




Superstar: The Karen Carpenter Story (1987)
30-05-2009 | Bram Ruiter | Recensie
Regie: Todd Haynes

Het is 4 februari 1983 wanneer Agnes Carpenter haar wereldberoemde dochter op de vloer van haar keuken ziet liggen. Waarschijnlijk heeft ze haar naam geroepen, haar levenloze dunne lichaam geschud en haar in haar armen gehouden terwijl ze haar man riep. Elf jaar eerder stond haar wereldberoemde dochter samen met haar wereldberoemde zoon in het Witte Huis. Beide zongen ze hun liefste liedjes, maar alleen Karen, de wereldberoemde dochter van Agnes Carpenter, wist de machtigste man van de wereld in beroering te brengen. Haar zachte, rustgevende stem staat nog altijd in menig geheugen gegrift en die zoete liedjes zullen nooit verdwijnen. Wat ging er mis?
Vier jaar na haar dood besluit een jonge Todd Haynes een film te maken over The Carpenters, de band waarmee Karen en Richard Carpenter, die wereldberoemde dochter en zoon van Agnes, groot mee werden, maar ook uiteindelijk hun ondergang betekende. Haynes was echter niet geïnteresseerd in het schoon houden van de façade die de familie zolang hooghield. Hij zoekt de duistere kracht op die vader, moeder en broer op de arme Karen uitoefenden en vergroot deze uit, zodat ditmaal niet de anorexia hebbende Karen de boeman wordt, maar juist haar omgeving, die slechts uit lijkt te zijn op die façade. Alleen al het feit dat de enige solo plaat van Karen (die overigens werd opgenomen ten tijde van haar broers rehab) veel meer uptempo en thematisch seksueel is verklaard hoe kortzichtig haar omgeving zou zijn geweest. Haynes zag hetzelfde, pluisde de situatie uit en wees met zijn kwade vinger naar alle knijpende ogen en wegkijkende hoofden. Doormiddel van Barbiepoppen vertelde hij het hartverscheurende verhaal van een perfectionist wiens leven werd gecontroleerd en de enige macht die ze had haar lichaam was.
De film begint met de beruchte datum, waarna we letterlijk de ogen van Agnes worden. In gruizige zwart wit beelden zien we hoe ze haar pas versnelt en horen we hoe haar stem onrustiger wordt als Karen, waarnaar ze op zoek is, niet reageert. De eerste klap voelt als een stomp in de maag wanneer Agnes haar levenloze dochter vindt en de duizend valse synthesizers die dit ondersteund maakt het alleen nog maar ondraaglijker. De toon is gezet.
Kort leid een voice over het verhaal in. Wanneer we als kijker meteen te maken krijgen met het ontstaan van The Carpenters (de eerste keer dat de barbiepoppen worden geïntroduceerd) weten we dat Haynes echt alleen geïnteresseerd is in de ondergang van Karen. De neerwaartse spiraal is ingeleverd voor een rechtlijnig cilinder en elke keer wanneer alles weer ietsje beter lijkt te gaan haalt Haynes deze illusie zonder pardon weer onderuit. Ongeveer vijf minuten in de film volgt de tweede klap: een labelbaas keurt de demo goed en verteld het duo dat hij het wel ziet zitten om een hip en fris albumpje op de markt te brengen. De afsluiter “We’ll take good care of you, all you have to do is put yourself in my hands” wordt langzaam vervormd en het beeld van een bleke hand voorspelt wederom weinig goeds voor de toekomst van broer en zus. De scène wordt afgerond met een compromisloze vertoning van een beeld uit de Holocaust: een uitmergelt vrouwelijk lijk wordt op een hoop lijken gegooid. Zelfs A&M Records, het label waar The Carpenters tekenden, ontkomt niet aan Haynes boze vinger. Je zou het haast niet eens een symbolisering noemen, eerder een letterlijk beeld van het recordlabel systeem in Amerika en de ondergang van al zoveel goede artiesten. Karen is slechts één van hen.
Haynes voert zijn woede jegens het onbegrip verder door van Richard, Agnes en Harold (vader) een stel onsympathieke, begriploze klootzakken te maken. Agnes reageert voornamelijk onverschillig tegenover Karen’s beginnende angst voor haar gewicht en broerlief valt zelfs tegen haar uit wanneer ze van oververmoeidheid vijftien minuten voor het concert ligt te slapen. Zijn egocentrische gedrag, dat duidelijk is toegenomen door de roem en de drang om die zoetsappige façade te behouden, uit zich door op dat moment tegen haar te zeggen dat ze ZIJN carrière om zeep helpt met haar gedrag. Verder worden er beelden getoond hoe Harold de volwassen Karen over de knie legt en op haar billen slaat. Hoewel er niet verder wordt ingegaan op de betekenis kan er worden gesproken over het symboliseren van de afkomst van Karen’s drang naar perfectie.
Maar ook subtielere waarschuwingen die wij als hulpeloze toeschouwers krijgen voorgeschoteld werken enorm mee aan de constante rillingen die de film mij ook voor de tweede keer leverde. Een voorbeeld dat mij nu pas opviel was een scène in de studio. Karen hoest in de microfoon wanneer ze moet zingen en Richard valt haar hier zachtjes op aan. Karen beantwoordt haar broers streven met de woorden: “I just wanted to be perfect”.
Het is haast fascinerend om te zien hoe een verhaal over Anorexia Nervosa, dat wordt verteld doormiddel van barbiepoppen, archiefbeelden en stukjes door Haynes gemaakte informatieve documentaire scènes, zo overtuigend blijft. Het is haast alsof Haynes de enige is die begrijpt hoe een intense biografische film over een artiest gemaakt moet worden. Hij grijpt naar zoveel vergezochte middelen, maar brengt dit zo kunstig bij elkaar dat ik bij elke keer mijn adem eventjes moest inhouden. Dit heeft voornamelijk te maken met de montage die wordt gehanteerd. Zoals gezegd gebeurt er veel, immers, het leven van een muzikante is vol drukte en stress (één van de redenen van haar sterven). Haynes weet dat alles afhangt van het tempo waarin alles gebeurt. Die stress, die drukte, de grip op het leven die iedereen lijkt kwijt te raken, het moet ergens vandaan komen. Als kijker worden we dan ook meervoudig gestrest door het continu switchen tussen rust en drukte. De korte documentaire scènes, die zijn verpakt als oppervlakkige reclamefilmpjes, geven een kortstondige rust in het rappe verloop van het verhaal. Echter blijft ook hier de naargeestigheid aanwezig. Zo kan een stem bijvoorbeeld vertellen over de toename van de welvaart in Amerika en de daarbij behorende lekkernijen, terwijl een half te lezen tekst de kijker verteld over de onzekere vrouw en groeiende eetstoornissen. Dus wanneer Haynes onze emoties ten opzichte van Karen even met rust laat, verstoort hij dit moment door tegenstrijdige berichten te vertonen. Ik kan er slechts van genieten.
Wat mij het meest fascineert, afgezien het gebruik van barbiepoppen en het interessant houden van de film, blijft de functionaliteit ten opzichte van alles. Elke vraag die de kijker heeft over stijlkeuzes wordt beantwoord in de film. De eerste vraag luidt altijd “waarom barbiepoppen?”. Hoe kan er anders het best een verhaal worden verteld over een familie die zich achter een imago verschuilt en oppervlakkig en kortzichtig is. Hoe kan er anders worden uitgeweid over anorexia en de perfecte vrouw. Het is zo simpel, niettemin zo effectief.
Maar ook andere keuzes beroeren mij tot mijn diepste filmsnaren. Zo is er klein stukje documentaire die ons inleid over anorexia. Er wordt verteld waarom mensen dit zichzelf aandoen en hoe ze dit volhouden. Vlak nadat de vertelstem zegt dat anorexia lijdende mensen high worden van de honger, iets dat wordt gezien als beloning, zingt Karen: “Such a feelings coming over me, there is wonder in almost everything I see”. Dankzij dit soort haast onopvallende stukjes montage techniek wordt er een ander licht op de façade geschenen, alsof ze in haar eigen liedjes toegaf dit gevoel te hebben.
Het is jammer hoe zo’n sterke en zelfs informatieve film, die vandaag de dag nog steeds goed zou functioneren tegen de pro-anorexia gemeenschap, buiten kijf blijft doordat Richard, die ook redelijk wordt afgeslacht in de film, erachter kwam dat Haynes geen rechten had aangevraagd voor het gebruik van The Carpenters muziek en zodoende de film alleen in illegale kringen te verkrijgen is. Maar ook voor filmliefhebbers is het een must om te zien waar de maker van I’m Not There vandaan komt en in hoeverre deze film functioneel gezien bijna perfect is. Er zwerven her en der wat torrents rond, maar met wat zoekkundigheid kan ik best een kijkbeurt op Video Google aanraden. Kwalitatief is het geen wondertje, maar daar hebben we als bootleggers weinig behoefte aan. Zolang er maar genoten kan worden.

Forum
Op 05-06-09 om 21:44 #
Ik heb net ‘Superstar’ voor het eerst gezien. Erg bijzonder en een indrukwekkende ervaring: 9/10. Wat me opviel is dat de barbiepoppen de personages holler maken, misschien met uitzondering van Karen. Zij maakt hierover ook een – voor de toeschouwer – komische opmerking wanneer ze Thom(as James) Burris ontmoet. Ze ziet ‘hem’ (een Ken-barbiepop, net als Richard) staan en zegt: ‘You didn’t tell me that Richard was coming.’ Waarop haar moeder droog reageert: ‘That isn’t Richard.’
Heb je trouwens een nieuw stopwoordje gevonden, wereldberoemde Bram?
Op 06-06-09 om 10:32 #
Ik vond de keuze voor de barbiepoppen een grote platitude, te opzichtig en geenszins overtuigend ironisch. Daarbij werd er juist een distantie gecreeerd, zonder enige mogelijkheid om ook maar op enige wijze een engagement met de karakters op te bouwen. Inlevingsvermogen is mij sowieso vreemd, dus met barbiepoppen blijft de empathie al helemaal achterwege. Zeker wanneer Haynes kiest voor een melange aan dialogen die qua inhoud niet verder reiken dan een willekeurig kapsalongesprek, zij het dat de toon er van wat negatiever is. De teloorgang van de superster kan door een tigtal psycho-verklaringen betekenis krijgen – de hectiek van de showbiz, de faalangst als gevolg van huiselijke perikelen, het schoonheidsbeeld etcetera – maar dat kan niet verhullen dat het een nodeloos saai mens is geweest. Niet interessant om drie kwartier naar te kijken in ieder geval, al helemaal niet omdat zeker acht minuten daarvan worden ingevuld door de meest verschrikkelijke popklanken ooit geproduceerd. Ik overdrijf, maar de muziek roept bij mij dezelfde kokhalsneigingen op als het moment waarop Karen een lekkere biefstuk in de smiezen krijgt.
De reclamespots, de reconstructie van haar dood, de voice-over en de interviews vond ik wel aangename elementen en dat maakt het tot een krappe voldoende. Ik moet er echter niet over peinzen om ‘m nog een keer te zien, want dan zal ik ook moeten grijpen naar de pillen, vrees ik. Tot zover het korte en milde tegengeluid van mijn kant.