Grootse rebellen in zorgeloze Technicolorwereld
Rebel Without A Cause (1955) en Bigger Than Life (1956)

20-01-2009 | Rik Niks | Double bill
Regie:

De eerste keer dat ik Rebel Without A Cause zag viel deze film me wat tegen. Vandaag de dag is het idee van de rebelerende tiener lang zo fris niet meer als het anno 1955 geweest moet zijn, toen tieners nog nauwelijks een specifieke doelgroep voor film- en televisiemakers vormde. Maar omdat ik Rebel vlak na het één jaar jongere Bigger Than Life nogmaals zag viel me wel op dat de film universeler te beschouwen is dan enkel een film over een recalcitrante puber op weg naar volwassenheid. Sterker nog, de factor leeftijd buiten beschouwing latend, valt op dat hoofdpersonen James Dean (Rebel) en James Mason (Bigger Than Life) een aantal overeenkomsten vertonen en in essentie een zelfde soort druk het hoofd moeten bieden.

Het is niet toevallig dat beide films van de hand van dezelfde regisseur zijn. Nicholas Ray was door zijn weinig conformistische leefstijl een vreemde eend in de bijt die Hollywood heet en dat vertaalde zich in zijn films, waarin vaak outsiders centraal stonden. Bijna zijn hele oeuvre kwam tot stand in de periode 1948 – 1960, een periode waarin het Amerika zeer voor de wind ging en onbeperkt geluk ieders deel leek. De tijd van groene gazons, ieder gezin een tv en duidelijke rolpatronen waar iedereen zich prettig bij voelde. Iedereen? Niet Nicholas Ray, die o.a. in Rebel en Bigger Than Life het verstikkende effect van deze maatschappij op het individu toonde. Ironisch genoeg in Cinemascope & Technicolor, nog zo’n symbool van de jaren 50, waarmee doorgaans de prachtigste fantasiewerelden opgetrokken werden. Let op de dieprode accenten in beide films!

Bigger Than Life opent met leraar Ed Avery die alle zeilen bijzet om te voldoen aan het geldende ideaalbeeld. Hij wordt sympathiek gevonden door zijn collega’s, zijn leerlingen kunnen met hem overweg en dankzij een bijbaantje dat hij, veelzeggend genoeg, verzwijgt voor zijn vrouw voldoen ze aan het beeld van geslaagd Amerikaanse middenklassengezin. Echter heeft hij aanvallen die slechts in toom zijn te houden met een nieuw medicijn waarvan de bijwerkingen nog onbekend zijn. Gaandeweg toveren de medicijnen hem om in een man die door zijn instinctieve, non conformistische gedrag iedereen tegen zich in het harnas jaagt. Zijn vrouw en zoon menen dat hij veranderd is, maar veleer lijkt de vraag of we nu pas de echte Ed Avery zien en het juist de maatschappij was die hem voorheen getransformeerd had in een man die braaf de rol speelde die van hem verwacht werd.

Het idee van het moeten innemen van medicijnen om jezelf te kunnen zijn in een verstikkende maatschappij is natuurlijk vreselijk ironisch, zoals Bigger Than Life op een fantastische manier vol ironie zit. Mede daardoor een rijkere, meer gelaagde film dan Rebel, waarbij het allemaal wat minder latent is wat er gebeurt. Jim Stark komt ook in opstand tegen het keurslijf dat geëist wordt, en heeft het daarbij vooral op zijn ouders gemunt. Met name zijn vader kan op zijn minachting rekenen, omdat die te laf is tegen zijn overheersende vrouw in opstand te komen. Lafheid, de lijm die de gekunstelde samenleving bij elkaar houdt. Als door een wesp geprikt reageert Jim dan ook als hij daarvoor wordt uitgemaakt; het is juist zijn drive moed te tonen. Niet ten opzichte van een meisje of de meest gevreesde bende van de school, maar ten opzichte van zichzelf. En dus loopt hij na een dodelijke ongeluk waar hij bij betrokken was met hetzelfde gemak naar de politie als waarmee hij eerder de beroemde chicken-run reed.

De man-vrouw verhoudingen spelen in beide films een belangrijke rol. Zoals gezegd is in Rebel Jim’s vader een watje geworden dat enige vrees voor zijn vrouw heeft. Met lede ogen ziet Jim aan hoe de man op een gegeven moment op zijn knieën snel een omgevallen bord eten opruimt, als de dood dat zijn vrouw erachter komt. Het machtsevenwicht in Bigger Than Life is aan subtiele wisselingen onderhevig. Aanvankelijk verbergt Ed Avery zijn bijbaantje voor zijn vrouw om gezichtsverlies te voorkomen, maar de medicijnen nemen alle remmingen weg en zo domineert hij zijn vrouw volledig, terwijl het aan het eind juist weer dubbelzinnig is bij wie de macht in de toekomst komt te liggen.

Een derde thema dat in beide films opduikt is de vader-zoon verhouding. Ditmaal gaan de punten naar Rebel, waar Jim zowel zoon is, als vaderfiguur voor een jongere vriend die geen ouders meer heeft. Furieus is hij dat zijn vader het nooit voor hem opneemt. Vastbesloten dat zelf beter te doen maakt hij in zijn grote emotionele betrokkenheid juist fouten die hij anders niet gemaakt zou hebben. De moeilijkheid van een goed vaderschap krijgt in Rebel een scherpe en eerlijke uitwerking, terwijl Ray in Bigger Than Life een balletje durft op te gooien over de oprechtheid van ouderlijke liefde voor kinderen. Een hoogtepunt daarin is Ed Avery’s rede op een ouderavond waarin hij de ouders shockeert met zijn minachtende houding jegens kinderen. Ook vermaard is zijn reciteren van het Bijbelse verhaal van de offering van Isaak, waarbij hij onomwonden stelt dat God fout zat door Abraham te weerhouden de fatale messteek te laten uitvoeren.

Rebel Without A Cause is door het tragische lot van James Dean (hij reed zich 1 maand voor de première van deze film met zijn Porsche te pletter) de film die we ons nu het beste herinneren van Nicholas Ray. Bigger Than Life is misschien wel zijn beste film. Tezamen is het een aanval op een gekunstelde, oppervlakkige maatschappij. Onder het schijnbaar oubollige laagje tijdloos.



3 Reacties

  1. Bram Ruiter

    Prachtig artikel dat me erg benieuwd maakt naar beide films. Rebel heb ik al liggen (in een mooie James Dean DVD box), maar is Bigger Than Life ook enigszins goedkoop en makkelijk te verkrijgen? Ik ben bang echt verslaafd te raken aan deze jaren ’50 technicolors. Verder nog aanraders?

  2. Rik Niks

    Van Bigger Than Life heb ik zelf de BFI-uitgave. Niet vreselijk duur, maar met een boekje met diverse lezenswaardige artikelen en o.a. een uitvoerige dialoog tussen Jonathan Rosenbaum en Jim Jarmusch absoluut de moeite waard. Aanraders? Bigger Than Life was voor mij een eye-opener, waar het doel van eerdere jaren 50 melodrama’s (Sirk etc.) een beetje langs me heen ging. Moet dat zelf dus weer eens proberen, want eigenlijk is de insteek waarmee dergelijke films werden gemaakt wel interessant. Wat betreft Nicholas Ray heb ik nog een tweetal recensies op het forum staan, misschien dat je daar wat mee kunt.

  3. Rob Comans

    Ik ben eerder van mening dat Nicholas Ray in ‘Bigger Than Life’ redelijk duidelijk maakt dat James Mason toch echt aan gevaarlijke megalomanie begint te lijden agv de medicatie die hij gebruikt.

    Los van de titel, die sowieso weinig goeds voorspeld in de conformistische jaren ’50, en de tagline: ‘The story of the handful of hope that became a fistful of hell’ (waarmee het zgn. wonder medicijn Cortisone wordt bedoeld) zijn er een aantal scènes die, volgens mij, duidelijke indicatoren zijn voor het feit dat met ‘Bigger Than Life’ Ray niet zozeer de kleinburgerlijke jaren ’50 moraal op de korrel neemt, maar eerder een ‘cautionary tale’ af wil leveren over wat de gevolgen kunnen zijn van narcistische zelfoverschatting en het uit de pas lopen met de tijdgeest en de samenleving, en het gezin als brandpunt van die samenleving.

    Ik bedoel de volgende scènes:

    - Wanneer James Mason zijn onorthodoxe onderwijs theorieën ventileert tegenover ouders van kinderen in zijn klas (“Childhood is a congenital disease – and the purpose of education is to cure it. We’re breeding a race of moral midgets”) noemt hij jeugd een geboorteafwijking, en onderwijs een manier om deze afwijking te genezen. Vreemde, om niet te zeggen misantropische, denkbeelden voor een onderwijzer…

    - Wanneer Mason zijn vrouw kleineert en haar verwijt dat zij niet zijn intellectuele gelijke is. Dit terwijl hij zelf moet schnabbelen als taxichauffeur omdat hij de eindjes niet aan elkaar kan knopen.

    - De scènes waarin Mason zijn zoontje terroriseert: let op hoe Mason tijdens de scène waarin hij zijn zoontje zijn huiswerk laat maken op een dreigende manier boven hem uittorent.

    - Met name de scène waarin hij zijn zoontje wil doden (verwijzend naar het bijbelse verhaal rondom Abraham die door God gevraagd werd zijn enige zoon Isaak te offeren) en en passant dit verhaal herschrijft, omdat hij tot de conclusie gekomen is: ‘God was wrong’. Dit is echt de meest overduidelijke vorm van hybris in een jaren ’50 film: the ultimate no-no.
    Ook laat Ray op een visuele manier zien dat er iets mis is met de realiteitszin van Mason’s personage: let op het vertekende perspectief, de rode kleurenfilters en de vreemde hoeken van waaruit de camera de gezichtspunten van Mason weergeeft, later in de film: allemaal indicatoren dat er iets grondig mis is met Mason’s perceptie van de wereld om hem heen.

    Mocht je geïnteresseerd zijn in een jaren ’50 film die de kenmerkende conformistische tijdgeest ongenadig fileert (in zuurstok Technicolor):
    ‘All That Heaven Allows’ (1955) van regisseur Douglas Sirk doet precies dat. Hetgeen verwonderlijk mag heten, gezien het feit dat hij bekend stond als ‘King of the Weepies’ en ‘Master of Melodrama’.
    Regisseur Todd Haynes maakte in 2002 een zeer verdienstelijke remake:
    ‘Far from Heaven’, maar het is verstandig om met het origineel te beginnen, daar beide films op een aantal subtiele plotpunten wezenlijk van elkaar verschillen.


Reageer op dit artikel