★☆☆☆☆

NFF09: Oogverblindend
Cyrus Frisch, 2009

27-09-2009 | Bram Ruiter | NFF 2009
Regie:

Oogverblindend

Inleiding: Na de rumoer rondom de Oscar inzending van dit jaar, was ik benieuwd geraakt naar het huidige aanbod van de Nederlandse film. En waarom worden we niet erkend in de rest van de wereld? Ik trok mijn stoute schoenen aan en besloot tijdens het Nederlands Filmfestival naar dit antwoord te zoeken. Op de officiële Twitter houd ik mijn escapades al sinds vrijdag bij, maar mijn uitgebreidere ervaringen zijn natuurlijk aankomende week hier te lezen.

Overal hing opeens een poster waar een haast onherkenbare Georgina Verbaan verloren tegen een muur aan zit en het lijkt alsof de layout door een bak vol olie en poep is gehaald. De poster voorspelde op die manier een ruw geschoten film waarin het drama tot een hoge intensiteit geraakt, iets dat naar mijn weten ook nog eens redelijk in contrast staat met de rest van Verbaans carrière. Daarnaast spraken kritische tongen over de ‘enfant terrible’ van de Nederlandse cinema en leek de film zich te ontpoppen als de antifilm van het jaar: moeilijk, zwaar, gelaagd, het publiek tot het uiterste drijvend. Niets weerhield mij ervan dit op het grote doek te ervaren, Oogverblindend zou mijn kritiek op de Nederlandse film haast wel moeten bijschroeven.

Frisch verteld doormiddel van verschillende soorten camera’s het verhaal van een in angst levende vrouw (Verbaan) wiens leven is geminimaliseerd tot haar kamer en een verkeerd verbonden telefoontje van een in Buenos Aires verblijvende en Engels sprekende chirurg (Rutger Hauer). Er wordt boos gedaan, er wordt opgehangen, er wordt gefilosofeerd en er wordt voornamelijk stamelend geëmotioneerd.

Het eerste gesprek tussen de twee beslaat hoe de vrouw de moed bij elkaar raapt de man aan de telefoon te houden. Ze leeft al maanden in de eenzaamheid van haar angst en wil niets liever dan zijn luisterende oor. De man is wat schuw maar blijft hangen en luisterd terwijl de vrouw verteld hoe ze vanuit haar raam naar de zwervers op straat kijkt en hoe ze zich hierover schuldig voelt. Dit gesprek wordt ondersteund door beelden van daadwerkelijk schreeuwende en snuivende zwervers en ervoer ik als een knap staaltje voyeurisme, zonder uitlokkende schuldgevoelens. Het enige dat naarmate dit hoofdstuk vordert begint te irriteren is iets dat niet zou moeten irriteren: het gesprek, het fundament van de film. Terwijl Frisch ongeduldig zijn VHS, DV en 8mm camera’s richt op de dingen waarover wordt gesproken, afwisselend met minuten lange zwarte beelden, verliezen de karakters van Verbaan en Hauer zichzelf in hun telefonische vriendschap. Als dan het tweede gesprek opdoemt, wordt duidelijk dat dit een vermoeiende zit gaat worden waarin het drietal vooral veel probeert te zijn, maar nooit slaagt iets te worden.

Wat begon als een interessant experiment mondt uit in een pretentieus gebazel van twee non-issues opsommende nietsnutten. Als dan halverwege Verbaans hoofd in beeld komt groeit de overtuiging van Frisch onkunde met de seconde. Te duidelijk is dat het geluid apart van het beeld is opgenomen en te duidelijk is dat van Verbaans overheersende angst niets is overgebleven dan wat pruilende lippen en bewaterde oogjes.
Als dan het dialoog een wending neemt waarin Frisch geen mogelijkheid heeft om het meer te visualiseren, wijkt hij uit naar nietszeggende point of views van de grachten, die dan zogenaamd iets moeten symboliseren. De film kabbelt op die manier oneindig voort, af en toe met wat uitschieters, die steeds schaarser worden. Een meisje in het publiek zei dat als Frisch was gestopt na 50 minuten, de film had gestaan als een huis. De rest zat het oeverloze geneuzel zuchtend en zelfs slapend uit.

In principe zien we Frisch anderhalf uur lang worstelen met een varken waar Oogverblindend op is geschreven, maar is na een kwartier duidelijk dat het varken wint en Frisch het publiek moet zien bezig te houden met rare expressionistische dansjes, terwijl het varken hem omver blijft duwen. Anders dan dat kan ik dit pretentieuze misbaksel niet omschrijven.



3 Reacties

  1. Verhoeven

    Toch wil ik ”Oogverblindend” een kans geven. Al was het alleen al om de laatste alinea waar je in concrete lijnen mijn beleving van het pretentieuze ”Last Conversation” beschrijft.

  2. Bram Ruiter

    Oei, dan ga jij mijn beleving van Last Conversation niet waarderen, want ik vind dat die film op alle punten lijnrecht tegenover Oogverblindend staat.

  3. Kyrill

    Ik hoorde al van Maatman dat ie echt niet te doen was. Ook van anderen mensen hoorde ik dat het niks was. Maar wat je zegt halverwege van beeld en geluid apart opgenomen is. Is dat wel zo bedoeld? Ik heb het namelijk bij meerdere films gemerkt soms op deze editie van het NFF. Dan zag je beeld maar hoorde je mensen praten enzo die niet in beeld waren.

    Ik ben vooral benieuwd naar je visie/recensie op Kan Door De Huid Heen. Daar wacht ik eigenlijk het meeste op ^^


Reageer op dit artikel