Te kleuren of niet te kleuren?
Over het achteraf inkleuren van oude zwart-wit beelden.

18 september 2009 · · Beschouwing

Het (jaren later) achteraf inkleuren van oude filmbeelden: voor vele liefhebbers een van de ergste bewerkingen van (zwart-wit) film denkbaar. Toen ik dit voorjaar (of vorig najaar) een ingekleurde versie van To Have And Have Not (Hawks, 1944) kon ik het alleen maar eens zijn met dat sentiment. Maar vorige week werd mij op National Geographic dankzij de documentaireserie World War II: The Apocalypse duidelijk dat ingekleurde zwart-wit beelden toch wel degelijk een meerwaarde hebben. Wat is het verschil? De afstand.

Het inkleuren van To Have And Have Not zorgde voor meer afstand. Ik had de film al eens eerder gezien in het zwart-wit, en als dat de oorspronkelijke ‘kleur’ van de film is voelt zo’n ingekleurde versie toch onnatuurlijk aan. Daarbij maakt het niets uit dat wij eigenlijk van nature alle kleuren zien, en zwart-wit een kunstmatig, door technologie gecreëerd kleurenschema is. Dit soort films hoort zwart-wit te zijn, en de inkleuring geeft de film een vies laagje dat nep overkomt en in het geval van de belichting soms ook overkomt als amateuristisch, iets waar je Hawks in de originele versie toch niet van kunt betichten. Bij To Have And Have Not zat ik me bijna voortdurend te ergeren aan de lelijke kleuren en vervloekte ik het hele proces.

Vorige week zag ik echter in dat het inkleuren van oude zwart-wit beelden ook een positief effect kan hebben. In de documentaire reeks World War II: The Apocalypse vertelt men aan de hand van archiefbeelden in zes afleveringen van een uur de chronologie van de Tweede Wereldoorlog. Ditmaal zijn echter veelal niet eerder vertoonde beelden gebruikt, afkomstig van amateurs en soldaten aan het front. Hoewel er ook af en toe bekend materiaal voorbij komt, zoals bijv. de Nazi’s die marcheren door Parijs. Dat is echter niet wat de serie zo bijzonder maakt. In plaats van dat we de gebruikelijke zwart-wit beelden te zien krijgen, zijn deze ingekleurd. In plaats van dat dit afstand creëert brengt het de oorlog juist dichterbij.

Oude zwart-wit archiefbeelden creëren meestal toch een afstand, doordat zo duidelijk is dat wat we zien lang geleden is gebeurd. Dat gebeurt hier niet, de kleuren brengen het allemaal wat dichterbij en verhogen daarmee de dramatische impact. De programmamakers, zich hiervan bewust (het was immers de motivatie voor het inkleuren), hebben de ‘ergste’ scènes daarom weer niet ingekleurd. Dit is ook niet echt nodig – beelden van massagraven en moorden dringen sowieso wel tot je door. Effectbejag is niet het streven van de makers. Toch is dat wel een beetje het gevolg: door deze beelden niet in te kleuren, vallen ze opeens extra op.

Heb je World War II: The Apocalypse gemist? Kijk dan hier voor het schema van de herhalingen.


Onderwerpen:


6 Reacties

  1. theodoor

    Het ergste vind ik zwart wit films uitbrengen in kleur zonder een alternatief te bieden, wat destijds op de nederlandse dvd-markt gebeurde voor Carnival of Souls. De Ray-Harryhausen-box pakt het wat dat betreft goed aan, kijk je schlock in kleur, waardoor de tochal artificiele (doch fantastische) creaturen van Harry Hausen nog kunstmatiger zijn? Of kijk je gewoon de originele zwart-witversie, die wél aanwezig is op de dvd. Dat is de manier!

  2. theodoor

    Ik ben er net achter gekomen dat The Man Who Wasn’t There van The Coen Brothers, oorspronkelijk geschoten is in kleur (met veel sepia-achtige tinten) en later geconverteerd is naar zwart wit. Als experiment ga ik zo de kleurenversie kijken. Ik zal mijn bevindingen rapporteren.

  3. Kaj van Zoelen

    Ik ben benieuwd.

  4. verhoeven

    Wat is nu eigenlijk je conclusie met dit stuk, Kaj?

    Dat het bij oorlogsarchief beelden wel mag maar niet bij films zoals Key Largo, To Have And Have Not en The Longest Day?

  5. theodoor

    Voor een film als The Man Who Wasn’t There die oorspronkelijk in kleur was, en voor bioscooproulatie en dvdexploitatie is omgezet naar zwart-wit is het opvallend dat de kleurenversie eigenlijk meer Coen is dan de zwart-wit versie. Het kleurenschema doet erg denken aan O Brother, Where Art Thou, in de zin dat het bijna monochrone kleurenschema vooral bestaat uit bruin, geel en groentinten. Het beeld is soms zwart-wit, afgezien van de beter verlichte stukken die wel in kleur zijn, en de enige kleur die goed te zien is is (donker)rood, wat soms het beeld uitspringt. Op een of andere manier bevalt de kleurenversie me veel beter, hoewel de noir-sfeer wel iets minder sterk aanwezig is. Hier springen soms echter de composities net wat sterker uit, en is het soms net wat meer genieten van de visuele pracht. Het is zeker geen grote middelvinger of bevlekking richting de zwart-wit-versie (integendeel zelfs, het is een mooie aanvulling), en ik vind het eigenlijk jammer dat deze versie niet wat minder bekend is. Hij is soms echt prachtig.

  6. Thierry Verhoeven

    Volgens mij heb ik dezelfde uitvoering van To Have and Have Not gezien en was ik ook weinig amused door de inkleuring; toen enkele maanden later Key Largo ook in een van kleur voorziene versie werd uitgezonden, heb ik dan ook zo lang zitten kloten met mijn tv tot deze op zwart-wit stond (want Bogey hoort verdomme gewoon niet in kleur!). Daarentegen heb ik nooit zoveel moeite gehad met de ingekleurde versie van The Longest Day. Misschien omdat dit zeer netjes gedaan is, misschien omdat ik de zwart-wit-versie nooit gezien heb.
    Wat echter niet uit te vlakken valt is dat men in de tijd van bovenstaande titels niet echt veel keuze had wat betreft kleurpatronen. Goed: vanaf de jaren ’30 werden er al films in kleur opgenomen, maar het heeft daarna nog jaren geduurd voor het meer regel dan uitzondering werd. Als Howard Hawks het had gekund had hij To Have and Have Not waarschijnlijk wel in kleur opgenomen. Wat dat betreft is het boeiend dat filmmakers tegenwoordig een keuze hebben en zwart-wit (bijna) alleen maar toepassen wanneer ze daar hun redenen voor hebben: Raging Bull, Schindler’s List, The Good German…


Reageer op dit artikel