Onaantastbare muziekhelden in kleurige droomwereld
Help! (1965)
09-09-2009 | Rik Niks | Beschouwing

In het vrijwel van dag tot dag gedocumenteerde leven van The Beatles staan februari en maart 1965 in het teken van de opnamen van de 2e Beatlefilm, na A Hard Day’s Night: Help!. De bijbehorende soundtrack zou klassiekers als het titelnummer en Ticket to Ride opleveren, maar een andere gebeurtenis die met Help! samenhangt zou van artistiek bepalender waarde blijken. John Lennon: “Help! was where we turned on to pot and we dropped drink, simple as that”. Alleen al uit de films in het Beatle-oeuvre blijken de sporen van deze nieuwe hobby, met de navolgende surreële rolprenten Magical Mystery Tour en Yellow Submarine. De Beatles die we in Help! zien beantwoorden echter nog volledig aan de beeldvorming zoals die rond hen bestond en door Richard Lester reeds in A Hard Day’s Night geëxploiteerd was.
Zagen we in A Hard Day’s Night de Beatles die vooral zichzelf speelden in hun natuurlijke habitat, in het door diezelfde Lester geregisseerde Help! is meer werk van het verhaal gemaakt. Nou ja, werk… Een Indiase sekte is in rep en roer omdat de ring die de aan de goden geofferde mensen moeten dragen kwijt is. De ring blijkt aan de vinger van ons aller Ringo te zitten (hoe die daar komt vermeldt het verhaal niet). Het is een kapstok voor wat exotische uitstapjes (het waarom is onduidelijk) en dan is er nog een wetenschapper die meent dat de ring hem ongebreidelde macht kan verschaffen (hoe dat precies werkt blijft in nevelen gehuld). Kortom, een gemiddelde aflevering van Bassie en Adriaan maakt een doortimmerder indruk.
Stellen dat het verhaal van secundair belang is, is een open deur, maar met deze opzichtige warboel wordt geen enkele poging ondernomen te verbergen dat dit product feitelijk niet meer dan een marketingvehikel is. Lester was een behendige regisseur van commercials, werk waarin hij technieken kon uitproberen en zijn stijl verfijnen voor die ene speelfilm die hij jaarlijks opleverde. Die reclameachtergrond maakte hem natuurlijk de geknipte persoon voor deze films, in deze fase van de Beatles’ carrière. Veel meer dan in A Hard Day’s Night, die iets rauws heeft, zien we die stijl terug in Help!. Als slechts de oppervlakkige schoonheid beoordeeld wordt, is Help! zonder meer een van de mooiste speelfilms van de jaren 60. Elk shot bestaat uit een uiterst strakke compositie, met frisse, heldere kleuren. Beelden als uit een glossy tijdschrift, of, inderdaad, een commercial.
Van jongens van om de hoek (de kaart die A Hard Day’s Night uitgespeeld werd) zijn The Beatles verworden tot onaanraakbare figuren in een gecultiveerde droomwereld, de straten leeg en de fans ver weg. Samengevat in een van de beste grappen van de film: twee oudjes verzuchten hoe gewoon de Beatles toch gebleven zijn, wanneer de vier jongens in vier naast elkaar gelegen archetypische rijtjeshuizen naar binnen stappen. Direct volgt vanuit een camera in het huis een shot waaruit blijkt dat de vier deuren uitkomen op één gigantische, extravagante woonruimte.
Natuurlijk heeft dit ook invloed op de presentatie van The Beatles: zij spelen niet zichzelf, maar het product The Beatles. Dat hele circus was nu net waar hun geduld over op raakte. Een jaar later zouden ze hun laatste concert spelen, de Beatlehysterie zat. Nog in 1965 volgde het album Rubber Soul, het schakelwerk in het oeuvre, waarmee hun muzikale volwassenwording ingezet werd. En dan was er dus die kennismaking met geestverruimende middelen. Starr wekt de indruk het wel eens aardig te vinden het centrale aandachtspunt te zijn, Harrison zien we maar weinig (al ontstond hier wel zijn liefde voor de sitar en Indiase spiritualiteit) en McCartney kwijt zich braaf van zijn taak terwijl Lennon oogt alsof hij het alles met een zekere minachting ondergaat. Commerciëler dan dit worden ze niet gemaakt, maar dankzij het feit dat The Beatles tot iconen verworden zijn, weet zelfs een film als deze te boeien.

Forum
Op 09-09-09 om 13:21 #
Die ring had hij geloof ik van een fan gekregen. Ik kon de complete willekeur van de film wel waarderen, maar A Hard Day’s Night vond ik leuker. Ook op muzikaal gebied.