De engste scènes
Een persoonlijk verslag van de Salon Indien crew

Elke filmliefhebber heeft zich weleens verschrikt, geschokt of zelfs bang gevoeld tijdens het kijken van een film. Soms brengen films nare gevoelens en stemmingen naar boven brengen, die in tegenstelling tot situaties op leven en dood echter niet leiden tot een vecht- of vluchtrespons. Hoewel de angst bij het filmkijken geen nare gevolgen heeft, kan de impact desalniettemin erg groot zijn. Niet alleen de horrorfilm confronteert ons met angst, zelfs de avonturenfilm of animaties gericht op kinderen kunnen scènes bevatten die ons diep van binnen ontregelen, zo diep dat we er weken, zo niet jaren later nog huiverig aan terugdenken. Haast iedereen heeft wel zo’n ervaring met het fenomeen van de ‘engste scène’. Op Salon Indien besloten wij onze engste scènes op een rijtje te zetten. Maar schuw niet om te reageren, want we lezen ook graag jullie ervaringen!

Theo koos Lost Highway
Sommige films zijn met moeite horror te noemen. Ze zitten ergens op het schemergebied tussen genres en voldoen niet volledig aan de conventies van het horrorgenre. Een van die films is Lost Highway, een film die ergens het midden houdt tussen mysterie, horror, thriller en psychologisch drama. Toch zit in deze film wat mij betreft één van de engste scènes in de filmgeschiedenis. Het is niet omdat er iets schokkends gebeurt, zelfs niet iets gewelddadigs. Het is de ongrijpbaarheid van deze scène, het onverwachte en onveilige wat zo onzeker maakt.

Hoofdpersoon Fred is op een feestje. Een mysterieuze lijkwitte man met zwartomrande ogen zonder wenkbrauwen komt op hem aflopen: “We’ve met before haven’t we?”. Fred ontkent en vraagt waar hij de man ontmoet zou moeten hebben. “At your house, don’t you remember?”. Fred onkent wederom. “As a matter of fact, i’m there right now”. Fred vraagt wat de man bedoelt. De mysterieuze man legt uit dat hij op dit moment bij Fred thuis is en dat als hij het niet gelooft hij maar even een belletje moet doen. Fred belt en hoort het volgende aan de andere kant van de lijn: “I told you I was here”. Wanneer Fred verbaasd, boos en angstig vraagt hoe de beste man dat doet en wat hij in zijn huis doet, krijgt hij het antwoord: “You’ve invited me. It is not my custom to go were i’m not wanted”. Fred vraagt wie de man is en krijgt alleen maniakaal gelach op het rekest.

Het is de vanzelfsprekendheid waarmee de scène gefilmd is die het zo eng maakt. Geen muziek, geen manipulatief camerawerk, geen emotionele hoempapa, geen uitleg. Slechts de acteurs en de dialoog. De onzekerheid van wat voor functie dit gesprek heeft en het gebrek aan simpele antwoorden maken deze scène tot een ware nachtmerrie. De onaardse kwaliteiten van de man maken de angst des te groter. Is de man een symbool, een demon, een alter ego, de belichaming van een negatieve emotie, een gestoorde crimineel, een hallucinatie of een alien misschien? Wat het ook is, het is “schijt-in-de-broek-en-maak-hysterische-geluiden”-eng.

Rik koos Enter the Void
‘Eng’, een ruim begrip, en ‘engste’ zo mogelijk nog moeilijker te definiëren. Een geslaagd eng moment maakt mijn inziens, al is het kortstondig, een primaire reactie uit het onderbewuste los; schrikken alleen, of horror alleen, is niet voldoende. Een goed voorbeeld is een driemaal herhaalde scène in Enter the Void: die waarin aan een gezapig meanderende beeldenstroom bruut een einde komt wanneer een gezinnetje met de auto een frontale botsing tegen een truck maakt. Het is én een schrikmoment door de abrupte breuk met de voorgaande beeldopeenvolgingen met sussende muziek én appelleert aan een dieper angstgevoel bij de kijker. Dat laatste is slechts een fractie van een seconde, maar bij ieder die wel eens een ongeluk gehad heeft dringt zich even dat gevoel op van vlak voor een botsing. De onvermijdelijkheid van het aanstaande, het verlies aan controle. Daarom is het zo sterk dat het ongeval in een smalle tunnel plaatsvindt om dat gevoel te accentueren. Zelfs een moment later in de film, als ze in een lege tunnel rijden, borrelt dat nare gevoel weer op.

Erwan koos Repulsion
Zoals Rik al terecht opmerkte is er niet een alles omvattende omschrijving van het woord ‘eng’. Dit is niet anders in het medium film. Want wat is nu een intens enge scène? Eentje waarin de spanning zo lang wordt uitgemeten dat het bijna ondraaglijk wordt zoals in Scream 2 wanneer Sydney uit een politiewagen probeert te ontsnappen en daarbij over de gemaskerde moordenaar heen moet klauteren? Of is ultiem eng wanneer er spanning wordt gekoppeld aan geweld en een intense soundtrack zoals tijdens vrijwel iedere moordpartij in Suspiria? Of is het een onverwacht en heftig schrikmoment zoals tijdens de climax van Twentynine Palms? Allen vind ik ze extreem eng en allen zijn ze uitstekend uitgevoerd, maar ik ga voor dit moment voor een subtielere scène.

Halverwege Roman Polanski’s vroege meesterwerk Repulsion is er een geweldige scène die me nog altijd de haren recht overeind doen laten staan. Het begint met een schrikeffect wanneer Carole ( een ijzige Catherine Deneuve) het licht aandoet en er spontaan een kraak in de muur ontstaat. Als ze vervolgens haar bed induikt horen we zacht doch hoorbaar voetstappen in de gang terwijl ze alleen thuis is. Vanuit de zijdeur, die overigens lijkt te zijn gebarricadeerd met een kast, werkt een man zich naar binnen en verkracht Carole. We horen niks behalve de klok en zo nu en dan een zucht van angst bij de vrouw in nood. De scène eindigt abrupt met wederom een schrikmoment, namelijk een telefoon die afgaat.

Het ijzersterke van deze scène is dat het allemaal in Carole’s hoofd gebeurt, een morbide fantasie die haar seksuele onschuld en vrees duidelijk verbeeldt. Nog sterker is wellicht, en een punt dat iedereen wel eens gekend heeft, het feit dat de scène zich afspeelt in het veilige domein van je eigen bed. Hoe vaak hebben we als kind wel niet onder ons bed gekeken of er monsters onder lagen om vervolgens het veilige gevoel van je eigen bed te ondervinden. Deze barrière doorbreekt Polanski met verve en het is mede daarom dat zelfs na talloze keren deze minuten van Repulsion de term eng eer aan doen.

Kaj koos Twin Peaks
De engste scène? Ik wist het meteen toen de vraag gesteld werd. Ik dacht meteen aan een scène uit Twin Peaks, de serie van David Lynch. Een scène die ik vaak had gezien, meende ik, en die elke keer weer eng was. Tenminste, zo herinnerde ik me het. Toen ik de scène op mijn DVD ging opzoeken, kon ik ‘m helemaal niet vinden. Althans, niet op de manier zoals ik mij herinnerde. Het desbetreffende fragment is een scène waarin de moeder van Laura Palmer op een dromerige manier terugdenkt aan de ochtend dat ze haar dochter in haar kamer zocht terwijl Laura elders ‘wrapped in plastic’ lag. In deze herinnering ziet ze opeens een gestalte in de kamer van haar dochter, verborgen achter het bed. De nachtmerrie-achtige doch simpele manier waarop Lynch deze herinnering uitbeeld joeg mij de eerste keer dat ik dit zag de stuipen op het lijf. En daarna nog vele malen, dacht ik. Deze scène zit echter alleen in de Europese pilotaflevering, die ik ooit op VHS zag toen ik de serie met vrienden keek door telkens een band uit de videotheek te lenen. Deze pilot is echter nooit op DVD uitgebracht, en dat is toch de drager waarop ik de serie later telkens keek. Kennelijk was de ervaring van die ene keer zo sterk dat in mijn herinnering ik hem veel vaker had meegemaakt. In tegenstelling tot Sarah Palmer, die pas in haar herinnering iets zag dat haar toen ze het werkelijk meemaakte niet opviel.

Christiaan koos Watership Down
Zoals met alle indrukken, zijn ook de ‘engste scènes’ waarschijnlijk het indrukwekkendst op het moment dat je als mens nog in een vormende fase bent; als kind. Op dat moment – je bent een jaar of vijf, de wereld is nog enkel pais en vree – denken ouders je te plezieren met een moralistisch verantwoorde film over donzige konijnen, Watership Down. Een slechte keuze, want de film is gruwelijker dan menig film voor volwassenen. De ogenschijnlijk schattige tekenfilm-konijntjes leggen bij bosjes het loodje, voorzien van het nodige (on-screen) bloederige geweld.

Toch zijn het niet die scènes die zich bij mij in het geheugen griften. De scène die dat wel deed, geldt als voorbode van het vreselijke bloedvergieten dat komen gaat. In de vorm van een visioen waarin de schaduw van de nacht een groen veld bloedrood kleurt, wordt aangegeven dat het gedaan is met de rust van de gezellig knagende vriendjes. Het gevoel van angst dat op het bewuste moment bij de jeugdige kijker als een koude rilling over de rug siddert maakt dermate indruk dat het waarschijnlijk vele psychiatrische patiënten tot gevolg heeft gehad. Die koude rilling bleek, tot mijn eigen verbazing, ook bij een herziening plaats te vinden. De bizarre hoeveelheid ‘gore’ in een kinderfilm mag dan schokkend zijn, maar het onbehaaglijke effect dat de film vanaf de bewuste scène met zich meedraagt is zowel mijn eerste als engste ervaring met enge scènes. Niks geen slap effectbejag, maar simpelweg de illusie van iets ergs dat komen gaat, bracht bij mij als kind een diepgaand gevoel van angst teweeg.

Bram koos Jurassic Park
De twee kinderen in het park irriteerden me absoluut niet. Ik was immers net zo oud als het jochie. Voor mij was het eerder een soort stap in de wereld waar zij in zaten. Ik werd dat jochie. Ik had die oudere zus. Ik hield van die opa met dat vreemde park vol dinosauriërs. Totdat het mis ging. En hoe.

Ik kende de enge posters in onze videotheek. Ik had een soort haat-liefde verhouding met de schappen links achterin het pand. Enerzijds wou ik gruwelen van die rare hoofden en enge creaturen. Anderzijds wist ik dat ik nachtmerries zou krijgen en dat ik veel te jong was om überhaupt naar die videobanden te mogen kijken. Ik had dus nog nooit een echte enge film gezien.

Toen het misging in dat park vol dino’s werd een dikke man, die ik af en toe voorbij zag komen in een televisieserie met onzichtbaar gelach op momenten dat ik niet lachte, verblind door een kleine dino met kraag, moest een vrouw een donker gebouw in om de schakelaar aan te zetten en werd zelfs de jager overdag belaagd door een raptor. De dikke man zat eindelijk in de auto, maar had vergeten de andere deur dicht te doen. De vrouw zette de schakelaars aan, maar kreeg een afgekloven hand op haar schouder en moest vluchten voor een raptor. De jager had een raptor onder vuur, maar hij had de raptor naast hem niet gezien. Voor het eerst zag ik de echte terror van een film. Maar dit alles was slechts een opbouw naar de keukenscène.

Het jochie waar ik mij zo mee identificeerde en zijn zusje vluchtten na het zien van een raptor de keuken in. Echter zijn raptors slimmer dan ik dacht en zag ik vol afgrijzen hoe een van hen de deur naar de keuken opende. Wat volgde was een dubbel kat-en-muis-spel waarin de muis niets anders kon doen dan sluipen, stil zijn en bidden. Ik geloof nog steeds dat ik na het zien van die scène mijn onschuld ben kwijtgeraakt, want vanaf toen had ik enge dromen over raptors en zocht ik op elke plek een vluchtroute in het geval er een raptor de hoek om zou komen. Later werden raptors vervangen door zombies en angst door interesse, maar de vluchtroutes en worst-case scenarios bleven.

Ricardo koos Irréversible
Ik heb een probleem met horror. Het genre boezemt me namelijk geen angst in. Spannend, absoluut, maar mijn nekharen gaan eigenlijk nooit recht overeind staan bij afgehakte ledematen, slachtingen of achtervolgingen door Jason/Michael/Freddy. Vroeger wel. Sterker nog, Scream durfde ik nooit verder dan een dooie Drew Barrymore te kijken. Hoe die draai kan? Ik ben bang dat het zelfs bij horror steeds lastiger wordt om niet op filmische kwaliteiten te gaan letten. Mijn aandacht wordt eerder getrokken door een inventief script, interessante metaforen of prachtige ouderwetse make-up, dan door een verlangen mij helemaal het laplazarus te schrikken.

Mijn ‘engste’ scene is dan ook niet rechtstreeks uit een typische horrorfilm, maar uit Caspar Noé’s bekendste film, Irreversible. De inmiddels beruchte verkrachtingsscene liet een aantal jaar geleden, toen ik de film zag, een onuitwisbare indruk achter. Ik was misschien halverwege mijn pubertijd, een wereldvreemd mannetje, ook nog eens onbekend met het plot van Irréversible op het moment dat ik de dvd in de speler stopte. Aan het begin van de betreffende scene, was ik nog weinig onder de indruk. Immers, dit soort situaties in film waren mij niet geheel vreemd. Na een aantal minuten begon ik me ongemakkelijk te voelen, bijna schuldig en machteloos, omdat het camerastandpunt een voyeuristisch gevoel opriep. Dat gevoel sprong al snel over naar afgrijzen en pure angst toen er maar geen eind kwam aan de verkrachting en mishandeling. Tien minuten lang, in een onafgebroken take, bleek uiteindelijk, waarbij de camera ook nog eens extreem dichtbij kwam. Het was niet zozeer het brute, maar het realisme, het confronterende, waarmee Noé deze bruutheid filmde, waarom ik tot op de dag van vandaag Irréversible nog altijd niet heb durven herkijken.


Onderwerpen: ,


3 Reacties

  1. Tony Montana

    @ Kaj
    De Europese Pilot van Twin Peaks in ook op dvd uitgebracht: te vinden op de eerst disc van “Twin Peaks- The Definitive Gold Box Edition”

  2. Jasper Rietman

    Ik herinner me wel een scene in Twin Peaks waarin de moeder van Laura wordt ondervraagd, plotseling Killer Bob ziet zitten achter een bankstel en hysterisch begint te gillen. Is dit een andere scene? want deze scene zit gewoon in aflevering 1 of 2.

  3. Ludo

    Watership Down zou ook een van mijn keuzes kunnen zijn, vond ‘m als kind al eng en toen ik ‘m later nog eens keek belde er tijdens de film iemand op die meldde dat een bekende was overleden….!

    andere optie: Le Trou, het einde brrrrr.


Reageer op dit artikel