




Lola Montès (1955)
05-08-2009 | Rik Niks | Recensie
Regie: Max Ophüls

“Dance is motion, not emotion”, zo waren de gevleugelde woorden van de vorige week overleden danslegende Merce Cunningham. Hij ageerde daarmee tegen het drama en de verhalende kracht die dans volgens velen dient uit te drukken; beweging, dat is waar dans om gaat. Ik moest daar aan denken bij het zien van Lola Montès, Max Ophüls laatste film. Weinig regisseurs die zo bezig zijn met beweging als hij, en ja, ook bij hem drukt deze fascinatie de emoties van het drama naar de achtergrond. Een regisseur als Stanley Kubrick is duidelijk schatplichtig aan de van oorsprong Duitser, en zijn zwanenzang kon wel eens het meest duidelijke product van zijn regiestijl zijn.
Lola Montès is een haast Citizen Kane-achtige film, gemaakt met het op dat moment grootste budget voor een Franse film ooit. Een speurtocht in het leven van de historische figuur Lola Montez, die minnaars als Franz Listz en Koning Ludwig I verslond, en (in deze film) eindigt als circusact. Wat het filmjournaal in Citizen Kane is, een oppervlakkige beschrijving van het publieke leven van magnaat Kane, is de circusact in Lola Montès. Peter Ustinov als circusmeester vertelt, verpakt in een schreeuwerig en evenzo leeg programma, over het leven van de danseres annex courtisane. Dit is de raamvertelling waarbinnen we met flashbacks episoden uit het leven van Lola Montès zien.
Is in Citizen Kane een journalist, en daarmee de kijker, op zoek naar betekenis van Kane’s laatste woorden, in Lola Montès is het Rosebud vooral de vraag hoe ze zover kon zinken dat ze tussen dwergen en plein public deze vernedering moet ondergaan. In beide films zien we mensen die een overdaad hebben aan hetgeen ze altijd verlangden (geld en macht, respectievelijk passionele liefde), maar desondanks onderweg iets belangrijks kwijt zijn geraakt. Veelzeggend moment is als Lola Montès in de coulissen het kindersterretje tegenkomt dat de jonge Lola speelt: “vind je het leuk?”, “ik zou willen dat het altijd zou duren”. Maar waar Rosebud een licht werpt op Kane’s werkelijke karakter, zal dat ook moeten gelden voor de Rosebud in Lola Montès. Al of niet bewust, dit gebeurt niet. Een grote zwakte van de film, dat dit intrigerende gegeven als een voldongen feit wordt gepresenteerd. Daarmee blijft Lola Montès een gesloten boek, emotieloos als ze ook is.
Daarmee zijn we weer bij het citaat van Cunningham. Het drama dat dit leven onherroepelijk herbergt wordt in de kiem gesmoord, de perfectie van het verhaal is van minder belang. Beweging dus. Beweging impliceert haast noodzakelijkerwijs weinig montage, en bij Ophüls dicteren de lange, vloeiende dollyshots dan ook altijd. De personages zijn vrijwel altijd in beweging, opdat er voor Ophüls ook noodzaak is deze te volgen. Voor dialogen past hij weinig het shot/countershot principe toe, maar als hij dat doet dan heeft dit ook direct een vertellende waarde. Meestal zal Ophüls er echter naar streven personages in één shot te vangen. Dit laat hij niet alleen afhangen van de camerabewegingen, het is ook een zorgvuldige positionering van de acteurs die bepalend is. Een mooi voorbeeld is een scène met op de voorgrond Lola Montès en toekomstige man, terwijl op de achtergrond een dialoog gevoerd wordt tussen moeder en minnaar. Subtiele camerabewegingen die beide dialoogtaferelen in beeld houdt, tot de camera iets omhoog zwenkt. Wanneer de camera weer omlaag gaat blijkt Lola gevlucht.

Een ander opvallend aspect van de mise-en-scène is de wijze waarop kaders binnen het beeld zelf worden gecreëerd. Dit was Ophüls eerste widescreen productie (ook zijn eerste kleurenfilm), een formaat waar hij geen liefhebber van was. Vaak versmalt hij het beeld door zijkanten donker te maken, of irisshots te gebruiken. Inventiever echter is het voortdurende gebruik van objecten waarmee nieuwe kaders ontstaan (zie bovenstaande still). Kandelaars, trapezes, touwen en allerhande ornamenten doorsnijden het beeld veelvuldig. Waar menig regisseur de gezichten van de personages te allen tijde zichtbaar zal willen houden laat Ophüls deze vaak schuilgaan achter objecten, of zelfs helemaal opgaan in de altijd barokke decors. Dat het wat gezocht aandoet komt niet door Ophüls: goedbeschouwd is de cleane mise-en-scène van bijna alle andere regisseurs tegennatuurlijk! Het vertellende motief lijkt dat de personages op eigen eilandjes leven, nooit nader tot elkaar komen.
Is Lola Montès nu een film over een femme fatale die van haar voetstuk valt? Ja, maar het is ook een film over de voyeuristische (film)kijker. De film opent met het openen van de toneelgordijnen en eindigt met de sluiting daarvan, waarmee we feitelijk in de positie van de opgehitste circusbezoeker worden geplaatst. We komen ons vergapen aan het spektakel dat over de rug van deze vrouw wordt gegenereerd. Of valt dat wel mee? Aan mijn oprechte interesse in het karakter Lola Montès werd door Ophüls nauwelijks gehoor gegeven, zodat, of ik wil of niet, inderdaad weinig overblijft dan het spektakel Lola Montès te beleven.

Forum
Op 06-08-09 om 19:03 #
Interessant en zeer goed geschreven artikel. Heb je hem op dvd? Kan ik hem anders van je lenen, mocht je komen volgende week?