Antonioni ontdekken
Dode en lege cinema, of mis ik iets?

27 juni 2009 · · Column

Ik dacht dat ik me redelijk had voorbereid. Toch vallen de films van het Antonioni retrospectief die ik de afgelopen twee dagen zag rauw op mijn dak. Voorheen had ik alleen in het kader van mijn studie enkele jaren terug Professione: Reporter gezien, waar ik destijds op het eindshot na nauwelijks iets mee kon. Dus toen ik las dat al zijn films in de bioscoop zouden vertoond worden, greep ik mijn kans om dit gat in mijn kennis van de Europese kunstfilm te dichten. En wel met de eerste vijf films van deze Michelangelo Antonioni uit de jaren ’60. Op het moment dat ik begin aan dit stuk heb ik l’Avventura en l’Eclisse gezien. Tegen de tijd dat ik klaar ben, heb ik ook La Notte. Hieronder volgt dan ook geen afgerond geheel, maar meer een poging om mijn gedachten te ordenen. Excuses als het daardoor een wat warrig karakter heeft, ik weet nu nog niet waar ik straks ga uitkomen, en voor de langdradigheid.

Woensdag 24 juni begon mijn ontdekkingsreis met l’Avventura. Van te voren had collega-schrijver Fedor Ligthart me verteld dat ik het eerste half uur waarschijnlijk mooi zou vinden, maar over het vervolg zweeg hij. Verder ging ik de bioscoop in met in mijn achterhoofd dat thema’s als non-communicatie, vervreemding, isolatie, verveling en leegheid belangrijk zouden zijn, en dat ik veel zogenaamde ‘temps morts’ kon verwachten. Na afloop constateerde ik dat ik het met dat laatste behoorlijk wel mee vond vallen; voor zogenaamde dode momenten heb je namelijk eerst momenten van leven nodig waarna de camera blijft hangen. Ik had me kennelijk niet zo goed voorbereid als ik dacht – men noemt Antonioni ijzig maar deze vriesdood zag ik niet aankomen.

Die thema’s zag ik dan wel weer terug. Ik verveelde me regelmatig, voelde me vervreemd van al die filmliefhebbers die dit zo’n fantastische film vinden, geïsoleerd van de rest van de bioscoop die regelmatig iets leuks ontdekken waar ik de humor niet zo van inzag, kreeg niet het idee dat Antonioni écht iets wezenlijks communiceerde en ging met een leeg gevoel naar huis. Natuurlijk kon ik wel zien dat de personages onderling slecht tot niet konden communiceren of echt liefhebben, dat ze last hadden van een zekere doelloosheid en leegte. Maar de manier waarop dit gebracht wordt is zo steriel en kunstmatig dat het voor mij in eerste instantie een gesloten geheel bleef waar ik weinig mee kon. En ergens had ik toch vergeefs verwacht dat Antonioni meer aandacht voor verhaalstructuur en personages dan Michael Bay zou hebben.

Volgens collega-schrijver Rik Niks is het briljant hoe Antonioni “menselijke tekortkomingen zoals hij die signaleerde blootlegt,” want “door de onverschilligheid waaraan de personages lijden te integreren in de vertelstructuur, wordt de kijker hiermee veel harder geconfronteerd.” Ik ben het niet eens met die stelling, de onverschilligheid voor verhaal, personen en film voelde ik zeker regelmatig maar een confrontatie? Waarmee? Mijn eigen onverschilligheid ten opzichte van Antonioni’s vermeende boodschap? Dat ik de zogenaamde nieuwe filmtaal die Antonioni volgens velen met l’Avventura uitvond kennelijk niet of nauwelijks beheers? Toch hield de film me een groot deel van de tijd bezig, al was het maar omdat ik die taal wél wilde beheersen.

Wat ik overigens niet begrijp is dat veel mensen zich druk maakten over het lot van de verdwenen vrouw. Maar dat komt omdat ik ergens op de rots, uit het zicht van de personages daarop, haar dode lichaam in twee verschillende scènes meende te zien. Des te vreemder vond ik dat de mensen in de boot dat niet zagen, in één scène kon het ze toch moeilijk ontgaan. In wat ik tot nu toe achteraf over de film las kan ik hier nergens wat over terugvinden, dus ben ik aan het twijfelen geslagen: nam mijn fantasie een loopje met me?

De volgende avond wachtte l’Eclisse op me, en die beviel stukken beter. Ik had het idee meer grip te hebben op de thematiek en symboliek van de film, die naar mijn idee ook iets directer was dan in de vorige film. Het bovenstaande screenshot is bijvoorbeeld duidelijk over de barrière die de liefde tussen de personages van Alain Delon en Monica Vitti in de weg staat; toch is het enige moment waarop ze oprecht gelukkig zijn met elkaar juist deze. Daarnaast is l’Eclisse van de zogenaamde “trilogie” de enige die een beetje levendig is, de enige die mij het idee gaf dat Antonioni het leven toch enigszins de moeite waard vond.

De beursscènes alleen al zorgen hiervoor, en zijn een welkome afwisseling op de soms slaapverwekkende liefdesaffaires. Als iets in deze drie films de zinloosheid en leegheid van het menselijk bestaan, het gebrek aan echte communicatie en de vervreemding van mensen t.o.v. elkaar weergeeft, zijn het deze scènes wel. De menselijke waardigheid raakt onmiddellijk verloren in het absurde gegil over aandelen. In het tweede uur verliest Antonioni zich een beetje in de gesprekken tussen Delon en Vitti en wat ik met de laatste vijf minuten moet weet ik nog niet. Ondanks dat het opnieuw een vooral cerebrale ervaring was had ik het gevoel dat ik naar een intelligente film zat te kijken die iets boeiends te zeggen had over de mens en zijn maatschappij, in plaats van een koude exercitie in gekunsteldheid waarvan de betekenis, als die er was, voor mij achter slot en grendel bleef verborgen.

Dat idee had ik afgelopen avond wel enorm tijdens La Notte, die ik als de minste van de drie ervoer. Mastroianni en Moreau passen met hun acteerstijl mijns inziens niet in het koude, intellectuele universum van Antonioni, vooral Moreau met haar emoties vloekt met de rest van de film. Vitti staart beiden van het scherm af, maar helaas is haar rol deze keer zeer beperkt. Wel is de film soms heel mooi geschoten: esthetisch is het de beste film van de drie, en de voortdurend aanwezige muziek had ook best prettig kunnen zijn. Toch weet Antonioni met zijn kunstmatige personages en plot alle plezier eruit weg te jagen voordat deze kan beklijven.

De verontwaardiging waar l’Avventura aanvankelijk mee ontvangen werd en die Rik bij vele moderne kijkers nog altijd anticipeert, voelde ik niet bij die film maar wel tijdens het kijken van La Notte (ironisch, want juist de film die hem over de hele linie erkenning opleverde). Zo koud dat ik ervan bevroor, ondanks de hitte in de zaal. De eerste twee avonden had ik nog het gevoel dat het aan mij lag, dat ik het niet begreep. Maar nu had ik het idee dat het aan Antonioni lag dat ik eigenlijk al tijdens de openingsscène bijna alle interesse in de film verloor, die maar mondjesmaat in de ‘spelscènes’ eventjes terugkwam. Verder voelde alles een beetje als een herhaling van zetten en werd de thematiek op een nu al bijna afgezaagde manier behandeld naar mijn smaak. Ben ik dan toch de “verhaaltjeskijker in verwarring” waar Rik van spreekt? Volgens mij kan een film waarin niets gebeurd ontzettend interessant zijn, zonder dat het koud intellectueel spelletje wordt. En het veelvuldig mensen van achteren filmen kan ook hartstikke boeiende beelden opleveren.

Ik nodig de Antonioni-adepten die hier rondwaren uit mij tegen te spreken, de les te lezen en/of uit te leggen wat ik allemaal gemist hebt. Dit weekend ga ik in ieder geval nog Il Deserto Rosso en Blowup kijken, ik ben benieuwd of ik die meer zal waarderen. Waarschijnlijk schrijf ik daar volgende week nog een stuk over.

P.S.: De Koreakoorts keert binnenkort weer terug, zodra ik Antonioni enigszins verwerkt heb – in alle waarschijnlijkheid in de tweede week van juli.


Onderwerpen:


4 Reacties

  1. Erik Hagen

    Even kort: grappig dat jij “L’eclisse” als de betere ervaart en “La notte” als de minste. Ik voelde dat precies andersom. “La notte” raakte me direct in al zijn gevoelige gevoelloosheid en machtige machteloosheid – vooral het einde -, terwijl voor mij juist vooral “L’eclisse” wat meer voelde als een herhaling van zetten (waar je “La notte” overigens niet echt van kunt betichten als tweede film in de trilogie). “L’eclisse” had wat meer tijd nodig om aan te komen. Of misschien ook wel niet. Tijdens het kijken dacht ik steeds een hoop te missen, maar na er achteraf wat meer over gelezen te hebben lijkt dat wel mee te vallen. Ik ben volledig weggeblazen door deze trilogie en zal er nog flink wat dagen mee in m’n hoofd lopen denk ik zo. Heb nog nooit eerder iets dergelijks gezien.

    Ik zie je zondag weer bij “Blowup”.

  2. Rik Niks

    “Natuurlijk kon ik wel zien dat de personages onderling slecht tot niet konden communiceren of echt liefhebben, dat ze last hadden van een zekere doelloosheid en leegte. Maar de manier waarop dit gebracht wordt is zo steriel en kunstmatig dat het voor mij in eerste instantie een gesloten geheel bleef waar ik weinig mee kon.” Dit is min of meer de gewaarwording waar ik op doel met de stelling die je aanhaalt. De personages worstelen immers ook met de kunstmatige, steriele manier waarop de mensen met elkaar omgaan. Warmte is ver te zoeken, zelfs de warmte die men voor elkaar zegt te voelen heeft iets kils. Als kijker heb jij dit ook ervaren, niet alleen jegens de personages, maar ook jegens de film als geheel. Daarnaast is er de confrontatie die Antonioni met zijn ‘plottwist’ uitlokt. Als kijker vertrouw je op een (filmische) wereld waarin alles volgens bepaalde patronen verloopt, te voorspellen is hoe mensen zich gedragen. In werkelijkheid is dat natuurlijk een illusie, Antonioni pepert dat in door het aanvankelijk vertrouwd aandoende patroon ruw te onderbreken. In werkelijkheid gaan mensen bijvoorbeeld, zoals in L’Avventura, al snel weer over tot de orde van de dag, keren weer terug in hun pantser van afstandelijkheid. Doordat je (door films) vertrouwd geraakt bent met een totaal tegengestelde reactie van mensen in dergelijke gevallen, voelt dit aan als een confrontatie. Hoop dat ik mijn punt wat heb kunnen verduidelijken :)

    Misschien zie ik je vanavond nog bij Il Desserto Rosso. Wat mij betreft is die interessanter dan de voorliggende drie films, omdat daarin het palet aan menselijke verhoudingen uitgebreid wordt, tov de steeds weer herhaalde man-vrouw-relatie die inderdaad met name L’Eclisse doet aanvoelen als een herhaling van zetten. Blow Up zal echter de film zijn die je meest zal aanspreken verwacht ik. Deze is filosofischer van toonzetting en vergt een duidelijk andere benadering van de kijker dan de Italiaanse films.

  3. Kaj van Zoelen

    Ik ben benieuwd. Maar het is niet l’Eclisse die voor mij aanvoelde als een herhaling van zetten; dat had ik bij La Notte. l’Eclisse vond ik juist interessanter dan de eerste twee en ook iets fris, levendigs hebben dat de anderen niet hadden. Daarnaast past de ijzige Delon veel beter in Antonioni’s universum dan Mastroianni of Ferzetti, en voegt de scènes met zijn karakter ook nog iets toe in plaats van dat het alleen maar de man is die de vrouw wil verleiden maar geweigerd wordt.

    Wat betreft die tweede confrontatie: Ik had tijdens het kijken niet het idee dat met die “plottwist” (die ik niet als zodanig ervoer) een confrontatie werd uitgelokt. Dat vertrouwen in patronen van menselijk gedrag had ik niet echt van te voren, en het eerste gedeelte van de film vond ik ook allerminst vertrouwde patronen volgen. Van een ruwe onderbreking was dus geen sprake. En hoe is wat men in l’Avventura doet de orde van de dag?

    @ Erik: Ik vond helemaal niets gevoelig aan de gevoelloosheid en niets machtig aan de machteloosheid in La Notte. Zeker het einde deed me helemaal niks, doordat ik nooit het idee had naar mensen te kijken. Deze filmische constructen worden door de regisseur geheel steriel en koud gebracht, maar toch proberen de twee acteurs vergeefs dat met pathos te doorbreken. Dat lukt ze echter voor geen meter. Qua thematiek voelde het als een herhaling van zetten na l’Avventura, die daar wat mij betreft dan toch interessante dingen mee deed. En met die eerste confrontatie van Rik had ik het gisteren wel een beetje gehad. Dat werkt niet elke keer. Natuurlijk werden deze gevoelens van mijn kant versterkt doordat ‘t Hoogt besloten had eerst l’Eclisse te draaien, maar daar ligt het niet alleen aan.

  4. Jordi

    “La Notte” heeft mij eerlijk gezegd niet zo heel veel gedaan, hoewel (of: omdat) ik er bijzonder hooggespannen verwachtingen van had. Het grootste deel van de film was me té minimalistisch, té artificieel en té geconstrueerd. De leegte in de levens van de personages voelde ik juist minder doordat ze in “La Notte” constant afgeschilderd worden in verstilde situaties. Het laatste half uur van deze film was daardoor plots een heel stuk beter, omdat hier goed te zien is hoe eenzaam en oneindig de levens van de personages zijn temidden van de drukte, de ‘gezelligheid’, de rest van het leven. Dáár voelde ik die nacht waar geen eind aan leek te komen.

    “L’avventura” liet mij dit veel beter voelen – nog altijd is het één van de beste films die ik gezien heb. De film bleef lange tijd door mijn hoofd spoken toen ik ‘m voor het eerst gezien had, en ook bij herkijkbeurten kreeg ik de film niet snel van me afgeschud. Het zijn juist die fascinerende details die de film zo ijzingwekkend maken: inderdaad, wás haar dode lichaam nu wel of niet te zien? Was er na een minuut of twintig niet een haaienvin in het water te zien? En wat deed dat bootje daar na 27 minuten, dat zachtjes in de verte dobberende bootje waar niemand gewag van maakt, maar die wel als een soort controlepost richting het eiland gericht is? Het is een intrigerend mysterie dat de film weet te ontstijgen en in mijn gedachten blijft spoken.

    Daarin ligt voor mij ook het verschil tussen een meesterlijke en een aardige Antonioni: het mysterie. “L’avventura”, “Blow Up”, “Professione: reporter” en in mindere mate “Il deserto rosso” werken doordat er onder het narratief van leegte en eenzaamheid een centraal mysterie of geheim verscholen ligt, dat dienst doet als een soortement handvat voor de kijker. We raken geïntrigeerd door de wezenloosheid van de personages, maar voelen tegelijkertijd een vrij substantiële dreiging van het geheim of mysterie. We behouden het gevoel dat we ooit nog wel een antwoord zullen vinden. “La notte” en Antonioni’s vroege films, én zijn films na de jaren zeventig, zijn te doelloos, te minimalistisch, te vaag en te nietszeggend, waardoor er voor de kijker (althans voor mij) weinig meer overblijft om geïntrigeerd door te zijn. Het is het verschil tussen het duister waar niets te zien is, en het duister waar af en toe een lichtpuntje van een sigaret oplicht. De een is zwart en oninterpreteerbaar, de ander is slechts het begin van een langzaam ontvouwend mysterie. Kies zelf.


Reageer op dit artikel