Touched by Lubitsch

24-11-2008 | Looi van Kessel | Analyse
Regie:

Ossi Oswalda als levende pop in Die Puppe

Wie iets over Ernst Lubitsch leest wordt al redelijk snel doodgegooid met een term als “The Lubitsch Touch”. Een term die altijd een beetje in het vage is gebleven over wat deze nu precies wil uitdragen. Er zijn dan ook minstens net zo veel definities van die term als dat er mensen zijn die zich bezig houden met wat die term inhoudt. Deze definities houden zich echter vooral bezig met de verfijndheid van Lubitsch’ humor, maar er zit veel meer in dat ene begrip dan enkel dat. De term zoekt het namelijk ook sterk in een algemene thematiek die sterk terug te vinden is in het gros van zijn films, en niet in de laatste plaats ook de manier waarop acteurs zich op het scherm presenteren.


Wanneer Maurice Chevalier in The Smiling Lieutenant, na hevig geflirt met een bevallige Claudette Colbert, per ongeluk naar de kroonprinses van een knipoogt, wordt dat als een zware belediging beschouwd. Om zichzelf uit de problemen te halen verdraait Maurice de situatie zo dat de knipoog een teken wordt waarmee hij de kroonprinses heeft willen laten zien dat hij haar wel ziet zitten. Hij had echter niet kunnen voorzien dat dit smoesje van hem gelijk aangegrepen zou worden door de kroonprinses om met hem in het huwelijk te treden. Maurice Chevalier wordt gemaal van een nerveuze kroonprinses in een onbestemd Europees landje ver weg van zijn werkelijke geliefde.
Dit lot dat Maurice Chevalier beschoren is, is zeker niet uniek voor een Lubitsch film. In vele van zijn films komen zijn personages in situaties terecht die ze op voorhand niet hadden kunnen voorzien, en waar ze niet goed mee om weten te gaan. Dit overkomt Maurice Chevalier in The Smiling Lieutenant en The Love Parade, en zo ook Ossi Oswalda in het kleine meesterwerk Die Puppe. In deze film doet Ossi Oswalda zich voor al een pop, en juist een pop die een baron heeft uitgekozen om een schijnhuwelijk mee te houden. Tegen wil en dank wordt Ossi tot vrouw gemaakt van de baron, terwijl ze zelf liever met een andere man ervandoor zou gaan.

In haast iedere film van Lubitsch blijft dit element terugkomen. Maurice Chevalier en Ossi Oswalda mogen deze typische personages keer op keer op zeer sterke wijze vertolken, ze zijn overduidelijk niet de enigen die dit overkomt. Pola Negri, Jeanette MacDonald, Greta Garbo en vele bekende en minder bekende acteurs en actrices zijn allemaal hetzelfde lot beschoren zodra ze een Lubitsch film binnen stappen.
Het gebruik van zulke herkenbare plotelementen zorgen ervoor dat een Lubitsch film ook vlot herkend wordt. Als nadeel heeft het dat het wel veel van de acteurs vraagt. Het ogenschijnlijk eenvoudige verhaaltje van een personage dat in een ongebruikelijke situatie terecht komt wordt namelijk al gauw vlak en flauw wanneer een acteur niet de capaciteit heeft om de rol te dragen.
Zo weet Jack Buchanan de hoofdrol in Monte Carlo geen scherpe komische draai te geven zoals Maurice Chevalier dat wel had kunnen doen. Door gebrek aan spanning tussen de leidende personages en het ontbreken van een ongebruikelijke komische noot (wat Ossi Oswalda, Pola Negri en Maurice Chevalier vooral leuk maakt is hun onbevangen, haast naïeve, interpretaties van hun rollen) zorgen ervoor dat een film als Monte Carlo doodvalt. Dan pas gaat de kijker zich storen aan het simpele en haast banale van de film.
Opvallend is het wel te noemen dat qua plot de film Monte Carlo echt niet eenvoudiger of banaler is dan The Smiling Lieutenant of The Love Parade, integendeel zelfs, de film heeft juist zeer veel potentieel in zich. Als je de verschillende films van Lubitsch naast elkaar legt valt pas werkelijk op hoe zijn films afhankelijk zijn van een juiste casting. Lubitsch films staan en vallen met de chemie die tussen de acteurs onderling op het doek. Wanneer deze werkt behoren zijn films tot de beste die de klassieke cinema voort heeft gebracht; werkt deze niet, dan worden zijn films soms te pijnlijk om aan te zien.



3 Reacties

  1. Rik Niks

    Nu je het zegt, Ninotchka en Trouble In Paradise vond ik vooral leuk door Garbo resp. Marshall, terwijl de afwezigheid van een aansprekende ster een film als Design For Living duidelijk opbreekt. Maar even hardop denken: pleit het dan eigenlijk niet tegen Lubitsch dat zijn films zo afhankelijk zijn van het charisma van en de chemie tussen de acteurs?

  2. Looi van Kessel

    Toen ik dit stuk schreef kwam diezelfde vraag ook in me op. Ik denk niet dat ik daar nu over kan oordelen, ik heb een aantal essentiële Lubitsch films nog niet gezien, maar hoe meer films ik van hem heb gezien, hoe prangender die vraag wordt, dus ik vrees het ergste.

  3. XXVIII

    Attendo la vostra revisione di Morte a Venezia. Fretta!


Reageer op dit artikel