




The River (1951)
14-01-2009 | Rik Niks | Recensie
Regie: Jean Renoir

De rivier. Een telkens terugkerend element in het werk van Jean Renoir. Het is de achtergrond waartegen zich de picknick in Partie de Campagne afspeelt, Boudu onderneemt een zelfmoordpoging door in de Seine te springen en ook in andere films duikt er wel op enig moment een rivier op. Het is dan ook niet vreemd dat Renoir de rivier zelfs eenmaal promoveerde tot hoofdpersoon en de film er naar vernoemde: The River. De betreffende rivier ligt niet in Frankrijk en ook niet in Amerika, waar Renoir in de jaren 40 enkele films opnam, maar in India, waar de rivier een prominentere plek inneemt in het bestaan van haar inwoners.
De Westerse familie die we in deze film volgen deelt die affiniteit met de rivier aanvankelijk niet. Ze zijn er weliswaar van afhankelijk voor hun jutehandel, maar daar houdt hun belang ook wel op. Gaandeweg sluipt de rivier hun leven in. Als een vluchtroute naar een nieuwe leven, als plaats waar personen loutering ondervinden, maar ook als symbool voor dynamiek; momenten van geluk of ongeluk zijn nooit blijvend, altijd vluchtig. Bezien tegen de Indiase achtergrond staat de eeuwig stromende rivier in religieuze zin bovendien voor het oneindig continueren van het leven. De verdienste van Renoir is hoe hij dergelijke symboliek uit de religieuze en culturele kaders trekt en het een meer universele plaats weet te geven. Reïncarnatie bijvoorbeeld, wordt in deze film vooral vanuit figuurlijk perspectief bezien, niet vanuit de betekenis die Hindus er aan geven.
Het is jammer dat de rivier met haar mooie rol niet mag figureren in een meer aansprekend verhaal. Het verhaal van Rumer Godden (tevens verantwoordelijk voor het boek dat de nonnenklassieker Black Narcissus opleverde) wordt vanuit het perspectief van een jong meisje verteld. Centraal staat de bewondering van haar en haar zusjes voor een Amerikaanse soldaat die zijn intrede doet. Een meisjesverhaal van een sentimentele drakerigheid is het gevolg. De weg naar volwassenheid verloopt niet zonder pijn, maar dankzij een aantal wijze levenslessen komt ze er wel. Dat soort spul. Goedbedoelde, maar kleffe onzin.
Wat de film verder opbreekt is de enorme hoeveelheid voice-over. Dit wordt vaak gezien als onvermogen van de regisseur een verhaal met beelden en dialoog te vertellen, en in dit geval is dat terecht. De gevoelens van de personages worden tot vervelens toe aan de kijker voorgekauwd, er blijft bijzonder weinig te raden over. Daarnaast is veel voice-over een verdubbeling van wat we reeds zien. Waarom moeten we luisteren naar een verslag over hoe het dagelijkse leven rond de rivier zich voltrekt als we dit tegelijkertijd al zien? En waarom moeten de personages zo uitgebreid geïntroduceerd worden middels de vertelstem? Het aardigste verhaallijntje is dan ook dat van Bogey, een klein jongetje dat in de weer is met slangen. Juist omdat dit wél op een beeldende manier zonder (veel) voice-over en dialoog verteld wordt.
India wordt mooi geportretteerd in The River, zowel letterlijk als figuurlijk. Dankzij de zinderende technicolor in deze eerste kleurenfilm van Renoir, waande ik mij, wegens de combinatie met het drakerige melodrama soms in een exotische Douglas Sirk-film! Overduidelijk komt naar voren dat Renoir een hart had voor India. Het is altijd prettig te zien als regisseurs zich niet bezondigen aan groteske stereotyperingen wanneer een vreemde cultuur gefilmd wordt, maar het gevaar is dat het kan doorslaan naar blinde adoratie waar voor een kritische noot geen plaats is. The River mist in dat opzicht een broodnodig scherp randje: niet alleen de inheemse mensen worden liefdevol afgebeeld, ook de Westerlingen zijn ondanks wat nukken allemaal behoorlijk oké. Renoir’s India is een paradijs, maar paradijselijke oorden leveren zelden de meest sprankelende kunstwerken op.

Forum