Very bad men
Top 15 Neo-noir films (nummer 10 t/m 6)

11-09-2008 | Kaj van Zoelen | Lijst

De term neo-noir geeft films aan die op de een of andere manier onder de noemer film noir te scharen zijn, vanwege vorm, inhoud of beiden, maar die na de klassieke periode van film noir gemaakt zijn (het 4de en 5de decennium van de vorige eeuw). Goede neo-noir films voegen iets toe aan het noir genre, vaak door thema’s aan te snijden of handelingen te laten zien die in de oude film noirs door de production code en de tijdsgeest niet mochten getoond worden

Vorige week schreef ik het eerste deel in een driedelige serie waarin ik mijn persoonlijke neo-noir top vijftien per vijf films aftel, en die tekst, met mijn nummers 15 tot en met 11, kun je hier vinden. Volgende week volgt de conclusie, met de nummers 5 tot en met 1. Hieronder staan de nummers 10 tot en met 6, met korte toelichting:

10. Blue Velvet (Lynch, 1986)

Onder het idyllische Amerikaanse dorpsleven gaat een duistere wereld schuil waar gestoorde drugsdealers met vreemde verlangens de dienst uitmaken. Je komt er binnen via een afgesneden oor, maar kan dan nooit meer ongeschonden terugkeren: voor altijd is je wereld(beeld) geperverteerd, geen vrolijk tjilpende zangvogel is tegen die bezoedeling opgewassen. Een melancholische ballade als Roy Orbisons “In Dreams” klinkt nooit meer hetzelfde na het zien van Blue Velvet, David Lynch’ surrealistische visie op het leven in de kleine steden van de V.S. De naïeve Jeffrey is net als de kijker een gewillige voyeur in deze donkere wereld vol seks, geweld en gewelddadige seks, waarin Dennis Hopper de rol van zijn leven speelt als één van de gedenkwaardigste schurken van de jaren ’80.

9. Le Samouraï (Melville, 1967)

Regisseur Jean-Pierre Melville wilde een ‘kleurenfilm in zwart-wit’ maken, en deed dat met behulp van cinematograaf Henri Decaë in uitsluitend koude, fletse kleuren. Zij namen als voorbeeld This Gun For Hire, waar hoofdpersoon Jeff Costello ook zijn jas, hoed en beroep (huurmoordenaar) van heeft. Alain Delon is perfect gecast als de zwijgzame, eenzame killer die leeft voor zijn baan en daar een obsessief eergevoel aan ontleend. Deze erecode brengt hem in gevaar als de politie probeert te bewijzen dat hij een bepaalde moord heeft gepleegd, waardoor zijn baas, wars van losse eindjes, het liefst met hem afrekent. Costello’s reactie daarop voert de kijker langs heel wat prachtig in beeld gebrachte stukjes leeg Parijs, waarin samouraï Jeff geheel op zichzelf is aangewezen om te overleven.

8. Point Blank (Boorman, 1967)

Walker is een “very bad man” die na een roofoverval in een leeg Alcatraz door zijn partner neergeschoten wordt, waarna die er met Walkers vrouw vandoor gaat. De rest van Point Blank is óf Walkers laatste wensdroom terwijl hij ligt te sterven, of zijn wraak. Walker komt erachter dat hij een relikwie is van vergane tijden, dat misdaad vandaag de dag via grote, gezichtsloze bedrijven gaat en dat niemand hem de aan hem
toebehorende 93.000 dollar zomaar contant kan uitbetalen. Hoe hoog hij de ladder ook beklimt, de gebouwen waar hij die ladder tegenaan zet blijven even strak, hard en identiteitsloos. Boormans quasi avant-garde filmstijl, o.a. gekenmerkt door de elliptische montage, creëert een authentieke noir stemming van ongemak en disoriëntatie.

7. Se7en (Fincher, 1995)

Dergelijk ongemak en desoriëntatie zijn ook terug te vinden in Se7en, dat zich afspeelt in een naamloze stad die alleen in medium shots en close-ups vanuit lage standpunten is vastgelegd. Het regent er voortdurend, en zonlicht is eerder hels dan verwarmend. Rechercheur William Somerset heeft genoeg van die stad, begrijpt diens inwoners niet meer en wil na 34 jaar ondankbare dienst stoppen bij moordzaken. Seriemoordenaar John Doe gooit roet in het eten door elk van de zeven hoofdzonden met een gruwelijke moord te bestraffen. Voor Somersets idealistische jonge partner David Mills heeft dit nog ergere gevolgen, en zijn wereldbeeld wordt definitief negatief bijgesteld. In deze wereld, zo blijkt uit het nihilistische en vernietigende einde, is het feit dat doodzondes normaal zijn geworden voor de mens, iets waar John Doe in opstand tegen komt, verre van het slechtste aspect.

6. Brick (Johnson, 2005)

Rian Johnson doet met zijn low-budget indie debuut iets heel bijzonders: hij neemt de kern van de film noir, en past die toe op een moderne Amerikaanse middelbare school. De dialogen zouden zo uit een boek van
Dashiel Hammett kunnen komen, maar worden uitgesproken door tieners, die een mix van tienerkleding en klassieke noir kostuums dragen. De personages gedragen zich als noir archetypen, maar de gebruikelijke tienerangsten en onzekerheden zijn niet geheel weg gevlakt. Joseph-Gordon Levitt slaagt erin dergelijke kwetsbaarheid perfect te combineren met het doorgewinterde sarcasme dat bij zijn archetypische detective hoort. Johnson breekt met een aparte, bedwelmende filmstijl, naar eigen zeggen geïnspireerd door Sergio Leone, met noir beeldconventies terwijl zijn neef Nathan hem voorziet van passend excentrieke muziek.

Volgende week: Een afscheid, incest, bloed, corruptie en een chauffeur.



Reageer op dit artikel