★★★★☆

The Barefoot Contessa (1954)

06-05-2009 | Rik Niks | Recensie
Regie:

The Barefoot Contessa, written & directed by Joseph L. Mankiewicz. Dat eerste is van minimaal zo veelzeggend als dat laatste, want behalve het feit dat deze combinatie in het klassieke Hollywood een zeldzaamheid is, geeft het ook een aanwijzing waar man’s voornaamste kwaliteiten als regisseur liggen. Mankiewicz won in 1950 (A Letter To Three Wives) én 1951 (All About Eve) een Oscar voor het schrijfwerk én regie. Een opmerkelijke prestatie, maar zijn regie sluit dan ook prima aan op de wensen van de Academy. Dat is geen diskwalificatie, want wat Mankiewicz films mogen missen aan baanbrekendheid of een unieke visuele stijl, wordt ruimschoots gecompenseerd door zijn kwaliteiten als acteursregisseur en persoonlijke signatuur die doorklinkt in de karakter- en milieutekeningen. Mankiewicz’ films lijken zo voornamelijk in de studeerkamer tot stand te komen, maar de vlijmscherpe dialogen afgeleverd door sterren als Davis, Bogart, Olivier en Cain brengen ze tot leven.

Al in de openingsbeelden, als op een druilerige begraafplaats het titelpersonage ten aarde wordt gedragen, wordt duidelijk dat dit een pessimistisch verhaal zonder happy end gaat worden. Een volgende hint is het steeds vergeten van de Spaanse vertaling van Cinderella door Harry Dawes (Humphrey Bogart). Deze ‘Cinderalla’ is de Spaanse Maria Vargas (Ava Gardner), die bij voorkeur blootsvoets door het leven gaat. Als ze ontdekt wordt als actrice en plotsklaps beroemd is, laat de metaforische prins met de passende schoen op zich wachten.

Een zwartgallig sprookje derhalve, waarin Mankiewicz weer het slechtste in mensen naar boven weet te halen. Zoals zo vaak heeft iedereen zijn eigen belangen en bestaan de dialogen vooral uit het etaleren van het eigen gelijk, het inpalmen van anderen en het kleineren van derden. Zelfs de onschuldig ogende Maria Vargas ontkomt daar niet geheel aan, want we ze precies wil in deze wereld van glitter en glamour die duidelijk niet de hare is blijft onduidelijk. Bogart’s Dawes komt dan nog wel het meest in aanmerking als geweten van de film. Misschien dat zich daar de verborgen agenda van Mankiewicz laat zien, want ook Dawes is een schrijver/regisseur…

Net als in All About Eve geeft Mankiewicz weer flink af op de manier waarop sterrendom haar slachtoffers eist. De blinde begeerte die er mee gepaard gaat, zowel bij ster (in spe) als bij het publiek dat zich er slaafs door laat verblinden. De voorgeschotelde glamour lijkt in Mankiewicz handen een soort opium voor het volk: de industrie beheerst het mechanisme waarmee bepaald wordt aan wie men zich wanneer mag vergapen. Groot is de schrik bij de pr-man als blijkt dat het publiek soms blijkt geeft van enig zelfdenkend vermogen.

Toch is de algehele schets minder scherp dan All About Eve. Hoe briljant de dialogen ook mogen zijn die men uitspuit, veel personages zijn eigenlijk vrij plat en zelfs clichématig. De steenrijke producer wiens wil wet is, maar nooit gelukkig zal zijn. De gladde pr-man voor wie loyaliteit van ondergeschikt belang is. De aristocraat die enkel in vrouwen geïnteresseerd is met het oog op nageslacht. Maar de rollen van Bogart en Gardner zijn wel volwaardig en met meer nuance omgeven. Bogart, mogelijk dus een soort alter ego van Mankiewicz, werpt zich als een beschermende mentorfiguur op voor de nieuwe ster aan het firmament, en lijkt de enige die bij haar niet op eigen gewin uit is.

Dat The Barefoot Contessa een film van Mankiewicz is is niet alleen te horen, maar, helaas, ook te zien. Hoewel in technicolor, en hoewel volledig in Italië opgenomen, is het een veredeld toneelstuk dat alleen al begint met een kwartier durende scène aan een cafétafeltje. Pas later zou hij ook meer aandacht geven aan de visuele kant, waarvan zijn laatste film Sleuth een perfect voorbeeld is hoe het een het ander niet hoeft uit te sluiten.



Reageer op dit artikel