In verdediging van kindvriendelijke tekenfilmseries
Animatie op Televisie, deel I
27-02-2009 | Bram Ruiter | Column

Mijn moeder heeft een trauma aan hetgeen waar mijn broertje van vijf en zusje van tien elke dag mee vermaken. Het meest kwalijke is dat haar zoon van inmiddels twintig de Televisie eigenlijk ook alleen maar gebruikt voor dezelfde series die zijn moeder de rest van de dag al moet aanhoren. Kijken doet ze inmiddels al niet meer. Ondanks een gestructureerde opvoeding is het onvermijdelijk dat kinderen dag in dag uit dezelfde tekenfilms kijken. Nog meer onvermijdelijk is een twintigjarige jongen, wiens interesse in film ligt, aangestoken door het virus en stiekem geniet van al die stupide zaterdagochtend cartoons. Nou maak ik niet vaak een zaterdagochtend mee, maar het is zo’n typische benaming, waarin je precies weet wat ik bedoel. Animatieseries waar je ’s ochtends je broodje hagelslag bij op at, totdat het middaguur was gearriveerd en moederlief vertelde dat het tijd was om het scherm zwart te maken. Elke keer was er weer die betreurende blik, terwijl in het achterhoofd het idee opdoemde op de week erop weer net iets vroeger uit bed te stappen.
Nu ik duidelijk heb gemaakt dat ik mezelf in leven houd met nostalgie kan ik beginnen aan mijn onderwerp. Het is misschien wat vervreemdend, maar binnen het land van de tekenfilms gebeuren een hoop interessante dingen. Zo werden Dexter’s Laboratory, the Powerpuff Girls, Cow & Chicken en Johnny Bravo vervangen door de enorm absurde Fairly Odd Parents cartoon, die op lange termijn toch wel erg vermakelijk blijft. En keerde Hey! Arnold terug op de buis, een serie over kinderen die opgroeien in een achterbuurt en ondanks de omstandigheden plezier blijven hebben en eigenlijk net zo leven als elk ander kind. Voor een gemiddelde bezoeker zouden dit soort sentimenten een reden zijn voorbij Nickelodeon te zappen, maar toch is het belangrijk stil te staan bij dit soort kinderlijke verhaaldragers. Er valt een op van te leren.
Het is bijzonder om te zien hoe er binnen het kwartier een moraal wordt overgedragen op het kind, zonder dat het er al te dik boven op ligt en dit niet het plezier van de kijkertjes vergalt. Daarbij heeft een tekenfilmserie te maken met conventies, meer dan welke genrefilm dan ook. Elke tot kinderen gerichte serie zit altijd vast aan dezelfde morele steun; liegen is slecht, wees jezelf en dergelijke primitieve goed en kwaad dilemma’s. Daarbij is er de beperking dat zo’n serie zich op kinderen richt en zodoende niet te complex moet zijn, maar tegelijkertijd een groot publiek wil vastpakken waardoor het een extra laag voor oudere kijkers moet bevatten. Er zijn dus enorm veel beperkingen waarmee kindvriendelijke series kampen, dus het vereist een hoop creativiteit om tussen al die honderden tekenfilms op te vallen.
De kijkbuiskinderen ontstonden in de jaren ’50, toen theatrale cartoons van Warner Bros meer populariteit verkregen op televisie en Hanna-Barbera begon aan hun altijd originele uitspattingen. De eerste twintig jaar zouden tekenfilms voornamelijk bestaan uit knullige familie avonturen, waarin The Flintstones hun hoogtijdagen vierden. Deze stroming kan worden vergeleken met de Golden Age uit stripboeken, waarin Batman door een haai werd gebeten en Robin “Holy Sardines” zou roepen. Komisch geweld zonder blijvend letsel overheerst door fletse kleurtjes. Warner Brothers vertoonde echter de minder brave variaties op de lieflijkheid uit William Hanna’s en Joseph Barbera’s escapades. Ondanks dat zij sowieso al veel eerder aan het animatieroer stonden, merkten ze op dat een hoog tempo en veel komisch geweld succesvoller was dan het immer zo trage Top Cat.
In de jaren ’80 kwam er een grote drang naar een wat serieuzere kijk op deze getekende verhaaltjes. De basis bleef hetzelfde, maar de formule werd veranderd. Plotseling waren er series met een doorlopend verhaal, waarin stoere auto’s en straaljagers konden transformeren in robots. Goed en kwaad begonnen letterlijk met elkaar te vechten en deze stap zorgde voor een volwassenwording van het medium. Begin jaren ’90 merkten animatoren op dat hun publiek van vroeger was groot geworden, maar tekenfilms nog altijd leuk vonden. Er verschenen volwassen series zoals South Park, The Simpsons, Dr. Katz en Duckman, series die niet uit waren op een moraal, maar liever kritiek leverden op de onbegrijpelijk wereld om hun heen. Het liefst zonder beperkingen.
Het aanbod bestaat tegenwoordig voornamelijk uit herhalingen van Golden Age en Eighties nostalgie. Daarbij leven in een remake cultuur, waarin bijvoorbeeld Transformers, Batman en Inspector Gadget wederom hun opwachtingen maken in gestileerde en gedigitaliseerde versies. De nieuwe afleveringen verhullen niet dat de melkkoe leeg is, maar gelukkig is Nederland een kritisch land waar dit soort boetedoeningen na enkele weken weer genadeloos verdwijnen.
Toch is er halverwege de jaren ’90 een andere stroming te herkennen, waarin er een mix tussen oude Warner Brothers cartoons met vaak een Eighties uiterlijk tegen een haast surrealistische achtergrond worden geschilderd. Evoluerend uit de hoofden van Steven Spielberg (Animaniacs, een prachtige satire op Hollywood) en Douglas Tennapel (Earthworm Jim) is er in het heden een bizar dunne lijn tussen de Adult en kindvriendelijke cartoons. Het grote verschil zijn de terugkerende conventies waar ik eerder over sprak. Moraal voert de boventoon, terwijl het geheel steeds absurdere vormen aanneemt.
Na de Golden Age en de Eighties zijn we beland in een stroming waarin alles op een enorm hoge snelheid draait en de ene bizariteit de andere hilariteit opvolgt. Elke huidige animator keek vroeger naar Cartoon Network, waardoor veel tekenfilms op een soort metaniveau werken. Daarbij heeft elk volwassen genre zijn eigen horde aan kindvriendelijke tekenfilms, waarmee het kind wordt klaargestoomd om te begrijpen welke clichés bij welk genre hoort.
Op deze manier bekeken is het de perfecte leerschool voor het creatieve brein, maar een uurtje Nickelodeon of Jetix per dag kan zorgen voor een beter begrip voor de wereld. Waar dat voor het kind zijn ontwikkeling van belang is, zijn deze serie voor de volwassene ook belangrijk om te begrijpen in wat voor wereld het kind opgroeit. Het geeft aan hoe bepaalde sociale problemen tegenwoordig worden opgelost, helemaal nu we leven in een omgeving die wordt bestuurd door computers.
Natuurlijk geldt dit niet voor alle hedendaagse tekenfilms. Er dient altijd een onderscheidt gemaakt te worden tussen pulp en innovatie. Dat koren wil ik van het kaf scheiden. Zo ga ik volgende week mijn vijf favoriete cartoons die volledig op school afspelen analyseren en zal ik in de toekomst ook de beste absurde animatieseries op een rijtje willen zetten of willen kijken naar de volwassen tekenfilmseries. Tijd voor andere koek!

Forum
Op 27-02-09 om 00:59 #
Het lijkt me voornamelijk vrij belangrijk om bij kinderen al onderscheid te maken in leeftijd. Iets als Action Man/Batman/Whatever man is natuurlijk voor een heel andere leeftijdscategorie bedoeld als minder gewelddadige. Ik denk dan ook dat het te zwart wit is om alleen tussen kinderen en volwassenen onderscheid te maken.
Iets als Fairly Odd Parents of Animaniacs (probeer Freakazoid eens) en in het bijzonder Pinky and the Brain zijn natuurlijk geweldig omdat ze op verschillende lagen werken, daar kan ik nog altijd van genieten.
Ik bedoel ook nog te zeggen dat het vrij logisch is dat schrijvers zich aan de genoemde conventies moeten houden. Een moraal kan er bij een kind nooit te dik op liggen, omdat het die moraal simpelweg nog aangeleerd moet worden: ze zien dan ook de ‘grijze gebieden’ niet.
Op 27-02-09 om 09:46 #
Leuk nieuw onderwerp, Bram. Ik ben meer opgegroeid met de tekenfilmseries van Telekids en Kindernet. “Bommel”, “Boes” e.d. Om de één of andere reden had ik een hekel aan Cartoon Network. “Dexter’s Laboratory”, “Johnny Bravo” enz.; niets voor mij. Waarschijnlijk was ik daar net wat te oud voor. Daartegen spreekt weer dat ik zo rond m’n – wat zal het zijn? – zeventiende of achttiende helemaal verslingerd raakte aan “Pokémon”. En onlangs nog – ik ben nu 25 – heb ik ontzettend genoten van “Avatar”… Ga je ook nog aandacht besteden aan uit Japan overgewaaide series zoals “Pokémon” en “DragonBallZ”? Of zelfs aan anime-series als “Cowboy Bebop”, “Evangelion” e.d., die natuurlijk een heel andere insteek en doelgroep hebben? Of, kort gezegd, komt Azië nog om de hoek kijken?
Op 27-02-09 om 20:14 #
Ook hier een hekel aan Cartoon Network en dergelijke, elke keer ik erheen zap krijg ik het op mijn zenuwen van die (meestal) idiote tekenfilms. Ok, sommige zijn zo slecht nog niet maar het merendeel is gewoon van een hersendodend niveau. Er is gelukkig toch nog minstens één interessante tekenfilmserie: Samurai Jack. Betreft de rest, ze kunnen beter al die geweldige series uit de jaren 80 en begin jaren 90 terugspelen.