★★★★☆

Il Posto (1961)

10-06-2009 | Rik Niks | Recensie
Regie:

Onlangs maakte het befaamde familie-epos Rocco EI Suoi Fratelli zijn rentree in een aantal Nederlandse filmhuizen. Luchino Visconti registreert daarin de trek van een arbeidersfamilie naar Milaan, op zoek naar werk, naar een beter leven. De dramatiek schuilt vooral in de verschuiving van de familieverhoudingen die dit nieuwe thuis met zich meebrengt. Een jaar later kwam Ermanno Olmi met film waarin een soortgelijk uitgangspunt ingenomen wordt. In Il Posto zien we ook het booming Milaan dat een zuigende werking heeft op eenieder die om werk verlegen zit. Anders dan Visconti is het Olmi echter niet te doen om de betekenis hiervan in de familiaire verhoudingen, maar eerder om de relatie die de arbeider met zijn werk heeft.

De film opent met een verbeelding van het ultieme nietsdoen: slapen. Vanaf dat moment zal Domenico gestaag meer inspanning moeten gaan leveren om zijn volwassenwording vervolmaakt te zien met het verkrijgen van het noodzakelijke kwaad: een baan. Het krijgen van een baan is niet iets vanzelfsprekends, er gaat zelfs meer moeite mee gepaard dan de uiteindelijke baan zal kosten. Want: heb je eenmaal een baan dan blijf je zorgeloos tientallen jaren zitten, dat is de insteek waarmee de kantoorklerken in deze film elke dag naar hun werk gaan.

Olmi putte voor deze film, zijn tweede, vooral uit eigen ervaring. Ook hij was zo’n anonieme kantoormedewerker bij een grote organisatie. Voor de man met filmaspiraties was het een geluk dat dit een organisatie was die beschikte over filmapparatuur die hij kosteloos kon gebruiken voor het maken van o.a. deze film. Om de juiste toon te vinden maakte hij, zoals het een goed neorealist betaamt, voor de invulling van de rollen gebruik van kantoormedewerkers in plaats van professionele acteurs.

Het beeld dat geschetst wordt van de arbeidscultuur is noch sentimenteel, noch cynisch, maar wat de hedendaagse kijker vooral op zal vallen is de onverschillige houding die de arbeiders aannemen jegens hun baan. Het belang dat men in zijn algemeenheid tegenwoordig hecht aan werk als een zingevende bezigheid die voor een belangrijk deel onze identiteit bepaalt is hier ver te zoeken. Op mij mag de arbeidscultuur zoals Olmi die minutieus registreert nogal illusieloos overkomen, Domenico lijkt het vrij onbewogen te ondergaan. Het is eerder een nieuwsgierig soort verwondering waarmee hij deze grote-mensen-wereld aanschouwt. Langzaam aan gaat hij er zelf deel van uitmaken: dit coming of age verhaal heeft niks heroïsch, dit is de weg zoals massa’s die afleggen.

Hoewel er een dunne, maar duidelijke lijn in de gebeurtenissen zit (de weg naar ‘Il Posto’, de baan) is er toch geenszins sprake van een lopend verhaal. De gebeurtenissen lijken veelal bij toeval te ontstaan, zonder een duidelijke samenhang die voor kijker begrijpelijk maakt waarom we nu net dit te zien krijgen. Dit is inherent aan neorealistische films, die niet zozeer om zoiets als karakterontwikkeling van de protagonist draaien als wel een sociaalgeënte schets zijn. In het geval van Il Posto zou je je er over kunnen beklagen dat verhaallijntjes die in traditionele cinema als tamelijk essentieel gemerkt zouden worden hier plotsklaps van het toneel verdwijnen. Dat er vaak geen duidelijke oorzaak-gevolg relatie is tussen de verschillende scènes. Maar zoals het leven zich niet volgens verklaarbare schema’s ontvouwt, zo laat deze film zich ook niet in een vertrouwd sjabloon passen. Dit geeft de film een prettig aanvoelende vrijheid: belangrijke personages kunnen zomaar van het toneel verdwijnen, en als Olmi zich bijna reportageachtig concentreert op de dagelijkse sleur op de werkvloer, zijn we zomaar onze hoofdpersoon een minuut of 10 kwijt. Paradoxaal genoeg slaat deze vrijheid niet op het hoofdpersonage: hij mag dan wel wat proeven aan de genoegens van het leven, maar aan het eind van de dag moet er gewoon brood op tafel komen. En zo is Il Posto een zeldzame film over hoe ons werk een stevig stempel drukt op ons bestaan.



Reageer op dit artikel