Inglourious Basterds (2009) II

2 september 2009 · · Kritiek

Afgelopen vrijdag sprak Theo in zijn positieve recensie van Inglourious Basterds over ‘een van de beste Tarantino’s’, een film waarin de befaamde filmverwijzingen nu eens niet in de weg staan en die het plezier terug weet te brengen in het ernstige genre van de oorlogsfilm. Nu zal ik mijzelf niet omschrijven als liefhebber van Quentin Tarantino, maar moet toch toegeven dat bijna al zijn films van hoog niveau zijn. Inglourious Basterds een van zijn beste, mijn inziens zou dat moeten betekenen dat Tarantino excelleert op punten waarop eerder werk tekort schiet. Immers, op zaken als stijl en originaliteit valt weinig verbetering te scoren, in zijn soort waren die reeds in zijn debuut Reservoir Dogs ver ontwikkeld. Eenmaal slaagde de man erin zijn eigen format te overstijgen; met Jackie Brown liet hij zien in zijn afstandelijke, cartooneske films ook met een warm mensenportret uit de voeten te kunnen.

Inglourious Basterds is een film geworden die naadloos aansluit bij de reeks genrehommages die de regisseur al op zijn naam heeft staan. Een niet uit te vlakken kwaliteit van de maker is dat zijn hand altijd zichtbaar is, ondanks het feit dat hij voortdurend verschillende en uiteenlopende genres onder handen neemt. Hij weet genres zelf dermate naar zijn hand te zetten dat het feit dat Tarantino als regisseur op de credits staat veelzeggender is dan het gegeven dat bijvoorbeeld Inglourious Basterds een oorlogsfilm is. Het is alsof een vast raamwerk van (vooral) stilistische kenmerken minutieus toegepast wordt op koek die we al kennen, zodat iets totaal nieuws ontstaat. Keerzijde is dat de aandacht vooral in details lijkt te zitten. Mij wekt het de indruk van een regisseur die genoegen schept in het steeds verder perfectioneren van zijn signatuur, maar vergeet dat ontwikkeling in bredere zin ook een optie is.

Inglourious Basterds ontpopt zich al vrij snel als een unieke film, of in ieder geval: unieke grote publieksfilm. Veelzeggender nog dan de geroemde, maar voor Tarantinobegrippen vrij traditionele, openingsscène waarin het belang van retorisch vernuft getoond wordt, is de introductie van het Joods-Amerikaanse moordcommando onder leiding van Luitenant Raine (Brad Pitt). Een lacherige sfeer rond gruwelijke martelingen, een sensationeel vormgegeven intermezzo rond officierendoder Stiglitz en tussendoor beelden van een merkwaardig ogende Hitler. Was de Hitlerfiguur in Chaplin’s The Great Dictator nog iemand met wie de spot gedreven werd, en Ganz’ Hitler in Der Untergang iemand in wie het publiek gedwongen werd zich in te leven, de Hitler die we hier zien is cartoonesk, een van de vele groteske figuren die we in deze film zien, goed of fout. In het altijd heikele genre van de WO II-film lapt Tarantino alle gevoelige sentimenten aan zijn laars en gaat voor een exploitatieve aanpak. Misschien is dit wel het volgende stadium in de verwerking van de oorlogsgruwelen. Van de patriottistische films tijdens en kort na WO II, tot komedies en films die het perspectief van de nazi’s verbeeldden, is het nu misschien tijd voor een grote film waarin de morele implicaties van de oorlog en zijn gruwelen op een luchtige, spectaculaire ingezet worden, zoals we dat bijvoorbeeld in gangster- en wraakfilms allang gewend zijn. Gewaagd, niettemin, al volgt het vrij logisch uit voorgaande Tarantinoprojecten.

Met zo’n insteek is het van geen enkel belang veel waarde te hechten aan historische correctheid, sterker nog, dat wordt bijna onmogelijk. De loop van de geschiedenis wordt een radicale draai gegeven. Zoals Theo al opmerkte: dat is de kracht die film heeft. Bewust op die manier toegepast, want in overdrachtelijke zin houdt Tarantino een stevig pleidooi voor de invloed, de macht, die film volgens hem zou hebben. Dit is echter van een kinderlijke naïviteit, zelden tot nooit heeft film ook maar enige invloed op ontwikkelingen van dit formaat gehad. Ach, misschien is het de dromende filmmaker: in de illusie die hij in het laatste van 5 hoofdstukken schept is het dus óók een illusie dat film tot zo’n vergaande omwenteling in staat is.

Aardig aan die fictieve afloop is dat de emoties van de kijker zo overduidelijk bevredigd worden. Alsof het plezieren van de kijker in de vorm van een happy end belangrijker is dan de werkelijke loop van de geschiedenis. Het klopt dan ook geheel dat dit alles zich in een bioscoop afspeelt, want, zelf zittend in de bioscoop kun je je nauwelijks beter bewust worden van je rol als kijker. Alleen al vanwege het unheimische Droste-effect dat in die scènes bereikt wordt is het essentieel Inglourious Basterds in de bioscoop te zien.

Het zijn aardigheden die desondanks het gevoel niet weg kunnen nemen dat het Tarantino niet gelukt is zijn eigen formule te ontstijgen. Hij heeft zijn trucje toegepast op een voor hem onbekend genre en logischerwijs vloeien daar een aantal interessante gezichtspunten uit. Als het gaat om zaken die daar los van staan, om, vooruit, laat ik het woord maar noemen: inhoud, schiet het tekort. Het belang van film wordt schromelijk overschat terwijl zijn bemoeienissen op taalkundig vlak wél ergens op slaan, maar waarmee op de keper beschouwt open deuren ingetrapt worden.

Nu wordt ik geacht wat te roepen over de speelduur (te lang), de dialogen (te lang), de humor (te weinig), het acteerwerk (de meest ongemakkelijke performance is van Brad Pitt, te gemaakt) en de muziek (helaas niet zo frivool als gewend van Tarantino), maar daar wil ik uit ruimtegebrek niet dieper op ingaan. Kort gezegd komt het erop neer dat Tarantino-adepten weer een te bejubelen product kunnen verwelkomen en Tarantino-haters weer genoeg zullen vinden om aanstoot aan te kunnen nemen.

★★★☆☆


Onderwerpen:


3 Reacties

  1. Christiaan Boesenach

    Je verwoordt precies hoe ik over de film denk. Desondanks kom ik een punt hoger uit, ik heb er, ondanks dat de film niet de verwachtingen wist in te lossen en de kritiekpunten die je noemt, enorm van genoten. Tarantino is een genot voor zowel de cinefiel als het grote publiek, een zeer kundig filmmaker die ditmaal iets te grotesk te werk is gegaan.

  2. Erwan

    Ik denk niet dat Tarantino de intentie heeft om de kracht van film zo neer te zetten zoals jij het verwoordt. Zeker, in de film heeft het die macht maar laten we niet vergeten dat dit feitelijk een sprookje is – de film begint niet voor niet met “once upon a time…”. Net als mensen die zeggen dat Tarantino de oorlog niet serieus neemt en dat dit absoluut niet kan (echt waar, ik heb het al meermalen gehoord), vind ik het te ver gaan om Tarantino als naief neer te zetten. De man heb ik in zijn werk nog nooit op een serieus moment kunnen betrappen en hier ook niet. Hij laat zien wat we stiekem allemaal willen, maar nooit gebeurd is. Net als Kubrick met “Dr. Strangelove” – al was die film natuurlijk wel actueler destijds – neemt hij op een zeer amusante wijze een loopje met de geschiedenis. Die kracht van film gebruikt Tarantino uitstekend, maar ik geloof geen moment dat hij ook serieus denkt dat film deze mogelijkheid inderdaad bezit.

    Verder vond ik de dialogen helemaal niet te lang, de humor ook niet te weinig (Tarantino maakt toch geen komedies?) en het acteerwerk overall erg sterk. Volgens mij zit Brad Pitt bovenal in de film om extra aandacht en geld te genereren. Hij speelt in principe gewoon een bijrol.

  3. Rik Niks

    Hoe Tarantino precies staat in deze hele kwestie weet ik niet, maar puur afgaande op de inhoud van de film zelf, kan ik die slotepisode nauwelijks op een andere manier lezen. De slag om de arm is het punt wat ik al aangaf in mijn recensie (illusie binnen een illusie blijft een illusie), en daar bij aansluitend jou opmerking over ‘once upon a time’, waar ik nog niet bij stil had gestaan. Onbedoelde tegenstrijdigheden of is daar een bewuste keuze aan vooraf gegaan, daarbij dus juist lacherig te doen over de macht van film? Ik neig naar het eerste, ook omdat het ‘macht van film’-thema los te zien valt van de ‘fictieve geschiedenis’-draad. Daarnaast omdat de spiegeling aan het werk van Riefenstahl zo prominent in de film aanwezig is. Haar films zijn van het type waarmee wél macht uitgeoefend wordt (althans gepoogd) op de kijker. In IB gebeurt dit ook, maar dan in een letterlijke en tegengestelde, positieve variant. Het bewust tot een illusie maken van de macht van film zou, middels de spiegeling, het gevaar dat imo wel degelijk schuilt in de films van Riefenstahl enorm bagatelliseren. Ik heb mijn twijfels of dat Tarantino’s opzet is.


Reageer op dit artikel