Familiefilms met scherpe randjes.
Over Coraline, Disney, Ray Harryhausen, Roald Dahl, traumatische ervaringen en die vreselijke Jonas Brothers.

13-06-2009 | Theodoor Steen | Column

Ieder kind groeit op met Disney. Vrolijke dansende en pratende diertjes. Ondanks dat ieder kind een trauma heeft vanwege de dood van Bambi’s moeder zijn het toch vooral films die de gezelligheid vieren. Films waarin het goede overwint, het kwade niet al te kwaad wordt en er plaats is voor vrolijke voetnoten en kleurrijke sidekicks. Op een bepaald punt in onze filmontwikkeling gaan we over naar actiefilms, of thrillers, of avonturenfilms, en er is eigenlijk weinig te vinden wat daar tussen valt. De Indiana Jones-films zijn voor veel kinderen jeugdsentiment, maar deze richten zich niet meteen op een jeugdig publiek, en hetzelfde geldt eigenlijk voor Star Wars. Er zijn slechts een selecte groep films te bedenken voor de tussengeneratie (niet toevalligerwijs vrijwel allemaal afkomstig uit de jaren 80), met als voornaamste aanvoerder The Goonies.

Als er één ding duidelijk wordt over de hedendaagse Amerikaanse jeugdfilm is dat het vooral niet te eng moet zijn, of te gewaagd. De films van Pixar zijn hierop een kleine uitzondering, maar missen toch een scherper randje wat in de jaren 80 nog wel aanwezig leek te zijn. Kinderen worden nu voornamelijk beschermd door hun ouders voor dingen die te eng lijken te zijn, of die als grof worden opgevat, of zelfs gewaagd. Films van nu gaan niet zo zeer door de knieën voor kinderen maar voor de ouders. Als je ziet dat het populaire Amerikaanse jeugdvermaak lijkt te bestaan uit dezelfde eenheidsworst (met uitzondering van Pixar en een enkele Dreamworks-film), en de Miley Cyrussen en de Jonas Brothers floreren in dit klimaat.

Toch is dit niet een tendens van de laatste jaren. Ik zag onlangs een compilatiedvd van het vroege werk van Ray Harryhausen, waar de beste man zijn versie van Roodkapje inleidde door te vertellen dat hij het originele verhaal te gruwelijk vond. Ik weet niet welke versie jullie vroeger hoorde, maar in mijn verder vrij conservatieve gezin werd wel de versie verteld waarin Roodkapje en Oma opgegeten worden door de wolf (de originele versie van Grimm ging echter nog wat verder). In Ray Harryhausen’s versie worden oma en Roodkapje verjaagd door de wolf. Walt Disney had dan nog het lef om Bambi’s moeder echt dood te laten gaan.

Maar mijn cynisme werd enigzins doorbroken door een film die ik pas zag, overigens ook de aanleding voor deze uitgebreide rant: Coraline. Henry Selick en Neil Gaiman sloegen de handen ineen voor het verhaal over het jonge meisje Coraline, die een wereld ontdekt die lijkt op de onze, maar waarin een kwaadaardige versie van haar moeder de dienst uitmaakt. Deze versie van Alice in Wonderland wordt opgeleukt met een gimmick die erg goed werkt: in de andere wereld draagt iedereen knopen als ogen, en als Coraline wil blijven zal ze zich moeten aanpassen. Daarmee bedoel ik dat ze knopen in haar ogen moet naaien met een hele scherpe naald. Je reinste nachtmerrie film. Het is een gegeven waar een Argento of een Svankmajer zich enorm mee had kunnen vermaken.

Terwijl ik in de bioscoopzaal zat kreeg ik flashbacks naar mijn eerste filmervaringen die enorme indruk maakte. De eerste was Bambi. Mijn eerste filmliefde en mijn eerste filmtrauma (de dood van Bambi’s moeder vult al jaren de nachtmerries van kinderen). De tweede was Indiana Jones, een reeks films die ik zag op te jonge leeftijd, maar die ik helemaal geweldig vond. De derde was The Witches, die me de stuipen op het lijf jaagte, maar die ik wel keer op keer wou zien. En de vierde was Alien, die ik zag toen ik negen was (veel en veel te jong), er voor zorgde dat ik dagen niet meer sliep en at, en die me erg overstuur maakte. Allemaal films die mijn filmliefde gevormd hebben. Twee jaar na het Alien-incident had ik hem driemaal gezien. Het vormde mijn filmsmaak, de horror had een onweerstaanbare aantrekkingskracht, paradoxaal genoeg. Coraline liet me weer voelen als dat zes jaar oude jochie die Indiana Jones keek, en het negen jaar oude jochie die begon te gillen bij Alien. En terwijl ik Coraline bekeek dacht ik aan al deze momenten, die me totaal van slag brachten, maar die een onweerstaanbare aantrekkingskracht hadden. Ik werd als het ware teruggebracht naar die vreemd nostalgische momenten.

Om mijn punt kracht bij te zetten zal ik een naam moeten aanhalen van één van mijn jeugdhelden, en ook een grote inspiratiebron voor Coraline-regisseur Henry Selick. Roald Dahl schreef gruwelijke boeken, met bizarre elementen die erg populair waren bij kinderen. Ook bij mij. Mijn ouders lieten het toe, maar het was niet voor elke ouder in mijn omgeving vanzelfsprekend dat Roald Dahl gelezen werd. Veel ouders van schoolgenootjes vonden het ver gaan (zeker in de gereformeerde kringen waar ik in opgroeidehad men er moeite mee), maar ik als jochie zat met een rooie gloed op mijn wangen te lezen. Roald Dahl begreep precies wat ik spannend en eng vond, en hij wist me mee te slepen in zijn avontuurlijke en gruwelijke werelden. Hollywood heeft echter nog maar weinig boeken van Roald Dahl op een trouwe manier verfilmd (en als ze verfilmd worden blijven ze relatief subversief en scherp, zoals Selick’s James and The Gaint Peach en Roeg’s The Witches). Hollywood wil namelijk geen boze brieven van ouders. Ouders willen hun kinderen beschermen en slaan hierin wel eens door. Maar Hollywood gaat graag door de knieeën voor de ouders, in de overtuiging dat ze door de knieën gaan voor de kinderen. Maar kinderen kunnen meer aan dan we denken. Roald Dahl begreep dat, en Henry Selick begrijpt dat ook.

Coraline ademt de geest van Roald Dahl, en de geest van Lewis Carroll, die het eveneens begreep. Het is een horrorfilm voor wat oudere kinderen. Er is plaats voor angst, en de film zal voor jonge kinderen behoorlijk eng zijn. Maar tegelijkertijd is de protagonist een krachtig kind, die haar ouders moet beschermen. Ze is op metaniveau bijna een bewijs van mijn stelling: het kind kan meer aan dan de ouders, en de fantasie van het kind overwint. De ouders zitten te vast in hun verstokte wereld, waarin ze boze brieven schrijven aan Henry Selick vanwege het voorkomen van een bijna naakte vrouw in Coraline (tenminste, dat zou ik verwachten wanneer je bedenkt waarover sommigen bekrompen ouders durven te klagen). Zonder de sterkte en positieve boodschap richting kinderen om mondig te zijn eruit te pikken. Want het kind is hier de meest intelligente. Zoals Roald Dahl al leek te beseffen. En Henry Selick dus ook.



7 Reacties

  1. Erik Hagen

    Prachtig artikel, Theo. En heel herkenbaar ook. :-) Binnenkort toch maar eens naar “Coraline”, dus.

  2. Ricardo Berentsen

    Eens met Erik. Tof artikel. Zelfs ik vond Coraline bij vlagen best eng en ik zat me ook de hele tijd af te vragen hoe dit een kinderfilm kon zijn. Wat weer een naar gevolg is van de bekrompenheid waarmee kinderfilms tegenwoordig worden gemaakt.

  3. Jordi

    Héérlijk onderwerp, prachtig stuk, Theodoor. Erg fijn om te weten dat ik, met mijn levenslange fascinaties voor Roald Dahl, Tim Burton, Terry Gilliam en aanverwanten, niet de enige niet-emo/-goth ben ;)

  4. Theodoor

    Dank jullie wel voor jullie reacties. Ik vind het mooi om te horen dat ik niet alleen sta in mijn ergernissen rondom het huidige kinderfilm klimaat. Gelukkig zijn er inderdaad nog enkele filmmakers die mijn ongelijk bewijzen.

  5. HenkMul

    Leuk stuk inderdaad. Ik kon me echter op geen enkele moment aan de indruk onttrekken dat elke vocale verklanking van Coraline werd geproduceerd door de pompeuze zelfgenoegzaamheid van Amerika’s meest walgelijke kindsterretje, Dakota Fanning. Enige spanning of angstgevoel was daardoor ook ver, heel ver te zoeken.

  6. Guido

    Ik ben erg benieuwd naar Coraline; zwarte humor voor jong en oud, die neigt naar Roald Dahl maakt mij altijd nieuwsgierig. Toevallig had ik vorig jaar sinds een hele lange tijd een ‘Roald Dahl gevoel’, te weten bij het fantastische Estômago.

  7. Theodoor

    Het is niet zozeer de zwarte humor, als de ziekelijk spannende sfeer. Iets wat bij Roald Dahl ook aanwezig was in De Heksen, en Mathilda. Die boeken waren vrij hard en smerig voor een kinderboek.


Reageer op dit artikel