Boss of my own body
Thief (1981) vs. Ali (2001)

6 augustus 2009 · · Beschouwing

Thief is in 1981 waar het allemaal mee begon. Michael Mann maakt weliswaar in 1979 al de tv-film The Jericho Mile, maar Thief is zijn eerste echte bioscoopfilm waarin hij voor het eerst de in de rest van zijn carrière terugkerende thema’s en visuele stijl uitwerkt. Twintig jaar later is Ali de afsluiting van een periode van Mann, voordat hij HD ontdekt. De twee films hebben een stuk meer gemeen dan de regisseur, en omdat de eerste een beetje vergeten is en de tweede onderschat wordt leek het me aardig door naar de gelijkenis te kijken beiden wat meer aandacht te schenken.

Frank , het titelpersonage van Thief is een echte Mann-protagonist: een macho individualist die ontzettend goed is in zijn zeer specifieke soort werk, en die opgesloten zit in dat werk én in de moderne, technologische wereld om hem heen. Het liefst wil hij daaruit stappen met een vrouw, maar hij weet niet hoe hij dat moet volbrengen. Zijn poging tot een gelukkiger leven dwingt hem zijn idealen te verloochenen: de onafhankelijke “boss of his own body”, zoals hij het zegt, gaat werken voor grotere gangsters om meer geld te verdienen en daarna ermee te kappen. Hij wordt gebruikt door hen en doordat hij zo lucratief is willen ze hem uiteraard niet laten gaan. Om hen te overwinnen en zijn vrijheid terug te krijgen, vernietigt hij alles wat hem en zijn vijanden lief is. Op deze manier graaft hij zijn eigen spirituele ondergang terwijl hij juist poogt het tegenovergestelde te doen, zoals in mindere of meerdere mate ook Neil McCauley (Heat), Vincent (Collateral) en Melvin Purvis (Public Enemies) dat doen.

Muhammad Ali levert in Ali een soortgelijke strijd om “boss of his own body te zijn en te blijven. Net als Frank heeft hij te maken met instituties die groter en machtiger zijn dan hem, en die zijn integriteit, identiteit en vrijheid bedreigen. Waar Frank kampt met de georganiseerde misdaad en de politie die allebei van hem willen profiteren, vecht Ali tegen racisme en de overheid, die hem jarenlang verbied te boksen nadat hij weigert in dienst te treden en naar Vietnam gestuurd te worden. Net als Frank is Ali een professional die ervan overtuigt is dat hij erg goed, zo niet de beste is in waar hij de kost mee verdient. Dergelijke trots en intense ervaring van het werk komt telkens terug in de films van Mann. Zulke toewijding kost de ‘helden’ altijd veel.

Maar de manier waarop Mann daartegen aankijkt is door de jaren veranderd. In Thief is er geen enkele compromis mogelijk – autonomie en persoonlijke eer boven alles, ook als dat alles kost. Maar twintig jaar later kijkt Mann daar toch anders tegenaan – Muhammad Ali bestrijd de wereld met een door hemzelf gecreëerd publieke persoonlijkheid. Het is niet ideaal, maar de enige mogelijke manier om daarnaast nog enige vorm van geluk en vrijheid te cultiveren. In die zin is Mann door de jaren heen wat toegeeflijker geworden tegenover de instituties van macht die het individu eronder houden.

Stilistisch heeft Mann zich enorm ontwikkeld sinds Thief. Natuurlijk zijn er nog altijd de vele lichtjes in het donker en de reflecterende oppervlaktes in de nacht, die vind je in bijna al zijn films tot en met zijn recentste (Public Enemies). Thief vormt daarop geen uitzondering. Maar zijn eerste film is ook duidelijk precies dat. Het blauw dat meestal scènes met koppels of over verlangen domineert, is nog niet te zien. De symboliek is nog vrij simpel (Mann is meestal vrij direct hierin, maar in Thief kan je echt weinig missen), en met kleuren doet hij nog vrij weinig. Het blauw domineert bijvoorbeeld nog niet scènes over verlangen of met koppels.

Ali is daarentegen de eerste film waarin Mann met HD camera’s filmt, hoewel hij dat nog spaarzaam doet. Functioneel is het echter al wel. Let vooral op de scène waarin Malcolm X wordt neergeschoten – Mann gebruikt zowel celluloid als HD om het gevoel vast te leggen: celluloid o.a. voor het vertragen van de beelden, en HD o.a. om de geweerschoten en het bloed zo helder pijnlijk mogelijk vast te leggen. Mann gaat na Ali nog veel verder met HD, maar de eerste stappen zet hij rond de eeuwwisseling. En zo ontwikkeld Mann zich zowel stilistisch als thematisch, zonder dat de aard van wat hij wil vertellen in twintig jaar echt veranderd is.


Onderwerpen: ,


1 Reactie

  1. Rik Niks

    Een regisseur waar ik bijna niets van gezien heb, dus je analyses lees ik met interesse, maar wat is de betekenis van de steeds terugkerende shots die je noemt (weerspiegelingen, lichtjes in het donker)?


Reageer op dit artikel