★☆☆☆☆

The Taking of Pelham 1 2 3
Tony Scott, 2009

30-08-2009 | Bram Ruiter | Recensie
Regie:

PELHAAAAM!!!

Er kan veel gezegd worden over Tony Scott, maar de beste man heeft door de jaren heen een herkenbare stijl ontwikkeld en is hét model geworden voor de gemiddelde videoclipmaker. Vanaf het Will Smith vehikel Enemy of the State verteld Scott zijn flinterdunne actie verhaaltjes door de ogen van een coke snuivende, espresso drinkende, triatlon uithoudende editor. Daarbij bovenop kiest Scott altijd een cinematograaf die een vergevorderde vorm van parkinson heeft en laat de arme man altijd de camera in zijn hand houden terwijl deze ingezoomd is. Zou deze versie van The Taking of Pelham 1 2 3 worden vertoond in 1973, dan had Scott een enorme schadeclaim aan zijn broek gekregen door het groot aantal epileptici dat tijdens het anderhalf durende monster bezweken. Tegenwoordig zijn we allemaal Transformers gewend – Bay heeft dezelfde voorkeuren als Scott, hoewel de laatste geen CGI gebruikt en lak heeft aan glad gestreken beelden – en laten we ons met plezier door deze rollercoaster smijten.

Het origineel is me onbekend, maar de verhalen komen redelijk overheen (anders was het geen remake): Denzel Washington speelt de generic black dude wiens werk het is om de metro’s goed op weg te helpen. Het is de normaalste baan van de wereld en Denzel legt flink de nadruk op die normaliteit. Hij draagt een das. Hij draagt een vaal geel blouseje. Zijn bril is wat bruinig. Niets imposant. Dan, op een dag, stapt Scientology Posterboy Travolta in een van Denzels metro’s en neemt de helft van de sneltram als gijzelaar. Travolta eist honderd miljoen binnen een uur en praat vrolijk met Denzel over de intercom. Plotseling is de normaalste man van de wereld, de Joe the Plumber, de held van de dag.

Scott is geen regisseur die lastige kwesties op de proef stelt. Zijn films zijn geen uitdaging maar leunen puur op het vermaak van het publiek. Zijn films zijn daarom vlak, voorgekauwd en zitten vol met clichés en stereotypes. De bovengenoemde stijl is een van de redenen waarom hij Hollywood blijft bevlekken met zijn films. Daarnaast heeft Scott in al zijn kijkbare films een specifiek aspect dat de film draagt. Drie voorbeelden:
Man on Fire was een twee en een half uur durend epos waarin Denzel als bodyguard op zoek gaat naar het door zijn schuld gekidnapte meisje, terwijl hij al moordend en zich aan zijn erecode houdend aan informatie komt. Scott bouwt zijn film op die genoemde erecode en de daarbij kijkende koelte van het personage.
Domino was een trip op mescaline waarin Keira Knightley van haar verleden als model afstapt om een hired gun te worden. De scène waarin iedereen midden in een woestijn strand en uit het niets Tom Waits als priester verschijnt om zijn woord te doen is klassiek. Hier bouwt Scott zijn film op het coole personage van Knightley, maar is de hoofdrol toch weggelegd voor zijn doorvoering van de stijl die hij hanteert. Alles is zo over de top dat zelfs Scott zichzelf niet meer zou kunnen toppen.
Zelfs Déjà Vu was, ondanks zijn jeukende geneuk met tijdmachines, interessant om te zien. Hier draaft hij door over gadgets en tijd en hoe het enerzijds onmogelijk is te veranderen, maar uiteindelijk toch mogelijk is. De film heeft zo zijn irritatiepunten, maar is toch redelijk kijkbaar door het leuke gegeven van tijdmachines (iets dat me eindelos fascineert).

Pel ham en knip kaas.

The Taking of Pelham 1 2 3 moet het hebben van het archetypische goed versus kwaad dilemma. Travolta maakt Denzel duidelijk dat ze eigenlijk allebeide slachtoffer zijn van New York. Hun gesprekken gaan over hun fouten, ze geven zich bloot en er is een hoop gebabbel over spiritualiteit. De intercom wordt vergeleken met een wederzijds biechthokje. Scott speelt met informatie, door pas later Denzels achtergrond duidelijk te maken, terwijl Travolta eigenlijk een bijfiguur wordt. Stiekem probeert ook hier de regisseur weer gebruik te maken van zijn koele kikker personage, maar deinst hij toch terug om van Travolta geen kwaad personage te maken. En eigenlijk somt dat de hele film op: The Taking of Pelham 1 2 3 gaat nergens over de top, heeft geen opvallend aspect en maakt nergens echt een punt. De film blijft in een veilig hoekje zitten, terwijl Scott constant terugvalt op een tijdslimiet, door constant de overgebleven tijd in beeld te laten swooshen, terwijl we elektronische rockmuziek horen en het beeld stilstaat.

Ondertussen weet de film ook niet echt ergens zijn vinger op te leggen. Het ene na het andere narratief wordt onafgemaakt laten liggen, terwijl ze toch prominent aanwezig zijn en het publiek afleiden van de krachtmeting tussen de twee hoofdacteurs.
Naar mate de film vordert verliezen de scènes hun snelheid en merkte ik dat het me eigenlijk allemaal niet meer interesseerde, terwijl dat toch andersom had gemoeten. Dit is vermoedelijk de schuld van de constant aanwezige drang naar tempo. Op een bepaald moment is de kijker gewend aan Scotts stijl, terwijl hij duidelijk had moeten opbouwen.

The Taking of Pelham 1 2 3 is de meest nietszeggende, onnodige remake die ik ooit heb gezien. Alles was zo middelmatig, dat de middelmatigheid me begon te storen en mijn tenen zich zo hard kromden dat ze braken. Het is zelfs eerlijker om te zeggen dat Scott niets heeft gemaakt. Dat wil niet zeggen dat anderhalf uur zwart beeld even goed zou zijn geweest. Ik wil hiermee zeggen dat niemand anders deze film had kunnen maken zonder dat het een gemis op de wereld werd.
Dat zijn een boel harde statements, maar ik denk niet dat iemand op deze wereld, behalve Tony Scott, een nacht had wakker gelegen als deze film nooit had bestaan. Basta.



Reageer op dit artikel