David Leans zwart/wit-jaren (1/2)
28-04-2010 | Rik Niks | Beschouwing
Regie: David Lean

Tuurlijk, ook in het geval van een Fellini, Godard of Rossellini kun je in het oeuvre een vrij duidelijke lijn trekken waar de filmmakers een andere richting insloegen. Maar bij David Lean kun je bijna spreken van twee verschillende regisseurs. De bekendste is die van de in velerlei opzicht overweldigende epen die tientallen Oscars opleverden: The Bridge on the River Kwai, Lawrence of Arabia en Doctor Zhivago en het minder succesvolle Ryan’s Daughter en A Passage to India. Voor die tijd, van begin jaren 40 tot midden jaren 50, was Lean echter de man van de ingetogen, intieme dramafilms. Liever zwart/wit dan flamboyant gekleurd en liever spelend in een smoezelige Engelse industriestad dan op uitgestrekte woestijnvlaktes. Uit die periode kunnen Brief Encounter en de twee Dickens-verfilmingen Great Expectations en Oliver Twist bij liefhebbers rekenen op waardering, voor het overige is het (kwantitatief rijkere) aanbod uit deze periode tamelijk in de vergetelheid geraakt. De kiem voor het grootschaliger werk is in deze films moeilijk te ontwaren, maar het vormt bijna een oeuvre op zich, dat ik aan de hand van enkele begrippen zal bespreken.
Klassen en standen
Dat klassenverschillen nog tot ver in de 20e eeuw het maatschappelijke leven in Groot-Brittannië bepaalden is iets wat meer dan eens blijkt uit de films van David Lean. In vrijwel elke film, komedie of drama, historisch of contemporain, is het onderdeel van de dilemma’s waar de personages mee worstelen. Lean belicht de verschillen verre van eenzijdig: de balans in aandacht voor de lagere, midden en hogere klasse is nagenoeg gelijk. Wat opvalt is dat we twee typen personages tegenkomen: zij die opklimmen naar een hogere klasse en zij die de afweging moeten maken te breken met dit denken in klassen. Die laatste groep komen we tegen in bijna alle romantische drama’s, waarover later meer. De eerstgenoemden zien we terug in The Sound Barrier, waarin een piloot de dochter van een gefortuneerde vliegtuigenbouwer trouwt, en Great Expectations, waarin Pip from rags to riches gaat, maar het allemaal een zeepbel blijkt.
Dat de films van Lean mij een aantal keer herinnerden aan het melodrama van Douglas Sirk komt niet door deze letterlijke verbeelding van klassenonderscheid, maar zit hem vooral in het bewustzijn van de personages van de milieus waarin ze leven. Uitgesloten worden van het eigen milieu, de eigen klasse, is een steeds terugkerende angst voor de vrouwen in Sirks films, en dat is ook wat het handelen van Leans personages veelvuldig bepaalt. En dat geldt net zo goed voor de upperclass in The Passionate Friends als de werkende klasse in This Happy Breed. Die laatsten weggestopt in een 13 in het dozijn huis in een 13 in het dozijn wijk; een façade van gelijkmatigheid die bij mij direct de herinnering aan de white picket fences uit Amerikaans drama van later jaren opriep.
Groot-Brittannië rond WO II
Wanneer de focus op romantische strubbelingen ligt, dan ligt de focus ook volledig daarop. Maar in een aantal van Leans andere drama’s krijgen we ook een indruk van het Groot-Brittannië rond de Tweede Wereldoorlog. Het samen met Noel Coward geregisseerde In Which We Serve is Leans enige oorlogsfilm uit deze tijd, maar het is opvallend hoe afwezig de oorlog verder eigenlijk is in deze films. Interessant is This Happy Breed, uit 1944. Het verhaal begint precies na WO I en eindigt vlak voor WO II, en mede door de identieke wijze waarop de begin- en eindscène zijn opgenomen, wordt duidelijk dat dit geen film over de nasleep van WO I is, maar een film over de toekomst: de tijd na WO II. Gaat men leren van de fouten die gemaakt zijn? Een nogal politieke film voor Leans doen, met een aantal sterke dialogen omtrent de verhouding burger-overheid en de rol van de werkverschaffende industrie in de samenleving.
Een andere film met het vizier op de toekomst is The Sound Barrier, waarin testpiloten de geluidsbarrière trachten te doorbreken. Een film à la The Right Stuff, die eenzelfde soort vertrouwen in technologie en de toekomst uitstraalt. Er zijn wat ideologische disputen over de prijs die betaald moet worden voor deze vooruitgang: wat krijgen we terug voor de verongelukte piloten? 2 uur eerder in New York te zijn…
De cast
Grote regisseurs hebben grote acteurs en actrices waar ze onlosmakelijk mee verbonden zijn. Voor David Lean is dat zonder twijfel Alec Guiness, die zijn eerste 2 filmrollen aan hem te danken had. Na de vroege films Great Expectations en Oliver Twist volgden nog rollen in 4 van de 5 films uit Leans epische jaren. In Great Expectations (de springerige Herbert Pocket) en Oliver Twist (onherkenbaar als Fagin) zijn het excentrieke bijrollen die in het oog lopen; een categorie waar Lean verder weinig beroep op doet. Charles Laughton in Hobson’s Choice is natuurlijk een grote naam, en een van de weinige acteurs waarbij je het idee hebt dat er meer Laughton dan Lean zit in de rol. Voor het overige zijn het vooral dienstbare en inmiddels vergeten acteurs en actrices die we tegen komen. O.a. twee actrices waar Lean mee getrouwd was, Kay Walsh en later Ann Todd. Die laatste speelde tot drie keer toe de getormenteerde geliefde, de ene keer (The Passionate Friends) overtuigender dan de andere (Madeleine). Het is het type personage dat veelvuldig opduikt in Leans films, en van wiens acteren veel afhangt voor de dramatische overtuigingskracht. Het zwaartepunt ligt sowieso bij actrices, zoals dat later in Leans carrière bij mannen kwam te liggen. Maar geconcludeerd moet worden dat, uitzonderingen daargelaten, de vrouwen net wat te kort komen om de lastige rollen optimaal in te vullen. Nieuwsgierig ben ik dan ook naar de film die ik nog niet gezien heb: Summertime, met Katherine Hepburn. Zij vertegenwoordigt immers het type vrouw en actrice dat zich aan het andere eind van het spectrum bevindt.
Volgende week beschouw ik nog enkele aspecten van Leans vroege werk.

Forum