolgd door shots van knopjes, lichtjes en cijfers weten wij dat het de betreffende computer is, of een apparaat in dezelfde omgeving die het elektronische stemgeluid creëert. Het klinkt misschien als een simpel concept, een Godardistische echo is zeker op zijn plaats. Echter betreft dit slechts het beeld, want inhoudelijk schiet Lucas wederom te kort. Lucas noemde het ook een stijloefening in kleur, maar ook hier is het de acteur die de film lijkt te verpesten. Wanneer het narratief bij de vluchtende THX1138 4EB wordt gelegd (daarvoor waren het de computer stemmen en beelden waaruit wij zijn renpartijen volgden) geeft het beeld ook vorm aan zijn angstige blikken en radeloosheid. De emoties die hij probeert te versterken door recht in de camera te kijken doen afbreuk aan fantastische film. Het vluchten krijgt meteen stuntelig effect, waardoor het medeleven wegzakt en de film vervalt in ‘mooie beelden kijken’.
Betreurend is het echter niet, want de remake uit 1971 maakt alle mankementen goed en toont zichzelf als een onafhankelijk en debuterend meesterwerk.
Hoewel ik de onvindbare films, zoals The Emperor en Herbie, achterwege heb gelaten, is mijn beeld van George Lucas wel duidelijker geworden. Wat dreef deze dromende romanticus tot het maken van een epische space opera? En waarom heeft hij naar al die jaren nog steeds geen oor of oog naar zijn acteurs? Lucas is een liefhebber van beeld en concept, en hij lijkt zich er niet voor te schamen dit boven al zijn inhoudelijk ontwikkelingen te plaatsen. Misschien is het niet helemaal zijn eigen schuld gezien de USC bekend stond om zijn vooropgestelde techniek (de meesten daar werden gezien als zielloze cameradragers), niettemin praat het zijn laatste drie films en zijn lust voor rijkdom, macht en re-re-re-releases nooit goed. Mensen die zat zijn van dat vreemde mannetje dat nu nog van hem over is verwijs ik met plezier door naar zijn werk van 1965 tot en met 1977. Ondertussen kijk ik nogmaals met een brede glimlach naar South Park’s letterlijke Indiana Jones verkrachting.
Look at Life is volledig te aanschouwen in de documentaire A Legacy of Filmmakers: The Early Years of American Zoetrope en is te vinden op de 2 disc George Lucas Director’s Cut DVD van THX 1138 (1971). Electronic Labyrinth is op diezelfde DVD te bekijken. Zowel 1:42:08: A Man and His Car als Freiheit zijn te zien bekijken op internet, respectievelijk hier en hier.

Forum