Benny’s Video (1992)
Haneke en het kwaad

09-11-2009 | Henk Mul | Analyse
Regie:

Toen Hannah Arendt in 1963 verslag deed van het proces tegen Adolf Eichmann, trof zij in het beklaagdenbankje geen ijzingwekkende afgezant van Satan aan. De koddige ambtenaar had niets weg van enige vorm van radicaal kwaad en leek over evenveel kwade instincten te bezitten als elk ander onbenullig individu. Toch was deze man verantwoordelijk voor ontwrichtende gruweldaden, bureaucratische beslissingen die talloze Joden de dood hebben ingejaagd – enfin, het verhaal is bekend. Arendt typeerde zijn jarenlange handelen als banaal: het gebrek aan verbeelding en de loutere gedachteloosheid leidden hem er toe een van de grootste criminelen van de twintigste eeuw te worden. Eichmann was opgeslokt in het totalitaire systeem en had niets anders voor ogen dan het op een correcte wijze uitoefenen van zijn ambtelijke taak. Deze totale onthechting van de wereld komt mooi aan het licht als je in ogenschouw neemt dat hij zich zelfs tijdens executie nog bediende van formele ambtenarentaal. Kortom, het verontrustende aan Eichmann was dat hij zo motiefloos te werk ging, zonder dat het hem ook maar op een moment aan zijn geweten begon te knagen.

Dertig jaar na het proces richt Michael Haneke in Benny’s Video zijn cinematische blik in op een nageboorte van dit banale kwaad, de 14-jarige Benny. Deze junior Eichmann groeit op in het Duitsland kort na de val van de muur, een maatschappij sterk gekenmerkt door een doorgeslagen consumentisme en toegenomen aanwezigheid van mediavormen. De video(-8) vormt hierin het hoogtepunt en dringt als vanzelfsprekend ook binnen in het leven van de identiteitsloze tiener. Zijn leven bestaat uit het consumeren – en produceren – van een bombardement aan betekenisloze, maar verontrustende beelden en het leeghoofdig verorberen van McDonalds-happen. In deze pseudo-cultuur dwaalt Benny rond als een stil water zonder diepe grond en Haneke schroomt niet om deze alledaagse banaliteit in lange takes in beeld te brengen. De blik op deze ‘doorsnee’-wereld zou al snel kunnen leiden tot diepe verveling. Gelukkig heeft de regisseur wat verontrustende troeven in petto, waardoor we als kijker nooit in slaap zullen worden gesust. Naast de tot vier maal toe herhaalde slachting van een varken in het eerste half uur, voert Benny geheel onverwacht een rampzalige daad uit. Hij nodigt een ielig meisje uit bij hem thuis, eet in een zweem van burgerlijkheid een lauwe pizza aan de keukentafel en vermoordt haar een paar tellen daarop met een apparaat, waar normaliter varkens mee worden afgeslacht.

De koelbloedigheid van Benny lijkt aanvankelijk op een shock-toestand, een nietsontziende situatie die de wereld stil doet staan en waarin een zinvolle reactie niet mogelijk is. Maar de scenes die daarop volgen, brengen iets anders aan het licht: Benny reageert niet en elke vorm van emotie of geweten lijkt mijlenver verwijderd. Wat later toont hij een videoband – waarmee de moord is opgenomen – aan zijn ouders. Als kijker verwacht je dat de ouders hun ongeloof uiten en dan een panische spoedtocht naar de politie maken. Maar wat blijkt, de vader rationaliseert de situatie tot in het extreme en zoekt meteen naar een weldoordacht middel om de sporen van de moord uit te wissen. De wat labiele moeder is aanvankelijk van slag, maar ook haar – veroordelende – gedachten lijken te ontbreken. Naast de thematiek van ‘familie boven alles!’ lijkt hier zich eveneens de eerdergenoemde gedachtenloosheid te manifesteren.

Eichmann was ingebed in een totalitaire onderdrukkingsstaat; Benny daarentegen leeft in een omgeving van hypergemedieerd fastfood-kapitalisme. De twee maatschappijen verschillen radicaal, maar zijn toch allebei de voedingsbodem voor eenzelfde levenshouding. Over het hoe en waarom hiervan moeten de sociologen maar gaan bekvechten, feit blijft dat zich hier een zelfde vorm van het kwaad onthult: niet een kwaad zoals sommige mensen het graag voor ogen zien, maar een banaliteit van ongekende hoogte.

In het slotstuk van de film wendt Benny zich na een ‘sprankelende’ vakantie in Egypte tot de politie en biecht het hele voorval op. Zou het dan toch zijn gaan knagen? Maar nee, op de vraag van meneer de agent waarom hij het nu plotsklaps op tafel legt, geeft Benny niets anders te kennen dan een indifferent ‘gewoon, omdat’. Hier weerklinkt een geluid van iets eerder in de film, wanneer zijn vader aan hem vraagt wat het motief voor zijn daad is geweest. De reactie is er een waar de Duitsers in de recente geschiedenis patent op leken te hebben: ich weiss nicht.



1 Reactie

  1. theodoor

    Inderdaad een enorm schokkende film. Vernietiging zonder motief stond ook al centraal in het even sterke Der siebente Kontinent. Het beangstigende is in deze films is nog dat het motief het meest in de buurt komt van “gewoon, omdat het kan, waarom niet?”.


Reageer op dit artikel