Spike Lee, Brooklyn’s chroniqueur
Lee\'s post-Do The Right Thing werk

29 april 2009 · · Beschouwing

Zonder twijfel geen regisseur invloedrijker als het gaat om het op de kaart zetten van de Afro-Amerikaanse cultuur in de Amerikaanse film dan Spike Lee. Een chroniqueur van het dagelijkse leven in de wijken van New York, maar de blik altijd naar buiten toe gericht. Geen films van Afro-Amerikanen voor Afro-Amerikanen, maar tevens tracht hij te appelleren aan een universeler gevoel dat onderscheid tussen ras, nationaliteit of sekse overstijgt. Enigszins paradoxaal, want veel van zijn films zijn juist bespiegelingen op hoe dit denken in tegenstellingen het maatschappelijk leven ontwricht. Lee maakte zijn meesterwerk met Do The Right Thing al in 1989, maar vandaag wil ik aandacht besteden aan de vijf films die daarop volgden, van Mo’ Better Blues (1990) tot Clockers (1995).

Als Lee’s films uit de eerste helft van de jaren 90 bezien worden dan valt op dat ze allemaal een bijna volledige Afro-Amerikaanse bezetting kennen, en ras er toe doet, maar dat het voor het overige een gevarieerd groepje films is. Hoewel elementen uit Do The Right Thing in bijna alle daaropvolgende films terugkomen, is het geen simpele herhaling van zetten. Het zijn zelfs de contrasten tussen de onderlinge films die het meest opvallen en verrassen.

Zo is Jungle Fever net als Do The Right Thing een film waarin racisme tot in de diepste vezels de levens bepaalt van de New Yorkers, maar het tussenliggende Mo’ Better Blues verrassend genoeg een film waarin racisme niet of nauwelijks een rol speelt. De harde straatcultuur is ingeruild voor de gedistingeerde wereld van de jazzcafés. Als er van deze 5 één film is waarin Lee er daadwerkelijk in slaagt de kijker te doen vergeten naar een ‘all-black’ film te kijken, dan is het deze. Zoals de jazz-goden meestal negers waren en de luisteraars die hen omarmden blank. Mo’ Better Blues moet het echter wat teveel van de sfeerschets hebben, want als karakterstudie komt het tekort. Denzel Washington is de egoïstische trompettist die er te laat achter komt dat hij zich van zijn omgeving vervreemd heeft, maar dat is vaker en beter gedaan.

Zoals gezegd ligt Jungle Fever meer in het verlengde van Do The Right Thing, met ditmaal het zwaartepunt op seksuele verhoudingen. Dat beperkt zich niet tussen de one-night-stand van een negroïde kantoormedewerker en een Italiaanse secretaresse. Lee psychologiseert tevens over hoe de verschillende gradaties van huidskleur een complex op zichzelf vormen voor Afro-Amerikanen. Jungle Fever is zeker zo ambitieus als Do The Right Thing, maar hier overspeelt hij zijn hand. Op een gegeven moment bekruipt het gevoel dat ook Crash kenmerkt: het lijkt wel of iederéén tot op het bot racistisch is. Het is gewoonweg teveel als dan ook weer politie met loeiende sirene arriveert als Snipes en secretaresse wat onschuldig vrijen in het openbaar. De verhaallijn rond Samuel L. Jackson als drugsverslaafde voegt hooguit in breder perspectief iets toe: steeds terugkerend zijn de drank-, drugs- of gokverslaafden in deze films. Hoewel Lee die ellende nooit eenvoudig afdoet als gevolg van discriminatie, is het alternatief voor de ambitieus ingestelde jongeren die we óók zien duidelijk.

1992 was het jaar van Lee’s meest ambitieuze film, Malcolm X. Vanaf het 1 miljoen dollar kostende openingsshot is het een grootst opgezette biografische film (ook in lengte, met 200 minuten net als bijna al Lee’s films veel te lang), waarvoor Lee de juiste man op de juiste plaats is. Zoals ook in Do The Right Thing en Jungle Fever te zien is neemt hij geen duidelijk standpunt in, en in dit geval resulteert dat in een portret van een omstreden leider waarbij het aan de kijker overgelaten wordt er het zijne van te denken.

De daaropvolgende films zijn diametraal tegenovergesteld aan elkaar. Crooklyn is Lee’s meest persoonlijke film van het setje, over het leven in Brooklyn in de jaren 70. Hier treedt de winkelbediende nog corrigerend op als hij een meisje op diefstal betrapt en blijven wapens achterwege als het geruzie hoog oploopt. Zelfs de drugs die genuttigd worden zijn nog tamelijk onschuldig. Clockers daarentegen gaat 20 jaar vooruit in de tijd en Brooklyn is veranderd in een oord waarin drugs en doodslag aan de orde van de dag zijn en de jeugd kansloos is op een betere toekomst. In deze films gaat Lee minder de diepte in dan in voorgaande werken, terwijl ook de creativiteit beduidend afgenomen is. Vooral Clockers mist de aantrekkelijke down to earth inventiviteit van een jonge filmmaker, zoals Do The Right Thing daar bol van stond. Visueel gladjes, maar volstrekt inwisselbaar. Crooklyn is eveneens vlak geschoten, maar kent nog wel een hoogst opmerkelijke vondst. De vervreemdende ervaring van een klein meisje buiten de haar vertrouwde stad wordt meesterlijk gevisualiseerd door op dat moment over te schakelen op een ander beeldformaat. De projectie is echter niet gecorrigeerd, waardoor de verhoudingen niet kloppen en het beeld enorm vervormd is. Een spaarzaam memorabel moment, want met uitzondering van Malcolm X neemt de visuele flair per film af.


Onderwerpen:


6 Reacties

  1. Kaj van Zoelen

    Clockers de minste? Ik herinner me toch een uitstekende film, maar het is erg lang geleden.

  2. theodoor

    Ik krijg nu in eens zin ze allemaal te kijken (en in het geval van DTRT en Malcolm X te herkijken).

  3. Kaj van Zoelen

    Rik, wat jij opmerkt over het visuele van de laatste 2 films, zou dat iets te maken hebben met de cinematograaf? Ernest Dickerson schoot elke Lee film t/m Malcolm X, maar daarna geen enkele meer.

  4. Rik Niks

    Ik tast nog altijd in het duister over de precieze invloed van de cinematograaf op het eindresultaat, voor de kijker is het moeilijk te scheiden waar de hand van de regisseur en waar die van de cinematograaf in gezien moet worden. Echter is het wel opvallend, nu ik dat nazoek, dat hij na de films met Dickerson voortdurend met wisselende DoP’s werkt, en zelden vaker dan eens met dezelfde. Voor een consistente visuele stijl lijkt me dat niet al te gunstig. Ik ben benieuwd wat jou bevindingen hierover zijn bij je (her)kijk van het post Malcolm X-werk.

  5. Kaj van Zoelen

    Ik zal er op letten. De precieze invloed op het eindresultaat van de cinematograaf is onduidelijk omdat die niet consequent is (net zoals de editor), omdat het per film en/of filmmaker verschilt. Sommige regisseurs denken heel visueel en hebben van te voren al precies in hun hoofd hoe het eruit moet zien. Anderen laten het helemaal aan hun cinematograaf over. Sommigen werken veel met dezelfde cinematograaf samen omdat ze weten dat die precies weet wat zij willen, of juist dezelfde visie heeft die de regisseur zelf niet goed tot stand kan brengen.

    Maar in dit geval vond ik je constatering opvallend, omdat Dickerson er mee ophoudt (om zelf te regisseren) en jij daarna de films visueel vind tegenvallen.

  6. Kaj van Zoelen

    Net Crooklyn gekeken… damn, ik dacht al eventjes dat het aan mijn TV of DVD-speler lag, die beeldvervorming. Erg leuk gedaan. Ik vond het trouwens best een mooie film om naar te kijken – de beelden stralen altijd een warmte uit, niet de hitte van Do The Right Thing maar een prettige warmte. En dan zijn er nog de dingen die je zelf al noemde. De camera is misschien wat minder beweeglijk dan in het Scorsese-achtige Malcolm X, maar verder vond ik ‘m visueel toch niet veel onderdoen voor zijn voorgangers. Daarnaast verraste de film in het algemeen me overigens zeer positief. Een flink onderschatte film wat mij betreft.


Reageer op dit artikel