Het beste van een grimmig 2008

07-01-2009 | Rik Niks | 2008, Lijst

Een handvol films uit het achterliggende jaar is meestal de oogst aan het eind van het jaar, veel meer heb ik er doorgaans niet zien. Daarvoor ligt mijn interesse teveel bij klassiek werk. Vermeldenswaardig in dat opzicht waren de uitgebreide retrospectieven van Luis Buñuel en Ingmar Bergman, waarbij die laatste door het hele land trok. Ook het mini-Hitchcock-overzicht mag niet onvermeld blijven. Maar goed, 2008: een uitstekend jaar! Bijna alles wat ik zag was minimaal zeer de moeite waard. En wat beter is: bijna nooit had ik het idee dat platgetreden paden werden bewandeld. Misschien een kwestie van het weten te vermijden van de echte troep, maar mijn top 5 bestaat dan ook louter uit oorspronkelijke films die werkelijk wat toevoegen aan het bestaande aanbod.

The Dark Knight (Christopher Nolan)
Of dit werkelijk de op vier na beste film van 2008 was weet ik niet. Ik had hier ook kunnen kiezen voor het kwalitatief misschien wel betere Le Silence de Lorna of Paranoid Park, maar in plaats van de zoveelste (interessante, daar niet van) nuance binnen het oeuvre van respectievelijk de Dardennes en Van Sant, is het aardiger om deze flinke stap in de ontwikkeling van de blockbuster te noemen. Althans, laten we hopen dat het een volgende stap is, en dat grimmigheid, een serieuze poging tot intelligente karakteruitdieping en een genuanceerd beeld van goed en kwaad geen zaken zijn die bij voorbaat geschuwd worden in een grote actiefilm. Onafwendbare chaos was bovendien zelden zo overtuigend neergezet in een actiefilm.

4. Entre Les Murs (Laurent Cantet)
Buitengewoon acteerwerk, humoristisch en dialogen die me op het puntje van de stoel hielden: voldoende voor een amusante speelfilm, maar het bijzondere van Entre Les Murs is dat het geen spetterende fictie betreft, doch de banaliteit die we allemaal hebben doorstaan: school. In een filmische werkelijkheid krijgen de herkenbare dialogen echter een nieuwe dimensie en blijkt de verhouding leraar-leerling opeens van een diepgang die je voorheen nooit zo opviel. Weliswaar mist het knuffelgehalte van Être Et Avoir, toch is in dit lijstje Entre Les Murs de film die nog het meest de feel good film benadert. Zonder dat hedendaagse problemen verzwegen worden, ga je, bedoeld of niet, opeens zien waarom mensen les willen geven aan onuitstaanbare pubers.

3. Hunger (Steve McQueen)
2008 was voor mij het jaar van films die er in slaagden van film kijken een fysieke vertoning te maken: de intense grimmigheid die de gehele top 3 domineert resulteerde telkens in een steen-in-de-maag-gevoel, wat ik gemakshalve maar interpreteer als een kwaliteit. Regelmatig het gevoel weg te willen kijken. Of de oren dicht te willen stoppen, want ook het geluid wordt prominent ingezet om de hogedrukketel die de gevangenis in deze film is invoelbaar te maken. Maar hoe heftig soms ook, debutant McQueen verliest zich hier niet in. Serene passages wisselen dit geweld af en in die wisselwerking schuilt de kracht van Hunger. Het sterke gebruik van beeldtaal doet vermoeden dat we nog veel plezier aan deze van oorsprong beeldend kunstenaar gaan beleven.

2. No Country For Old Men (Joel & Ethan Coen)
No Country For Old Men was dé film die me begin 2008 onvoorwaardelijk omverblies; de beste thriller van de laatste jaren, met een van de meest memorabele schurken ooit. Fascinerend is het te zien hoe misdaad een volledig op zichzelf staand universum is in deze film. De enkele keren dat jager of gejaagde in aanraking komen met de gewone maatschappij straalt de onwennigheid hiermee er vanaf. Aan het eind van de film wordt er flink gepuzzeld, en dat is ook de reden dat mijn beeld over deze film inmiddels enigszins diffuus geworden is, waar de nummer 1 in de tussentijd enkel aan kracht gewonnen lijkt te hebben:

1. There Will Be Blood (Paul T. Anderson)
Na dat ik deze film zag was dit voor mij nog niet de beste film van het jaar. Het in-your-face drama heeft even moeten bezinken, en zoals zo vaak blijft na verloop van tijd de essentie bij en is reeds vergeten dat deze film zijn kijkers soms aardig op de proef stelt. Een klootzak eerste klas, in een levenslange strijd tegen concurrerende oliebaronnen, even zo fanatieke christenen, bloedverwanten, ja, misschien wel: het leven in zijn totaliteit. Geen film om vrolijk van te worden; zo’n haat jegens de wereld zag ik zelfs in Taxi Driver niet, maar dit gelaagde werk heeft alle potentie om naar een zelfde status toe te groeien. Niet alleen een compromisloze karakterstudie, ook te zien als allegorie voor de Amerikaanse buitenlandpolitiek van de laatste jaren of als studie naar rigide fundamentalisme. Bovendien een prachtige sfeerschets van het Amerika aan het begin van de 20e eeuw, toen een schep en een beetje wilskracht inderdaad nog genoeg waren voor onbeperkte rijkdom. Al of niet zaligmakend.



Reageer op dit artikel