Het huwelijk Fred Astaire & Ginger Rogers
28-10-2009 | Rik Niks | Beschouwing

Met de première vandaag van This Is It blijft de aandacht voor Michael Jackson nog even aanhouden; vandaag op Salonindien aandacht voor de Michael Jackson van de jaren 30. Meer specifiek het duo dat dansicoon Fred Astaire, want die wordt natuurlijk bedoeld, op zijn hoogtepunt vormde met Ginger Rogers. In een tiental films, op een na allemaal uit de periode 1933-1939, vonden ze een formule uit waarmee de filmmusical nieuwe paden insloeg, maar vooral een uniek idioom gecreëerd werd die, toen en later, niet te imiteren viel. Een Fred & Ginger film is, met al zijn gebreken die er best zijn, uit duizenden herkenbaar.
Een van de eerste woorden die in me opkomt bij de combinatie Fred & Ginger is ‘stijl’. Zoals in veel films uit luchtiger genres uit die jaren van armoede wordt er toevlucht gezocht tot de hogere klassen, met zijn dure hotels, cruiseovertochten van en naar Europa en decadente garderobes. Opvallend is wel dat de andere zijde van die maatschappij, die in komedies uit dezelfde tijd vaak in een mild kritische toonzetting terug te zien is, in het wereldje van Fred & Ginger vrijwel afwezig is. Een uitzondering als Swing Time is zelfs buitengewoon verrassend in de wijze waarop het onbezorgde Fred & Ginger universum botst met de realiteit van alledag. De enige film van de 5 die ik zag waarin Fred Astaire een sul zonder geld is, met als geestige twist zijn trademark rokkostuum als enige bezit, waarmee hij vervolgens een heel eind komt.
Gewoonlijk zijn zowel Astaire als Rogers echter bovengemiddeld geslaagd in het leven (meestal als danser uiteraard), en kunnen ze het zich probleemloos permitteren weinig oog voor iets anders dan elkaar te hebben. Dansscènes spelen zich af in de betere gelegenheden, de kostumering daarmee in lijn; Fred in elegant rokkostuum en Ginger in (veelal daarmee contrasterende) galajurk. Dit zijn de dansen die het summum van stijl vormen, en meestal als uitsmijter voor het einde bewaard blijven.
Voor wat betreft de dans was Astaire altijd de scheppende geest. Eindeloos opdoen van inspiratie en repeteren gingen vooraf aan de uiteindelijk vlot genomen filmshoots. Het perfectionisme voer zover dat Astaire verklaarde een dans nog nooit 100% gekregen te hebben zoals hij het wilde. Aan de buitenstaander ging dit uiteraard voorbij, en is het juist de beheersing van de details van een dans die Astaire tot een grote danser maakten. Een mooi voorbeeld van de die beheersing is te zien in de dans Bojangles of Harlem (Swing Time), waarin we achter Astaire schaduwen op een muur geprojecteerd lijken te zien. Pas als Astaire na verloop van tijd plots een andere beweging maakt blijkt dat we al die tijd naar een Astaire hebben gekeken die identiek naar een eigen projectie heeft gedanst. Maar ook de dansen met Rogers ontlenen hun kracht aan dergelijke grondigheid en gevoel voor detail. Hoe frivool ze ook om elkaar heen cirkelen, die ogenschijnlijke ongedwongenheid kan enkel bestaan doordat ze elkaars bewegingen van A tot Z kennen.
Kenmerkend aan de dansscènes is verder dat deze, naar de visie van Astaire, met een minimaal aantal takes is opgenomen en de dansers altijd en geheel in beeld te zien zijn. Nu, maar ook toen, ondenkbaar, zo’n statisch geheel, maar voor al wie het om de dans te doen is natuurlijk de enige juiste weergave. Ook dit is een van de vele punten waarin de F&G musical verschilde van de toen populaire backstagemusicals, zoals die waarvoor Busby Berkeley dansscènes regisseerde. Daarin veel cuts, wisselingen van setting en dansers waarvan maar delen van het lichaam te zien zijn. Typerend zijn ook de type dansen; altijd is er een solodans van Astaire, een komische duodans en een of twee dansen in gala.
Naast ‘musical’ zul je op IMDB ook altijd de genreaanduidingen ‘comedy’ en ‘romance’ tegenkomen. Dit zijn, vanzelfsprekend bij zulk dansgeweld, facetten waaraan de films minder eeuwigheidswaarde ontlenen. De komedie schippert tussen pijnlijk onleuk (Erik Rhodes in Top Hat) en zeer amusant (tweede helft The Gay Divorcee), maar meestal is er plotmatig te weinig basis voor komedie van enig kaliber. Behalve in (weer) Swing Time zijn het steeds onzinnige misverstanden die behalve flauwe komedie weinig anders ten doel hebben dan Astaire en Rogers een goede anderhalf uur uit elkaar te houden opdat ze in de finale alsnog in elkaars armen neerzijgen.
Daarmee zijn we bij de romance: je zult mij niet horen over de voorspelbaarheid waarmee ze elkaar op het eind tóch krijgen, maar toch zijn er een paar zaken waardoor de romantische content matig uit de verf komt. Enerzijds is dat de fantasieloosheid waarmee het stel het grootste deel van de film uiteengedreven blijft. Opvallend genoeg speelt huwelijkse trouw daarbij vrijwel steeds een belangrijke rol; meestal berust het misverstand op een aanname van Rogers dat Astaire getrouwd is, zodat ze als een sfinx de boot afhoudt. Bij herhaling wordt dit goedbedoelde moralisme zoals we dat tegenwoordig zelden meer aantreffen in dit genre nogal vermoeiend. Maar een huwelijk, zo is ook hoe de combinatie Astaire en Rogers aanvoelt. In film 5 Astaire voor de vijfde keer te zien pogen Rogers te bemachtigen; bij deze kijker deed dat de vonk niet meer overslaan en ik verbeeld me hetzelfde te kunnen zeggen over het duo. Romance is bij uitstek gebaat bij een beetje spanning, vandaar waarschijnlijk dat mij ter plekke geen andere duo’s te binnen schieten die film na film jacht op elkaar maakten.
Het is misschien niet helemaal toevallig dat de film die het minst onder deze bedenkingen gebukt gaat, Swing Time, niet geregisseerd is door Mark Sandrich, de man die de meeste F&G-musicals opnam. George Stevens toonzetting is minder kolderiek, met ook aandacht voor het leven buiten het Fred & Ginger-universum en beter camerawerk dat de elegantie van de dansen weet te accentueren. Hoewel de formule op zichzelf zonder meer sterk genoeg is, deed het me afvragen hoe goed de individuele films hadden kunnen zijn in de handen van een groter (musical)regisseur.

Forum