De verhaaltjeskijker in verwarring gebracht

17-06-2009 | Rik Niks | Column

Drie films zag ik afgelopen week: L’Eclisse (1962), Birth (2004) en, na euforische berichten op ons forum, Outer Space (1999). Een meer uiteenlopend pakketje films is nauwelijks denkbaar, maar alle drie, of beter gezegd: deze bundeling, zetten me weer eens aan het denken over de verhalende kant van cinema. Voor mij een van de meer ondoorgrondelijke facetten van film. Een absoluut antwoord op de vraag welke plaats het verhaal, de plot, in moet nemen in een film heb ik dan ook nooit kunnen formuleren. Een houdbaar antwoord bestaat vermoedelijk ook niet, maar het is verleidelijk er naar te zoeken.

Beroemd zijn de verhalen rond de première van Michelangelo Antonioni’s L’Avventura in Cannes. Hoe de critici de breuk met de traditionele filmvertellingen niet aankonden en de film uitfloten, hoe in een open brief kunstenaars en regisseurs Antonioni roemden om zijn vernieuwing op dit vlak, en hoe de film uiteindelijk toch de juryprijs kreeg en een klassiekerstatus verwierf. Het conventionele uitgangspunt van een verdwenen vrouw die door haar vrienden gezocht wordt, neemt een wending die door het door traditionele cinema geconditioneerde publiek niet begrepen werd. Zelfs nu nog zal de film bij velen in eerste instantie een verontwaardigde reactie oproepen. De wending was echter noodzakelijk voor het blootleggen van de menselijke tekortkomingen zoals Antonioni die signaleerde. In een conventioneel verteld verhaal was dat ook wel gelukt, want met dialoog valt immers elke lacune te vullen. Maar door de onverschilligheid waaraan de personages lijden te integreren in de vertelstructuur, wordt de kijker hiermee veel harder geconfronteerd. Zeggen dat de personages onverschillig handelen is één. Deze onverschilligheid door de kijker laten ervaren door zijn verwachtingspatroon te doorbreken (immers: een logisch verhaal impliceert logisch handelende (niet onverschillige) personages) is veel effectiever.

L’Eclisse is een stap verder in deze richting. In eerste instantie lijkt deze film minder te spelen met de verwachtingen van de kijker. Er is immers geen uitgangspunt op basis waarvan een vertrouwd aanvoelend verhaal geconstrueerd kan worden, en zeker niet zoiets spectaculairs als een verdwijning. Antonioni schenkt klare wijn met zijn van meet af aan plotloze film. Pas in de eindscène vindt een stijlbreuk plaats, als Antonioni vertelt door niet te laten zien. Een geniale vinding, die mij weer eens met volle teugen deed genieten van de creatieve manier waarop in dit soort abstracte cinema gebeurtenissen, een verhaal, uitgebeeld worden.

Een dag later vertoonde de televisie Birth, een mysterie rond een jongetje dat tegen een weduwe beweert de reïncarnatie van haar dode man te zijn. Waarschijnlijk veronderstelt elke film die men na L’Eclisse ziet enig aanpassingsvermogen, maar met dit oerconventionele product was het contrast wel heel groot. Hoewel het onderwerp van de film me boeide, was mijn eerste instinctieve reactie dan ook dat dit weer eens zo’n fantasieloos geconstrueerd verhaal is waar de grote filmfabrieken patent op hebben. Verdorie, waarom valt, op dit gebied, in dit soort films zelden ook maar een spatje van de originaliteit van bijvoorbeeld een L’Eclisse waar te nemen?! Even zo snel realiseerde me ook dat de vergelijking net zo flauw en zinloos is als het klagen dat een schilderij van Rothko de dynamiek van een Picasso mist. Blijft over de hels ingewikkelde vraag hoe ik de narratieve structuur van Birth moet beoordelen. Birth is geen verhaal om het verhaal, noch heeft het de pretentie de aandacht te vestigen op de verhaalstructuur. Dit laatste blijkt het beste uit de climax, als er een verklaring gegeven moet worden voor deze schijnbare reïncarnatie. Legio films zouden het mysterie aanwakkeren door de kijker te overstelpen met plotwendingen, zodat de aandacht alsnog op de vertelstructuur gevestigd wordt. Birth houdt het eenvoudig, zodat de indruk ontstaat dat de vertelstructuur is zoals een scheidsrechter van een voetbalwedstrijd: goed wanneer onopvallend.

Zoals L’Eclisse laat zien hoe door af te wijken van vertelconventies een nieuwe taal gevonden kan worden, en Birth wel vaart bij een structuur die op zijn best niet opvalt, zo zorgde de korte film Outer Space van Peter Tscherkassky voor nog weer een ander soort bewustwording. Namelijk dat de hang gebeurtenissen te kunnen plaatsen in een groter geheel misschien de meest instinctieve reactie is waarmee ik als kijker bewegende beelden benader. Deze film toont dat op een slimme manier aan: de film opent met beelden zoals we die kennen van vooral horrorfilms. Een vrouw loopt af op een onheilspellend ogend huis en gaat naar binnen. In ons hoofd zijn reeds nu allerlei verwachtingen gekweekt, maar dan gaat de film radicaal om. Beelden lopen door elkaar en over elkaar, scheuren in en gruis op het celluloid maakt het onmogelijk precies waar te nemen wat er gebeurt en de geluidsband is een onidentificeerbare potpourri. Toch zien we af en toe wat beelden die zich laten combineren met de openingsscène (zie bovenstaande foto). Deze beelden lijken haast een reddingsboei voor de kijker te vormen, want ik betrapte mezelf erop dat ik al snel bezig was uit deze brei een verhaal te destilleren: zien we hier een verkrachting? Vindt er een moord plaats? Is er drugs in het spel?

Concluderend kon ik na het zien van deze films stellen dat ik in verhaaltechnisch opzicht het meest genoot van L’Eclisse en Outer Space. Films waarin heel bewust omgegaan wordt met de vertelstructuur, zodat ook te doorgronden valt waarom keuzes op dit gebied zo uitvallen. Maar weet je wat? De ‘moeilijkste’ film vond ik misschien nog wel Birth, in al zijn conventionaliteit. Moet ik de gehanteerde structuur daarin maar negeren, omdat deze enkel een randvoorwaarde lijkt? Of maak ik dan een vergissing en valt ze wel degelijk te beoordelen aan de hand van criteria? En welke zouden dit dan moeten zijn, dezelfde als waarmee ik L’Eclisse beoordeel? Een Golf beoordeel je toch ook niet aan de hand van dezelfde maatstaven als een Porsche? Formele maatstaven vallen zonder twijfel te formuleren, maar in deze vergelijking gaat het originaliteit, iets dat veel moeilijker te kwantificeren is. Bovendien iets waar lang niet in elke film naar gestreefd wordt, in hoeverre moet je de makers er dan op afrekenen?

Outer Space is hier te bezichtigen



2 Reacties

  1. Alex

    ‘Outer Space’ (1999) vind ik zo geweldig omdat hij inderdaad met deze vragen speelt die jij stelt. In het begin zien we een vrouw een huis naderen en laat Tscherkassky de originele spanningsmuziek even horen. Meteen is duidelijk dat er iets staat te gebeuren: maar dat iets blijkt veel radicaler te zijn dan verwacht. Eerst deconstrueert Tscherkassky de vorm van de film: de vrouw en de setting blijven in balans, terwijl het ‘venster’ waardoor we kijken chaotisch en vaag wordt. Dan wordt deze vormdeconstructie langzaam uitgebreid naar vorm- en inhouddeconstructie: ook de setting binnen het huis wordt een complete chaos. Daarna gaat Tscherkassky nog een stapje verder: niet alleen het ‘venster’ en de inhoud van de film worden gedeconstrueerd, ook het medium zelf: we zien zijkanten van filmstrips voorbij komen en zowel de inhoud als het venster zijn even verdwenen in abstractie. We dachten dat er iets ernstigs met de vrouw ging gebeuren, maar dit had de kijker nooit voorzien. In zekere zin speelt hij dus met de verwachting van de kijker en hij deconstrueert de notie ‘plot’, maar tegelijkertijd kun je er nog steeds een plot in ontdekken: een vrouw nadert iets onheilspellends, en in plaats van een moordenaar, breekt de hele film uiteen. Dit is ook te zien als een soort intensivering van het plot. Wij zijn altijd op zoek naar ‘eenheid’ en sluitende betekenissen, dus het ligt misschien voor de hand om te neigen naar deze interpretatie, hoewel deconstructie steeds meer een gemeengoed aan het worden is en geaccepteerd/normaal zal worden. Dat Tscherkassky een bestaand verhaal (de film ‘The Entity’) gebruikt/bewerkt, versterkt het idee van een plotdeconstructie: hij opent een aanval op een bestaand verhaal, op hoe een horrorfilm in elkaar ‘hoort te zitten’. Voor de kijker is het alsof hij naar een ‘Outer Space’ kijkt: een vreemde wereld, waar hij kijkt naar dingen die ongewoon zijn in de filmwereld.

  2. Mirocube

    In wezen heeft Tscherkassky de essentie van de horrorfilm niet verandert, enkel aangepast aan het medium: in The Entity is het een onzichtbaar monster, in Outer Space is de film zelf het monster. Outer Space is het perfecte voorbeeld van hoe men een concept aanpast aan het medium.


Reageer op dit artikel