




The Fallen Idol (1948)
10-09-2008 | Rik Niks | Recensie
Regie: Carol Reed

Eind jaren 40 maakte Carol Reed drie films op rij die het hoogtepunt van zijn oeuvre zouden vormen. Odd Man Out (1947) en The Third Man (1949) zijn spannende kat-en-muis spellen in door WO II geteisterde Europese steden, respectievelijk Belfast en Wenen. De expressionistische stilering en opvallende geluidsbanden dragen voor een belangrijk deel bij aan de spanning. In deze grillige en beklemmende setting lijkt alles mogelijk, in elke hoek schuilt het gevaar. Tussen beide films door nam Carol Reed nog een thriller op in een grote Europese stad: The Fallen Idol, gesitueerd in Londen.
Hoewel er parallen met Odd Man Out en The Third Man zijn, is The Fallen Idol het buitenbeentje binnen dit trio. Weinig fysieke actie, geen grootse klopjachten in het holst van de nacht en zelfs nauwelijks de kenmerkende expressionistische cameravoering. The Fallen Idol beoogt de spanning veel meer op psychologische wijze op te roepen, met trucs die zo in een film van Hitchcock gebruikt hadden kunnen worden.
De enorme Franse ambassade annex ambassadeurswoning gaat voor een paar dagen op slot: enkel het zoontje van de ambassadeur genaamd Phillipe en butler Baines en zijn vrouw blijven achter. Het huwelijk tussen de beide bedienden dreigt al een tijdje op de klippen te lopen, maar tussen de Baines en Phillipe klikt het goed. Wat leugentjes om bestwil zijn daar wel voor nodig, o.a. om het bestaan van een minnares te verbergen, maar echt van zijn voetstuk dreigt hij pas te tuimelen als de politie hem verdenkt van moord.
Het gejaagde ritme van eerder genoemde films is in The Fallen Idol afwezig. Observatie is het sleutelwoord in deze film, en dit gebeurt goeddeels in alle rust. Geen Mason of Welles die zich aan het zicht tracht te onttrekken, met alle hectiek van dien. Binnen een intieme setting, met maar enkele personages wordt het spel gespeeld. Vanuit de hoogte, tussen de spijlen van de statige balustrade door, zien we Phillipe de bedienden observeren. Later zal hij ontdekken hoe subjectief observaties soms kunnen blijken te zijn. Tegelijkertijd is Phillipe een speelbal voor de volwassenen. Hij wordt geconfronteerd met hele en halve waarheden, geheimen, leugens, eenzijdige informatie en zijn eigen verkeerde interpretaties, waardoor hij alle moeite heeft het overzicht te bewaren in de complexe problemen die boven zijn hoofd groeien.
Voor een deel schuilt in dit laatste de spanning van het verhaal. Phillipe blijkt puzzelstukjes in handen te hebben inzake het moordonderzoek, maar kan de gevolgen niet overzien die het uitspelen daarvan zullen hebben. Zal het zijn idool, butler Baines, helpen of eerder schaden? Phillipe is voor Baines een wandelende tijdbom. Helemaal als hij zich ook op het glibberige pad van de leugenachtigheid begeeft.
De kijker wordt nadrukkelijk in het perspectief van het jongetje geplaatst. De camera bevindt zich net als Phillipe vaak op de hoger gelegen verdiepingen, terwijl de overige personages op de begane grond hun werk uitvoeren, veelvuldig gadegeslagen door Phillipe en dus de camera. Ook manifesteert het zich in de gesprekjes tussen de butler en zijn minnares, die voor de kijker net zo vaag blijven als voor het jongetje. Al heeft de kijker natuurlijk wel door wat er aan de hand is en zal deze zich niet laten afschepen met de mededeling dat het zijn nicht is. Op hét sleutelmoment van de film mag de kijker echter zien wat Phillipe niet ziet. Een opvallende keuze, die erop duidt dat het psychologische spel tussen Phillipe, Baines en de politie verkozen wordt boven de suspense die gegenereerd had kunnen worden als de kijker ook in het duister had getast. Een verstandige keuze ook. Niet de schuldvraag staat centraal, maar de vraag hoe een naïef jong kind zich houdt als hij eigenlijk geacht wordt als een berekende volwassene op te treden.
Het is prettig te zien dat Carol Reed en scriptschrijver Graham Greene niet vervallen in de makkelijke uitweg het kind als een onschuldig slachtoffer van corrupte volwassenen af te schilderen. Daarvoor wordt teveel gesympathiseerd met de personages die het meest van al Phillipe’s jeugdige naïviteit ontnemen. De toon van de film is er eigenlijk ook te luchtig voor. De ontknoping is bijvoorbeeld bijzonder komisch, terwijl tegelijkertijd onderstreept wordt dat het een lange weg is van kind naar volwassene. Een juiste conclusie voor een film die bovenal gaat over de met elkaar contrasterende gedragingen van kinderen en volwassenen.
Regisseur Carol Reed
Cast Ralph Richardson, Michele Morgan, Bobby Henrey
Speelduur 94 min. | Jaar 1948

Forum
Op 14-09-08 om 17:55 #
Goede recensie, goede film (die ik nodig eens moet herkijken).