American Gigolo (1980)

24 juni 2009 · · Kritiek

Van regisseur Paul Schrader zag ik enkel ooit zijn eerste speelfilm Blue Collar, maar dat was dermate lang geleden dat ik er inmiddels geen samenhangende voorstelling meer van kan maken. Nu ik echter American Gigolo zag voelde deze film gek genoeg tamelijk vertrouwd aan. Naast regisseur is Paul Schrader natuurlijk ook scriptschrijver, waarbij Taxi Driver het bekendste werk van zijn hand is. Misschien dat het dan deze film was die weerklonk in Richard Gere’s opstapje naar wereldroem. Of was het ook de hand van een mij meer vertrouwde regisseur die ik in American Gigolo herkende?

Waar we Richard Gere al decennialang kennen van een eindeloze stroom zoete romcoms waarin hij het prototype licht non-conformistische gladjakker representeert, is liefde voor zijn personage in American Gigolo iets wat zakelijk vermeden dient te worden. Als mannelijke hoer verkoopt hij zijn lichaam, maar wanneer hij vermoedt dat een klant wat voor hem begint te voelen is hij al snel niet meer te huur. Zijn voorkeur? Bemiddelde oude vrouwen. Niet om het geld, maar, zo zegt hij zelf, daar valt nog eer aan te behalen. Wat is er eervoller dan een vrouw waar in geen jaren naar om is gekeken weer een orgasme te bezorgen? De hoer als een soort seksuele hulpverlener, zou hij het zelf geloven?

Wat de werkelijke reden moge zijn dat Julian Kaye in het vak zit blijft vaag. Inderdaad het nobele altruïsme zoals hij dat zelf formuleert? Een hang naar het willen verkeren in een bepaald milieu? Het geld? American Gigolo gaat heel erg over stijl: luxueuze appartementen vol moderne kunst, Europese auto’s uit het hogere segment, uitstapjes naar de antiquair waar het er vooral om gaat gezien te worden. Maar bijna obsceen is de aandacht voor Julian’s garderobe, overigens verzorgd door Giorgio Armani en een natte droom voor ieder die iets met mode heeft. Of dit het soort uiterlijk vertoon is waar Julian het voor doet, dat blijft twijfelachtig. Hij lijkt eerder een loner à la Travis Bickle die noodzakelijkerwijs verkeert in een wereld die maar deels de zijne is.

Deze kant van Julian is een kaart die wel wat meer uitgespeeld had mogen worden. In het verloop van de film vinden er een aantal gebeurtenissen waardoor Julian zowel vervreemdt van dit milieu als dat hij een aantal mensen hieruit nodig heeft om zijn hachje te redden. Een interessante tegenstelling, die nog beter uit de verf had kunnen komen als we meer te weten zouden komen over hoe hij überhaupt tegenover zijn vak, dit wereldje aankijkt.

Dit klinkt mogelijk als een vreemde kritiek, want paradoxaal genoeg lijkt de film veel meer bezig met het Julian-personage dan het thrillerplotje dat ergens halverwege ingezet wordt. Zoals in de sterke dialoog waarin hij Michelle (Lauren Hutton), een rijke vrouw met een slecht huwelijk, voor het eerst ontmoet. Heel subtiel lijkt macht hierin als een factor van betekenis aan het licht te komen. Als hoer moet hij de macht kunnen uitoefenen over de vrouwen die naar zijn diensten hunkeren, maar deze vrouw lijkt die verhouding om te keren. Dat werpt gelijk de vraag op of deze film evenzo interessant geweest was als het draaide om een vrouwelijk in plaats van een mannelijke hoer. Dit soort thema’s houden de film boeiend, wie hoopt op een dampend sensuele/bloedstollend spannende/aangrijpend dramatische film, zal bitter teleurgesteld worden. Daarvoor stellen de verwikkelingen te weinig voor, zijn ze te traag en klinisch in beeld gebracht.

En o ja, het laatste shot, toen zag ik het: Robert Bresson!


Onderwerpen:


2 Reacties

  1. Ludo

    Affliction is ook niet onaardig van Schrader.

  2. Theodoor

    Ik heb twee Paul Schrade films gezien: Mishima, erg goed. Patty Hearst, erg matig.


Reageer op dit artikel