Theatre on Film: Vanya on 42nd Street

17-03-2009 | Looi van Kessel | Analyse

Lynn Cohen, Wallace Shawn en Julianne Moore in Vanya on 42nd Street

Dat kunstvormen als film en theater veel overeenkomsten hebben hoeft niet meer gezegd te worden. Beide vormen steunen overduidelijk op elkaar. Film in de eerste plaats op theater. Allereerst omdat veel films bewerkingen zijn van al bestaande theaterstukken, maar ook omdat het diens acteertechnieken (voornamelijk zoals ontwikkeld door Stanislavski) heeft overgenomen en voor veel bioscoopgangers het niveau van acteren het genot van de film in hoge mate bepaald. Theater aan de andere kant heeft van film geleerd visueel te mogen zijn en zijn uitersten te onderzoeken: als het publiek film opzoekt voor mooi acteerwerk, moet het theater nieuwe vormen op gaan zoeken om publiek te blijven trekken.

Ondanks de constante wisselwerking tussen theater en film lijkt het wel of het nooit een van beide kunstvormen gelukt is dan ander in het geheel te incorporeren. Als in theatervoorstellingen filmbeelden worden gebruikt gaat dit vaak rommelig en weten beide vormen nooit goed op elkaar aan te sluiten. Film anderzijds wordt al gauw redelijk saai om naar te kijken als deze te zwaar leunt op theater. Het komt statisch over. Nog erger wordt het als je daadwerkelijk naar een theaterregistratie kijkt. Waar in het theater zelf de magie van het spel makkelijk overslaat op het publiek, gaat dit compleet niet op voor een toneelregistratie die je op televisie kijkt. Soms tot het genante af.

Toch is er een theaterverfilming die het voor elkaar krijgt om zonder haar vorm als theater te verliezen, toch een hoogst interessante film te worden: Vanya on 42nd Street van Louis Malle.
Voor zijn laatste film die hij regisseerde voor hij stierf koos Malle om een van zijn favoriete stukken naar het medium film te vertalen zonder het karakter van een toneelstuk te verliezen. Malle ging op zoek naar de mogelijkheden om theater op interessante wijze te verfilmen en slaagt daar uitermate in met zijn bewerking van Anton Tsjechovs Oom Wanja.
Met een handvol acteurs (Wallace Shawn, Julianne Moore, Lynn Cohen, ed.) die zich met recht tot de top van hun vak mogen scharen en het vervallen New Amsterdam Theatre als locatie presenteert Malle de kijker het stuk als een repetitie van een toneelgroep. De acteurs komen binnen, maken een babbeltje en maken zich klaar voor een doorloop. Op slinkse wijze vervolgens, zoomt Malle in op een kleine conversatie tussen een oudere actrice en een acteur van middelbare leeftijd. De kijker heeft pas door dat het stuk in dit fragment al begonnen is wanneer de camera draait en er een klein groepje toeschouwers in beeld komen.

Malle houdt het spel klein en kruipt met de camera ook dicht op de acteurs. Hij focust sterk op verschillende vormen binnen de acteerstijlen, welke ondanks de naturalistische aard van het stuk soms zelfs groteske, maar passende vormen aannemen. Hij gaat hiermee duidelijk op zoek naar diepere lagen in het stuk van Tsjechov. Vanya (geweldig vertolkt door Wallace Shawn) is niet enkel de wegkwijnende boer op het Russische platteland maar ook een man die zijn angsten probeert weg te praten; Jelena (eveneens een prachtige vertolking door Julianne Moore) is niet langer enkel het luie en verwende jonge vrouwtje van een gepensioneerde professor, maar ook een vriendin voor Vanya en een getroebleerde vrouw die te vroeg is getrouwd en geen raad weet met haar verliefdheid voor anderen.
Door de kale omgeving en de focus op het spel verliest de film nooit zijn theatrale karakter. Onderbrekingen door de regisseur tussen de bedrijven door accentueren dit zonder storend of ‘gemaakt’ over te komen. Het lijkt een prachtig geslaagd project om theater en film in absolute vorm met elkaar te fuseren.

Toch zit er een klein addertje onder het gras. Want wie de film wat nader bestudeert merkt al gauw op dat de meeste spanning niet enkel door de acteurs gecreëerd wordt, maar vooral ook door het subtiele camerawerk. Het is vooral de camera die de spanningsboog voor het publiek vast te houden door subtiele bewegingen, zooms en onopvallende cuts. De kijker moet vaststellen dat, hoe getalenteerd de acteurs ook mogen zijn, ook dit stuk al gauw slaapverwekkend zou worden als de camera enkel statisch van een afstand het spel zou registreren.
Moeten we hieruit concluderen dat theater zich nooit in pure vorm op film laat vastleggen? Moeten we hieruit concluderen dat film camerabeweging en montage nodig heeft om drama interessant vast te kunnen leggen?
Misschien wel ja. Malle bewijst hier op een licht ambigue manier dat theater en film prachtig hand in hand kunnen gaan, maar nooit volledig een zullen worden. Of dit een gemis is, is een tweede. Zolang beide kunstvormen elkaar blijven aanvullen en prikkelen en regisseurs bereid zijn beide terreinen te verkennen kan het, zoals het in het verleden al ettelijke malen heeft bewezen, nog tot vele mooie huwelijken komen.



1 Reactie

  1. Rik Niks

    Mooi stuk, en interessante vraagstelling of montage en camerabeweging inderdaad nodig is om drama op celluloid interessant te houden. Een van de imo meest geslaagde toneelverfilmingen vind ik zelf Glengarry Glen Ross. Ik dacht vanwege het acteerwerk en de dialogen, maar misschien heb je gelijk en is het belang van dergelijke basale filmtechnieken groter dan op het eerste oog lijkt. Voor een interessante film/toneel-symbiose kan ik je ook Looking for Richard aanraden, je misschien al bekend.


Reageer op dit artikel