Top 5 concertfilms

De concertfilm is een ondergeschoven kindje binnen het totale palet aan films. Misschien omdat de gefilmde artiest(en) nog veel meer dan bijvoorbeeld acteurs of actrices in speelfilms aantrekkingskracht uitoefenen op de kijker. Een dergelijke film kijk je in de eerste plaats voor de muzikale performance. Regisseurs dienen zich maar in dienst te stellen van de muzikanten, zodat van een memorabele filmische ervaring zelden gesproken kan worden. Dat het ook anders kan wordt bewezen door een vijftal films in het genre die ik hier zal bespreken. Omdat de scheidslijn concertfilm/documentaire vaak onduidelijk is heb ik als voorwaarde gesteld dat er een substantiële hoeveelheid concertfragmenten te zien moet zijn, uitgevoerd door de originele artiest(en). Musicals, of een muziekfilm als Walk The Line, kwalificeren derhalve niet.

The Last Waltz – Martin Scorsese – 1978
Het is vreemd een zo relatief jong ogende band als The Band het hier gedocumenteerde afscheidsconcert te zien spelen. Uit de interviews die de muziekflarden afwisselen komt echter het beeld naar voren van een groep mannen die tamelijk opgebrand is en het leven on the road naar eigen zeggen niet veel langer meer kon volhouden. Een waardig afscheid is het wel, met gastoptredens van grootheden als Neil Young, Muddy Waters, Van Morrison, Eric Clapton en Bob Dylan. Martin Scorsese werd er bijgetrokken voor de registratie: hij liet zich inspireren door de klassieke MGM-musicals en maakte een compleet draaiboek waarin elke camerabeweging vastgelegd werd. Deze benadering als was het een speelfilm maakt The Last Waltz tot een klassieker in het genre, maar eigenlijk is het ergens wel jammer dat de flow nooit vastgehouden wordt door de constante onderbreking van talking heads, die grossieren in anekdotes, maar zelden echt de diepte in gaan.

Monterey Pop – D.A. Pennebaker – 1968
Hét monument van de vrije jaren 60, Woodstock, vond plaats toen het tijdperk al bijna ten einde was. Een festival van vergelijkbare omvang vond plaats tijdens de Summer of Love (1967): Monterey Pop. De onbevangenheid, onderlinge verbondenheid en hoop die de tijdsgeest kleurde spat er vanaf in deze registratie van het festival, haar bezoekers en muzikanten. Natuurlijk opent de film met het eeuwige If You’re Going To San Francisco, maar in deze context werkt het, en even ga je mee in de dromen van de 200.000 bezoekers van het festival. Pennebaker’s concertregistraties zijn in alles het tegenbeeld van Scorsese’s draaiboek-methode, die ook helemaal niet zou passen bij zo’n ongedwongen evenement. Hij filmt rustig minutenlang een druk gesticulerende Otis Redding in tegenlicht, zodat de felle schijnwerper pal in de ogen van de kijker staat te flikkeren. Andere opnames hebben meer weg van Brakhage-collages dan van functionele registraties van musicerende muzikanten.

3. Stop Making Sense – Jonathan Demme – 1984
Stop Making Sense is een van de concertfilms die schatplichtig is aan Scorsese’s The Last Waltz. Ook Demme benaderde zijn concertregistratie van The Talking Heads als een speelfilm met een bedachtzame opbouw. Eveneens laat hij het publiek hooguit op de achtergrond zichtbaar; de focus ligt op de muzikanten en de kijker moet niet overladen worden met subjectieve sfeertekeningen. Anders dan Scorsese hinkt Demme niet op twee gedachtes en kiest hij enkel voor de concertregistratie zonder interviewonderbrekingen. Daarom wat mij betreft de betere van de twee, omdat je zo wél in de beleving van het concert geraakt. De regie is bovendien nog strakker, maar dat past ook beter bij een band als The Talking Heads dan The Band.

2. Dont Look Back – D.A. Pennebaker – 1967
Nogmaals Pennebaker, ditmaal geen ode aan Peace & Love, maar een stekelig portret van enfant terrible Bob Dylan. In Dont Look Back zijn de concertregistraties van minder belang, al is het aardig dat de achter-de-schermen-beelden een mooie indruk geven van de embryonale fase waarin de organisatie van popconcerten zich toen bevond. Centraal staat natuurlijk de Bob Dylan en dan vooral de scheidslijn tussen Dylan het publieke figuur en de persoon Dylan. We zien Dylan vanuit talloze perspectieven, in ontmoetingen met een breed scala aan personen, maar waar zien we de echte Dylan? Overigens waagde ook Martin Scorsese zich in 2005 aan een uitgebreid portret van dit ongrijpbare fenomeen.

1. Gimme Shelter - David & Albert Maysles – 1970
Het gitzwarte broertje van het fleurige Monterey Pop. Waar Monterey Pop het hoopvolle begin van het Love & Peace-tijdperk markeert, spatte de droom drie jaar later op Altamont Speedway uit elkaar. De onwaarschijnlijke combinatie van Hell’s Angels en hippies bij dit Rolling Stones-concert leverde totale chaos en vier doden op, maar is vooral een symbool geworden van het stuklopen van de hippie-idealen in deze cynische Nixon-jaren. De broers Maysles legden het allemaal vast en ook hier weer valt op hoe amateuristisch dergelijke massa-evenementen georganiseerd werden. Een document dat mij telkens weer melancholisch stemt; Gimme Shelter is het verslag van het einde van een tijdperk, toepasselijk eindigend met de verslagen aftocht van de honderdduizenden bezoekers in de ochtendgloren, onder de klanken van het titelnummer.

Forum
Op 29-01-09 om 15:55 #
Mooie lijst. Gimme Shelter vond ik een erg gave film, vooral omdat deze niet alleen gefixeerd is op de muziek, maar ook een opvallende gebeurtenis ontleed. Het is net zoveel een film over The Stones als over de gewelddadige uitbarstingen. The Band ben ik ooit een keer halverwege ingevallen, maar heb hem nog nooit helemaal gezien. Wat ik zag vond ik goed, en triggerde ook mijn voorliefde voor Dylan (en in mindere mate The Band).