Salò o le 120 giornate di Sodoma (1975)
Pasoloni

1 april 2009 · · Kritiek

Vorige week uitte ik in mijn bespreking van Pasolini’s Trilogie van het Leven mijn teleurstelling over de halfslachtige manier waarop Pier Paolo Pasolini omging met seks in deze films. Het compromisloze dat uitgaat van zijn visie kon ik in het geheel niet rijmen met de tandeloze manier waarop deze uitgewerkt wordt. De primitieve lustgevoelens mochten dan volgens Pasolini een van de weinige dingen zijn die niet door heersende klasse onder controle te houden waren, door de brave beelden en toonzetting leek hij zich zelf wel wat al te gemakkelijk te conformeren. Helemaal tevreden was hij dan ook niet achteraf, en min of meer binnen hetzelfde thema kwam hij een jaar later met een totaal ander verhaal: Salò O Le 120 Giornate Di Sodoma.

In Salò lijkt alles wel tegengesteld aan zijn eerdere drie films. Hier is seks niet een uiting van de vrijheid van het individu, maar een repressief instrument van de heersende klasse. Geen blijk van liefde, maar van vernedering. Het maakt de mensen tot een anonieme massa, waar het in de trilogie het individu juist kon laten losbreken hiervan. De trilogie staat midden in de maatschappij, Salò vindt plaats in een vacuüm.

Dit vacuüm maakt Salò tot de verontrustende, controversiële film die het nog altijd is. Een handvol jongens en meisjes wordt, anno 1944, door vier fascistische notabelen in een villa opgesloten. Wat volgt is een steeds perverser en gewelddadiger wordende orgie van vernederingen. De villa is totaal van de buitenwereld afgesneden, waarmee ook het leven in de villa niets meer met het gewone maatschappelijke leven van doen heeft. Samenbindende factoren als geloof, moraal, menselijkheid, laat staan naastenliefde overboord gekieperd, zien we een groep mensen die zich nergens aan vast weet te klampen, en doorslaat in excessen.

Een van de belangrijkste redenen dat dit al op mij zo verontrustend overkwam is dat bovengenoemde niet alleen voor de beulen, maar ook voor de slachtoffers opgaat. Je zou van een antifascistisch pamflet wellicht verwachten dat de slachtoffers medelijden bij de kijker moeten opwekken, zoals dat in oorlogsfilms vrijwel altijd het geval is, maar dat is niet het geval. Óók de slachtoffers missen menselijkheid en lijken weinig besef van moraal te hebben. Ook lijken ze geen duidelijk alternatief voor ogen te hebben voor de misère waarin ze zich bevinden, het minste wat je doorgaans kunt zeggen van slachtoffers van totalitaire bewinden. Bordkartonnen personages, dat is wat ze veelvuldig genoemd zijn. Zonder meer waar, maar wat mij betreft dan wel zonder de negatieve connotatie die daarin doorklinkt. Daarvoor is de ontmenselijking te bewust gestalte gegeven. De dialoog tussen de slachtoffers is zo spaarzaam, dat we slechts enkele keren verbaal vernemen dat niet ingestemd wordt met het lot dat hen treft. Men laat zich gedwee naar de slachtbank leiden, waar in een ‘realistischer’ film ongetwijfeld verzet gepleegd zou worden. Zelfs in horrorfilms, waarbij slachtoffers veelvuldig doelwit zijn van de diskwalificatie ‘bordkartonnen slachtvee’, wordt nog uit gegaan van een zekere menselijkheid in hun personages. Pasolini hoeft niet naar geloofwaardige motivaties van zijn personages te zoeken, want in dit vacuüm zijn het geen mensen. Zover durft men zelfs in horrorfilms zelden te gaan.

Dan het geweld zelf. Wat begint met verkrachtingen doorweeft met erotische (?) vertellingen, gaat via diverse variaties rond het thema coprofagie richting een climax waarbij allerhande martellingen plaatsvinden. In dit slotsegment wordt de kijker, of hij wil of niet, extra deelgenoot van het geweld gemaakt. We zien de beelden veelal door verrekijkerperspectief, daarmee de kijker als voyeur ontmaskerend. Mede mogelijk gemaakt door… lijkt Pasolini te zeggen, als we daarna ook nog eens enkele omstanders die hadden kunnen ingrijpen, maar het niet deden een walsje zien dansen.

Wat heeft Salò ons vandaag de dag nog te vertellen? Duidelijk is dat fascisme een reëel gevaar was in het Italië van de jaren 70, iets wat alleen al blijkt uit de nooit helemaal opgehelderde moord op Pasolini vlak na voltooiing van de film. Dergelijk totalitair machtmisbruik is inmiddels voor de westerse kijker een ver van het bed show, zodat de inhoudelijke impact op mij toch vrij gering was. Ook Pasolini’s (politieke) theorieën omtrent zijn trilogie en Salò vind ik op zijn best niet heel helder uitgewerkt en gaan er op zijn slechts niet in bij mij. Het is te abstract getheoretiseer, voor zaken die mij niet zo ingewikkeld lijken als ze Pasolini schijnen. Als ze al opgaan.

Maar als Film Over Geweld is Salò uitermate relevant. Door de onorthodoxe manier waarop hij slachtoffers portretteert, door de bijna fysieke weerzin die hij bij de kijker weet op te roepen, en vooral door ook de rol van de kijker zelf ter discussie te stellen. Het zijn geen prettige vragen die Pasolini oproept (Salò is een van de ongemakkelijkste films die ik ooit gezien heb), maar dát hij ze durft te stellen verdient alle lof.


Onderwerpen:


3 Reacties

  1. Bram Ruiter

    Wederom een prachtig stukje tekst Rik. Ik heb hem toen doorgezeten met mijn vriendin en zij was degene die tegenspraak gaf op het uitzetten met de woorden: “Nou wil ik hem verdomme afkijken ook.”

    Wat mij dan benieuwd. Waar American History X het boegbeeld van de racistische fundementalisten is, zou Salò dat dan zijn voor de coprofagen? Zouden de mannen en vrouwen achter 2 Girls 1 Cup zijn geïnspireerd door Pasolini? Ik daag je uit die stap te nemen.

    Overigens ben ik het volledig met je eens. Die weerzinwekkendheid geeft een meerwaarde aan de film en zodoende vond ik het een bijzonder stukje cinema. Take that, hedendaagse torture horror!

  2. Rik Niks

    Wat bedoel je precies met je vergelijking met AHX? Doel je op de cultstatus van de film die het onder neo-nazi’s zou hebben, of het geweld an sich in de film? Wat dat laatste betreft vind ik het toch een totaal andere film, wat vooral in de slachtofferrol zit. Het geweld en de vernederingen in AHX is schokkend omdat dat gericht is tegen mensen, en wel een minderheidsgroepering. Het geweld en de vernederingen in Salò zijn vooral op zichzelf schokkend, omdat de slachtoffers nauwelijks als mensen van vlees en bloed worden geportretteerd. Bij Salò bekruipt je daardoor geen medelijden, terwijl daar bij AHX natuurlijk wel volop aan geappelleerd wordt, al was het maar om de transformatie van het Norton-personage geloofwaardig te maken.

  3. Martina-online

    veel geleerd


Reageer op dit artikel