Top 5: mode in films

Mode. Af en toe roep ik er iets over in mijn reviews van films, vaker althans dan het acteerwerk of de muziek, ook niet onbelangrijk, daarom vandaag maar eens een volledig artikel geweid aan deze bijzaak waar ik altijd met speciale belangstelling naar kijk. Naast het feit dat acteurs als Mastroianni, Kelly en McQueen hun cool voor een belangrijk deel ontlenen door hun vaak kenmerkende en treffend gekozen kostumering, kan goed toegepaste kostumering ook een sterke vertellende kracht hebben. 5 min of meer willekeurige films waarbij kostumering (m) het water in de mond doet lopen én functioneel ingezet wordt.

5. Fitzcarraldo (Werner Herzog – 1982)
Fitzcarraldo is natuurlijk geen film waarin haute couture hoogtij viert, dat is wel het laatste waar Werner Herzog’s hoofd naar zal staan. Toch is het kledingbeleid doordacht en heb ik de gehele film genoten van die gekke Kinski die in zijn hagelwitte pak de Amazone doorkruist. De drie knopen van het pak gaan zelden los, daarmee onberispelijkheid uitstralend in een omgeving die pure chaos is. Een air van beschaving, maar net zo misplaatst als de opera die hij in de wildernis wil bouwen. Het tandpastawit van het pak, de wilde blonde haardos; deze bizarre verschijning zou met elke omgeving contrasteren, maar tussen de indianenstammen zeker. Geen wonder dat ze hem voor een god aanzien…

4. Sleuth (Joseph L. Mankiewicz – 1972)
Geen modeoverzicht is compleet zonder de van tradities omgeven Britse couture aan te halen, en daarvan is Sleuth een mooie component. Laurence Oliver oogt als verstokt Britse adel in zijn tweed jasje, maar dan wel met het attribuut dat van iedereen op slag een dandy maakt, de choker. Hij veegt de vloer aan met Michael Caine (altijd goed gekleed, zie vooral ook Get Carter), wiens kleding, donkere blazer met pochet en grijze pantalon, volgens hem direct verraadt dat het geen echte Brit is. Inderdaad zijn zijn ouders Italiaans, en ja, Italiaanse mode is gestoeld op het uitdrukken van individualiteit, Britse mode op het benadrukken van samenhang met een bepaalde klasse. Voor Oliver dan ook een hard gelag dat zijn vrouw overgelopen is naar deze import-Brit, die in niets aan hemzelf herinnert. Prettig te zien dat Mankiewicz, die normaal gesproken nooit veel oog had voor de stilering, niet voorbij is gegaan aan de vertellende kracht van de kostumering.

3. Malcolm X (Spike Lee – 1992)
Als chroniqueur van het Afro Amerikaanse leven in de grote stad heeft Spike Lee vrijwel elk decennia vanaf WO II gedocumenteerd. Daardoor is zijn oeuvre tevens een staalkaart van veranderende smaken en elkaar opvolgende modetrends. Want voor dat laatste heeft de toch al precieze Lee een scherp oog. De kostumering van zijn contemporaine films put logischerwijs veelal uit de hiphop-cultuur, terwijl films als Mo’ Better Blues en Crooklyn (jaren 60 en 70) nostalgie ademen. Die eerste kent overigens een heerlijke jazz-chique, waarbij Spike Lee, zoals wel vaker, zichzelf de meest exuberante kledij toebedeelt. Malcolm X doet de mode van de jaren 40 tot leven komen, een tijdperk dat niet bepaald bekend staat om zijn hoogstaande couture. Al in het openingsshot zien we Spike Lee zich in een flamboyante zoot suite verplaatsen van de schoenpoetser naar de kapper die zijn haar moet gaan ontkroezen; stijl is alles voor Shorty en de latere Malcolm X. Het ontkroesde haar is dan wel de veelbesproken knieval naar blanken, de pakken geven op en top blijk van bewustzijn van de eigen cultuur. Dat doet gelijk de vraag opkomen waarom dergelijke kostumering nooit te zien is in de Hollywoodfilms uit die jaren, waar saaie degelijkheid regeert. Een essentieel deel van de Amerikaanse cultuur is in die tijd feitelijk genegeerd in Amerikaanse films.

2. American Gigolo (Paul Schrader – 1980)
Weinig films waarin kleding en karakter zo samensmelten als in American Gigolo. Kleren maken de man, dus gigolo Richard Gere ziet er om zakelijke redenen altijd piekfijn uit, maar geniet hij ook van die weelde? Doet hij het daarvoor? Zo vormt de garderobe, bestaande uit nonchalant te dragen hemden en pakken, de sleutel tot het personage. American Gigolo was de doorbraak van Gere (vrouwen zullen zich vooral het shot van Gere zónder kleding herinneren), maar tevens van Giorgio Armani. Strak, slank en nonchalant, een frisse wind na de jaren 70 met zijn vormloze pakken met brede revers en smoezelige hemden. Armani zou de filmwereld nog vaker verblijden met zijn diensten, waarbij The Untouchables ook een absoluut hoogtepunt is.

1. In The Mood For Love (Kar Wai Wong – 2000)
Zelden heeft kleding zo’n functionele invulling gekregen in een film als in In The Mood For Love. Sprongen in de tijd zijn zo subtiel dat ze vaak enkel aan de wisselende kleding waar te nemen zijn. Voor de oplettende kijker wordt zo het bijna wegvallen van de dimensie tijd op die manier duidelijk; deze mensen zullen nooit verder komen dan dit gedraai om elkaar heen. Altijd formeel gekleed, komen zeker bij Maggie Chung met haar tot de hals gesloten jurken, de onderdrukte hartstochten duidelijk tot uiting in de kleding. Aziaten lijken een goed pak altijd net wat beter te dragen dan Westerlingen, wat voor Tony Cheung zeker opgaat. Enigszins nostalgisch, roept direct herinneringen op aan de gestileerde Fellini’s en Antonioni’s van begin jaren 60.

Forum
Op 16-07-09 om 11:45 #
Mooi artikel over een vrij zelden besproken ondersproken onderwerp. De enige film die ik mis is American Gangster: de enige titel die ik me kan bedenken die het thema echt in het verhaal betrekt.
Op 16-07-09 om 19:21 #
Niet gezien, maar dan misschien toch maar eens opzoeken. Bedankt voor de tip!