‘Together we will live forever’
“The Fountain” (2006) als eclectische film in het licht van mythologie en religie

18 mei 2009 · · Analyse

In meerdere interviews geeft Darren Aronofsky zijn invulling van het filmregisseur-zijn bloot: ‘I have always described the way I make films very much as a tapestry maker, where I just sort of look out in the world and collect different threads and sow them together. […] For me the fun part is taking all the stuff I’m interested in, and weaving it together into something.’ Deze eclectische manier van films maken is duidelijk zichtbaar in zijn langdurige project The Fountain (2006), waarin delen van de Mayahistorie en -mythologie, het christendom, diverse mythes, archeologische thematiek, en zelfs verwijzingen naar David Bowie met elkaar verweven worden.

* Dit artikel bevat spoilers! *

Aan het begin van de zestiende eeuw viel het gebied van de Maya’s uiteen, en werd het na een lange strijd van bijna twee eeuwen volledig veroverd door de koloniserende Spanjaarden. In deze periode kunnen we de dimensie van de conquistador Tomas plaatsen (volgens de graphic novel: winter 1535), naast de actuele dimensie met neuro-onderzoeker Tommy Creo (winter 2005) en de futuristische dimensie met ‘star human’ Tom (winter 2463). De conquistador is door zijn koningin Isabel op pad gestuurd om de levensboom, de Tree of Life te vinden, maar een Mayaanse priester met een vlammend zwaard bewaakt de weg naar deze bijzondere boom.

Door koningin Isabel is de zoektocht naar de verloren piramide (waar de boom zou staan) in Mayaans gebied al gekoppeld aan het katholieke geloof van de Spanjaarden: ‘Our own Bible confirms it. In Genesis, there are two trees in the Garden of Eden – the Tree of Knowledge and the Tree of Life. When Adam and Eve disobeyed the Lord and ate from the Tree of Knowledge the Lord banned them from the garden and hid the Tree of Life.’ Met deze laatste zin verwijst zij naar de tekst die al aan het begin van de film in beeld verscheen: Genesis 3:24. Aronofsky zet deze koppeling van christendom en Mayacultuur voort in de figuur van de bewaker. Mayaans gekleed draagt hij een vlammend zwaard, dat refereert aan het laatste gedeelte van dezelfde passage uit Genesis, dat de koningin niet noemde: een cherubijn wordt geplaatst met de vlam van het wentelend zwaard om de weg naar de boom van het leven te bewaken. De koppeling gaat echter nog verder.

In het heilige boek van de Maya’s, de Popol Vuh, wordt beschreven hoe bepaalde goden uit de onderwereld – die net als in de film Xibalba wordt genoemd – bepaalde functies hebben. Zo hebben de Xibalbische goden ‘Wing’ en ‘Packstrap’ als domein de weg naar Xibalba toe, en als functie dat mensen of andere wezens daar een ‘sudden death’ moeten ondergaan. Zij moeten anderen aanvallen op nek en/of borst. Hieronder staat een afbeelding uit de Madrid Codex waar een Xibalbische god (rechts) een andere god (links) neersteekt op de weg naar Xibalba toe (aangegeven door de voetafdrukken). Deze afbeelding deed mij onmiddellijk denken aan de zelfopoffering van de bewaker, op het moment dat hij – na de divine intervention van Tom – heeft gezien dat Tomas de ‘First Father’, oftewel een god van Xibalba is. De bewaker erkent zijn ondergeschiktheid, en laat zich in zijn nek neersteken met de dolk (de dolk staat trouwens in de Mayamythologie symbool voor het opofferen).

Nadat de conquistador de Mayaanse priester/cherubijn gedood heeft, verkrijgt hij toegang tot de heilige plek waar de levensboom staat. Na het testen van de helende werking van diens sap, neemt hij het gretig tot zich, en vervolgens openbaart zich plotseling Xibalba aan hem. De levensboom fungeert als een axis mundi, een as van de wereld, en Aronofsky verwerkt dit thema wederom op een eclectische manier. In de Noorse mythologie verbindt de levensboom, daar Yggdrasil genoemd, de onderwereld met de aarde en die op haar beurt met de hemel. In The Fountain ontstaat zo’n verbinding, niet op de manier zoals het in de Scandinavische mytheverzameling Edda staat, maar zoals de Maya’s hemel en onderwereld zagen. Xibalba is namelijk een bijzondere plek: een stervende ster die zowel onderwereld als hemel is. Door te drinken van het sap van de levensboom, en – zonder zich daarvan bewust te zijn – zich op te offeren, laat de conquistador zich herboren worden, en daardoor ontstaat de verbinding tussen het aardse en Xibalba. We zien hier dus de Noorse axis mundi van de levensboom in een Mayaans jasje. Daarnaast wordt de Yggdrasil vaak afgebeeld als een boom met daaromheen een soort bolvorm, wat visueel als inspiratiebron kan hebben gediend voor de futuristische ecosphere die de boom en Tom omvat in het heelal.

Vervolgens wordt Tomas volledig plantaardig: bloemen groeien uit zijn buik en borst, komen uit zijn mond, totdat hij volledig een plant is geworden. Dit doet naast de terugkerende vruchtbaarheid van de opoffering in Popul Vuh denken aan een thematiek uit de archeologie, die sinds een artikel uit 1939 van Lady Raglan met de naam Green Man beschreven wordt. Een Green Man is een afbeelding van een mannengezicht dat omgeven wordt door planten en/of eruit bestaat. De openingen in het gezicht kunnen zo bloemen of fruit dragen. Aronofsky speelt met dit archeologische thema door Tomas extreem een Green Man te laten worden, totdat uiteindelijk het woord ‘Man’ weggelaten kan worden uit de beschrijving van zijn staat van zijn.

Aronofsky speelt ook met de namen van de personages: Tomas/Tommy Creo/Tom, waarmee hij een paradox creëert. Tomas doet denken aan de Bijbelse figuur Tomas, de (in eerste instantie) ongelovige, wat ook verklaart waarom alle drie de personages van Hugh Jackman zo sceptisch staan tegenover het bovennatuurlijke, of het niet begrijpen. De connotaties van ongeloof worden paradoxaal verweven met de achternaam ‘Creo’, dat Spaans is voor ‘ik geloof’.

En David Bowie? Toen Aronofsky aangaf beïnvloed te zijn door Bowie bij het maken van The Fountain, moest ik alleen denken aan ‘Space Oddity‘ en ‘Heroes [forever and ever]’. Blijkbaar zijn de namen van Jackmans personages een verwijzing naar Major Tom uit ‘Space Oddity’ en andere nummers, maar daarnaast zou het kunnen dat de woorden waarmee de film eindigt (‘Everything’s alright.’) een verwijzing zijn naar het gelijknamige nummer van Bowie. Daarnaast las ik in de tekst van ‘When I live my dream’ de volgende sfeervolle, ‘Fountainachtige’ passage:

‘Wish, and the storm will fade away
Wish again, and you will stand before me while the sky will paint an ouverture
And trees will play the rhythm of my dream

When I live my dream, please be there to meet me

Let me be the one to understand
When I live my dream, I’ll forget the hurt you gave
Then we can live in our new land’


Onderwerpen:


2 Reacties

  1. Fedor Ligthart

    Informatief en goed geschreven stuk, Alex. Alleen geven deze achtergronden mij niet meer voldoening in de film, en maakt het de indruk dat het concept interessanter/effectiever was geweest als bijvoorbeeld een Umberto Eco boek in al zijn intertekstualiteit.

  2. GarykPatton

    Hello, can you please post some more information on this topic? I would like to read more.


Reageer op dit artikel