De regisseur gepersonifieerd als beeldend kunstenaar
Top 5: Schilders in film

30-09-2009 | Rik Niks | Lijst

Door een toeval zag ik afgelopen week achter elkaar twee films waarin de hoofdpersoon een kunstschilder is. Doordenkend valt op dat schilders veelvuldig films bevolken, zoals figuren met artistieke beroepen als (toneel)regisseur, acteur of schrijver vaker en bepalender opduiken dan bakkers, groentemannen en bouwvakkers. Een ideaal verlengstuk voor een regisseur die iets wil duiden rond kunstenaarschap, zonder dit zo direct te willen doen door een filmregisseur op te voeren. De beeldend kunstenaar is daarbij wellicht extra geliefd vanwege zijn visuele focus; niet voor niets hebben regisseurs vaak een achtergrond in die richting. Vijf uiteenlopende films waarin het hoofdpersonage (niet) schildert.

5. Vargtimmen (Ingmar Bergman – 1968)
Artiesten komen veelvuldig voor in het oeuvre van Bergman; schrijvers, actrices, toneelmeesters, troubadours en, zoals in Vargtimmen, schilders. Het is niet voor niets dat Vargtimmen stilistisch zeer onder invloed staat van Otto E Mezzo, want de schilder in deze film worstelt evenzeer met zijn kunstenaarschap. De schilderkunst lijkt voor Max von Sydow een haast therapeutische bezigheid geweest te zijn; een vorm om zijn innerlijke demonen te reguleren. Het kunstenaarschap, zo zegt hij, heeft hij nooit gekozen, het is een dwangmatig iets, dat slechts door zijn omgeving tot iets verheffends wordt gemaakt. Niet alleen ziet hij nu hoe weinig kunst voor de mensen betekent, ook is de inspiratie opgedroogd, zodat de demonen hem boven het hoofd groeien en Vargtimmen verwordt tot een gotische horrorfilm.

4. Performance (Nicolas Roeg-Donald Cammell – 1969)
Gangsterfilm of psychedelische trip? Op de vlucht voor collega’s die hem naar het leven staan schuilt gangster James Fox in een hip appartement dat waar men, afgesneden van de buitenwereld, volgens geheel eigen wetten en regels leeft. Appellerend aan een gevoel van artistieke vrijheid gedijt de excentrieke kunstenaar Mick Jagger wel in deze bandeloze levensvorm. Op het moment dat we hem, met Fox, voor het eerst zien is de man echter in een creatieve impasse. De kunstenaar die telkens gevoed moet worden met nieuwe impulsen, ziet in de gangster een rauwe agressiviteit die zijn werk ten goede kan komen. In het delirium dat volgt vindt dan ook vervlechting van beide personages plaats à la Persona.

3. Van Gogh (Maurice Pialat – 1991)
Kunstenaarschap is avonturierschap, en een fraaier voorbeeld dan Vincent van Gogh is ondenkbaar. De man die gedurende zijn leven slechts één schilderij verkocht, maar toch als een bezetene voor zijn kunst leefde heeft menig collegakunstenaar geïnspireerd. Ook regisseurs. Een intrigerende kijk op zo’n kunstenaarschap zien we in Pialat’s verfilming van zijn leven. Pialat mag graag bij de kijker levende mythes tarten, en als er iemand van mythische proporties is is het Van Gogh wel. Hij slaagt erin de kijker naar dit icoon te laten kijken zoals zijn tijdgenoten hem zullen hebben gezien: geen onbegrepen genie, maar een onaangepaste boerenlul die voor zijn omgeving regelmatig een pain in the ass is.

2. Scarlet Street (Fritz Lang – 1945)
De schilder in Scarlet Street, gespeeld door Edward G. Robinson, is een bankmedewerker die onbeholpen in de badkamer bijhobbyt. Wanneer hij gewaar wordt van de glamoureuze aantrekkingskracht die dit ambacht uitoefent op zekere mensen, laat hij zich het misverstand welgevallen dat hij een topkunstenaar is. In dit script van Georges de la Fouchardière (ook verfilmd door Renoir) wordt handig gespeeld met het mechanisme dat de economische waarde van kunst aan grote willekeur onderhevig is. Het is dit mechanisme dat de naïeve sufferd van een Robinson ten gronde richt; niet alleen wakkert het de hebzucht bij femme fatale Joan Bennett aan, aan het eind van de rit blijkt ook de glorie van artistiek succes hem slinks afhandig gemaakt.

1. Andrey Rublyov (Andrei Tarkovsky – 1969)
In de hele film zien we hem niet aan het werk, en pas in de laatste minuten zien we (in kleur!) iconen van zijn hand. De beroemde 15e eeuwse iconenschilder Andrey Rublyov waarover weinig biografische kennis is, is in de handen van Tarkosvky een weifelend man. Met zijn geloof, maar ook met zijn kunstenaarschap, die in dit geval met elkaar samenhangen. Een aardse, menslievende invulling weet hij niet aan zijn geloof te geven. Het geloof zoals dat om hem heen beleden wordt drukt als een juk op hem, wat de iconenschilderij voor hem tot een nietszeggende bezigheid maakt. Pas in de indrukwekkende slotscène ziet Rublyov, bijna letterlijk, het licht, en hervindt de spirit de kwasten weer op te pakken. Niet alleen koppelt Tarkosvky in deze uitzonderlijke biografie kunstenaarschap aan persoonlijke idealen, tevens is Andrey Rublyov een film over kunstenaarschap onder een juk, in religieus én autoritair opzicht.



2 Reacties

  1. Camera Obscura

    Interessant!

    Meende dat Andrei Rublev door Tarkovsky vooral als een soort metafoor is genomen voor de rol die ‘kunst’ of ‘kunstenaars’ zouden kunnen vervullen in de Sovjet-periode, zeker als je bedenkt dat het concept van ‘kunst’ of ‘kunstenaar’ bij Andrei Rublev zelf en zijn tijdgenoten niet gebruikt werd in de betekenis zoals wij die kennen (maar door Tarkovsky des te meer, tot vervelens toe).

    Misschien dacht Tarkovsky wel oprecht dat Andrei Rublev zichzelf als ‘kunstenaar’ beschouwde. Hij lijkt hem in elk geval zo te willen neerzetten, net als hij doet voorkomen dat mensen in de 14e en 15e eeuw het geloof beleefden zoals we dat nu beleven (moderne Godsbeleving, in den Here, vroom gedrag e.d.), iets wat niet erg waarschijnlijk is, maar dat maakt verder niet uit voor de beleving van de film als een soort zwanenzang op ‘kunstenaarschap’ of iets dergelijks. Juist die hele waaier aan potentiële anachronismen in een film als Andrei Rublev, die bij je andere voorbeelden niet of nauwelijks relevant is, maakt het tot een leuk voorbeeld, maar wel dusdanig anders dat het misschien handig is om kort aan te stippen dat Andrei Rublev wat moeilijker te vergelijken valt met de andere vier films. Ik bedoel, een 15e eeuwse iconenschilder versus laat 19e eeuwse en 20e eeuwse moderne kunst wil dan wel eens knellen als je gaat spelen met relatief moderne begrippen als ‘kunstenaarschap’. ;)

  2. Kaj

    Geen Killing of A Chinese Bookie?


Reageer op dit artikel