Suburbia revisited
5 voorgangers van American Beauty

27-05-2009 | Rik Niks | Lijst

Toch nog even terug naar Lolita, waar ik voorgaande twee weken niet over uitgeschreven raakte… Toevalligerwijs zag ik in diezelfde tijd nog een tweetal films die gedrieën een stevige verwantschap vertonen met een van de populairste Amerikaanse drama’s van de afgelopen tien jaar: American Beauty. De debuterende Sam Mendes wist in 1999 met zijn verhaal over een verveelde, routineus levende 40-er die zijn jonge, non-conformistische ik herontdekt bij een breed publiek een snaar te raken. Maar… was dat door zijn vernieuwendheid, of moet de film veeleer als een ingenieuze samenvatting gezien worden van films waarin dezelfde thema’s verkend werden? Vandaag vijf voorgangers waar Mendes ongetwijfeld met interesse naar heeft gekeken.

5. Blue Velvet (David Lynch – 1986)
Blue Velvet heb ik altijd als een vanzelfsprekende voorganger van American Beauty gezien, maar naarmate ik Lynch’ film vaker zag, is dat idee afgenomen. De grootste overeenkomst tussen beide films is dat de achterkant van het schijnbaar keurige leven in de Amerikaanse voorsteden verkend wordt. Die verkenning wordt echter geheel verschillend gestalte gegeven: Jeffrey’s zoektocht behelst vooral het kwaad in de mens en in zichzelf, terwijl American Beauty niet in die zin een morele vertelling is. Lester Burnham is ook zoekende naar de kern van zichzelf, maar is lange tijd niet geïnteresseerd of deze moreel goed of fout is; hij wil vooral het juk van zich af gooien dat hem zo beklemt. En dat is weer iets wat Jeffrey minder bezighoudt. Als zijn verkenning volbracht is keert hij probleemloos terug in het keurslijf dat zijn omgeving van hem verwacht. Lester is roekelozer, voor hem is dit niet meer mogelijk. Hij is verder gegaan dan hem toegestaan is.

4. Peeping Tom (Michael Powell – 1960)
Het personage Ricky Fitts heeft veel weg van Mark uit Peeping Tom. Deze Mark is een cameraman die zijn omgeving bijna louter door een camera gadeslaat. Op deze manier probeert hij emoties vast te leggen en via de projector te beleven, emoties die hij in de gewone omgang niet ervaart. Dat is niet direct het doel dat Ricky met zijn voortdurende filmen voor ogen heeft, maar ook hij ziet in dat een situatie een andere dimensie krijgt wanneer deze niet in de werkelijkheid, maar op televisiescherm herbeleefd wordt. Schoonheid, waarachtigheid laat zich in zijn ogen pas zien wanneer het door deze filter is gegaan, maar het gaat er uiteindelijk om zonder dit hulpstuk het mooie, het echte in mensen, in simpele situaties te kunnen zien.

3. Lolita (Stanley Kubrick – 1962)
De instant-liefde van Lester voor Angela roept natuurlijk direct Kubrick’s Lolita in herinnering, waarin het leven van een man van middelbare leeftijd weer richting krijgt na het zien van de 14-jarige Lolita. Het grotere kader in American Beauty is het angstvallige verbergen van werkelijke gevoelens; dit geldt voor alle personages, dus ook Angela. Hier schuilt ook het verschil tussen Lester en Humbert: Lester weet zijn door egoïsme gedreven lusten tijdig te keren, namelijk op het moment dat hij de werkelijke Angela te zien krijgt. Een onzeker meisje dat in weerwil van haar gecultiveerde imago nog maagd is. In zekere zin bieden ze elkaar verlossing (al is het voor Lester voor bijzonder korte duur), waar Humbert veel te laat tot het inzicht komt van de vernieling die hij heeft aangericht.

2. Happiness (Todd Solondz – 1998)
Todd Solondz’ blik op de suburbs net zo weinig rooskleurig als het 1 jaar jongere American Beauty. Ook hier worden de herkenbare gevoelens zoals die voortvloeien uit het leven in de nette voorsteden, de eenzaamheid, de gemaaktheid, de onoprechte emoties, op een satirische manier voor het voetlicht gebracht. Net als Mendes laat Solondz de kijker twijfelen over welke houding hij aanneemt jegens zijn personages: houdt hij van ze ondanks hun gebreken, of schuilt in de tragikomische toonzetting een zuiver cynische blik jegens hen? Solondz speelt dat spel op het scherp van de snede. Vaak weet je als kijker niet of je moet lachen of (mee)huilen. Het personage dat het meest wegheeft van Lester Burnham is Bill Maplewood, de pedofiele psycholoog. Zijn uitbraak uit zijn ingedutte leventje is echter nog egoïstischer en vooral: destructiever voor zijn omgeving.

1. Bigger Than Life (Nicholas Ray – 1956)
Bigger Than Life is het verhaal van een burgermannetje dat door medicijngebruik ontspoort tot een stuk explosief dat wars is van de schone schijn die hem omringt. Zijn plotselinge dedain tegen zijn omgeving, zijn cynische commentaar en het volkomen negeren van geldende omgangsvormen zien we bijna 1-op-1 terug in American Beauty. Lester Burnham en Ed Avery lijken beide vissen op het droge, wiens uitzonderlijke positie niet getolereerd kan worden. Visueel is dit de film die misschien nog wel het meest terug te zien is in American Beauty. De felle roodaccenten van Bigger Than Life duiken in American Beauty, o.a. in de vorm van rozen en een knalrode voordeur, op, en ook de dinerscènes lijken een bewuste verwijzing: zelfs de positionering van de personages aan de tafel is identiek.



1 Reactie

  1. Alex

    Zes uitstekende films, en mooie teksten Rik. Jammer dat ze zo kort zijn. [i]Bigger Than Life[/i] is trouwens een must-see voor elke liefhebber van [i]American Beauty[/i]!

    Met betrekking tot de vergelijking Ricky-Mark heb ik twijfels over hoeveel de camera toevoegt aan Ricky’s beleving. In [i]American Beauty[/i] geeft Ricky aan dat hij filmt omdat hij zijn herinneringen wil blijven prikkelen: ‘Video’s a poor excuse, I know. But it helps me remember… and I need to remember… ‘. Daarnaast vraagt Jane aan de naakte Ricky als ze hem filmt: ‘Don’t you feel naked?’ Een vraag die doelt op de ongemakkelijkheid en het expliciterende effect die optreden als je gefilmd wordt. Maar voor Ricky is er geen verschil tussen de camera en de werkelijkheid: ‘I am naked.’ Ik denk daarom dat er geen verschil in beleving zit tussen Ricky’s oog en het oog van zijn camera, maar dat de camera de blik duurzamer maakt, langer, zodat hij bewaard kan worden, terwijl dat met een normaal oog en geheugen niet kan. Dit doet me ook denken aan wat Lester zegt aan het einde: ‘I had always heard your entire life flashes in front of your eyes the second before you die. First of all, that one second isn’t a second at all, it stretches on forever, like an ocean of time…’ Jij schrijft: ‘Schoonheid, waarachtigheid laat zich in zijn ogen pas zien wanneer het door deze filter is gegaan, maar het gaat er uiteindelijk om zonder dit hulpstuk het mooie, het echte in mensen, in simpele situaties te kunnen zien.’ Ik denk dat je de eerste zin dus kunt schrappen, want het medium (‘hulpstuk’ of ‘filter’) is niet nodig en ook geen vereiste. Het is dan ook niet vreemd dat Ricky weggaat met Jane zonder zijn bandjescollectie mee te nemen.

    Ik denk dat het verband tussen Lester en Humbert nog verder gaan dan jij het brengt. Jij schrijft: ‘Lester weet zijn door egoïsme gedreven lusten tijdig te keren [...] waar Humbert veel te laat tot het inzicht komt van de vernieling die hij heeft aangericht.’ Of er bij Lester sprake is van ‘egoïsme’, daar valt over te twisten, maar ik denk dat beide figuren vernieling aanrichten, zonder tijdig in te zien dat ze dit doen. Lester confronteert de mensen om hem heen met de schijnlevens die hij en zij leiden; ‘Our marriage is just for show. A commercial for how normal we are when we’re anything but.’ Door openhartig te praten over hoe nep iedereen zich gedraagt en waar het leven daadwerkelijk over gaat heeft hij grote invloed op de mensen om hem heen: Carolyn beseft hoe ongelukkig ze eigenlijk is en hoe slecht hun relatie is, en besluit dan om geen slachtoffer meer te willen zijn. Net als Colonel Frank Fitts wil zij Lester vermoorden. Frank Fitts wordt door Lester geconfronteerd met zijn eigen homoseksualiteit en kan hier niet mee leven. De vrouw en de buurman ervaren dus een bepaalde ‘aantasting’ door Lester, zonder dat Lester hiervan de negatieve kant inziet. Natuurlijk ziet hij dit wel in bij Amanda, maar uiteindelijk zijn Lester en Humbert allebei het slachtoffer van de – voor hen positieve, voor anderen pijnlijke – invloed die zij uitoefenen op anderen.


Reageer op dit artikel