De sfeervolle en suggestieve horror van Jacques Tourneur

05-08-2010 | Erwan Ticheler | Beschouwing
Regie:

Filmmaker Jacques Tourneur, een geboren Fransman, maakte in de jaren ’40 en ’50 een reeks aan hele behoorlijke genrefilms in Engeland en de Verenigde Staten. Meest bekend om zijn veelgeprezen film noir exponent Out of the Past uit 1947 met Robert Mitchum en een jonge Kirk Douglas, regisseerde Tourneur ook drie horrorfilms die nu worden gezien als kleine klassiekers. In dit artikel bespreek ik de typische methodes die Tourneur in deze films toepaste en de invloed die deze drie titels hebben gehad op latere horror.

Cat People uit 1942 is wellicht de meest bekende van de drie, misschien nog wel het meest vanwege het feit dat de film in 1982 een remake kende van Paul Schrader met de frêle Nastassja Kinski en de toen al schutterende Malcolm McDowell. Vergeet die veel te expliciete film echter. Wat Cat People, en ook de andere twee Tourneur horrors zo fascinerend eng en invloedrijk maakt is juist wat je niet ziet. In Cat People is de Servische Irena al dan niet vervloekt door een legende uit haar vroegere dorp waarbij ze ervan overtuigt is dat intimiteit met een man haar doet veranderen in een panter.

Op zijn best is Cat People tijdens de momenten dat de film suggereert dat Irena is veranderd in een panter en haar prooi stalkt, in dit geval een vrouw die heimelijk verliefd is op Irena’s naar fysiek genot hunkerende man. Een nachtelijke achtervolging door lege straten en een magistraal gemonteerde scène in een verlaten indoor zwembad, het zijn twee hoogtepunten uit, wellicht, het gehele horror genre; des te meer omdat de kijker geen gevaar te zien krijgt, maar het enkel wordt gesuggereerd. Sterk gebruik van schaduwen, een visueel wapen dat in de film noir uitbundig werd gebruikt zoals ook in Out of the Past, waarbij de kijker veelal kat-vormige schaduwen voorgeschoteld krijgt, zorgt voor een nog meer dreigende sfeer. En ondanks dat de film in extremis toch een soort waarheid voorlegt, blijf je als kijker gedeeltelijk in het ongewisse of Irena nou bovennatuurlijk is of niet. Cat People is een klein meesterwerk in suggestieve horror, want wat is er nou enger dan iets niet zien terwijl je dat zo graag zou willen?

Van I Walked with a Zombie (1943) zeggen velen dat het helemaal geen horror is. Maar dat is in de veronderstelling dat horror expliciet eng of schokkend dient te zijn. Afgehakte ledematen en tergend lange achtervolgingen waarbij de moordenaar zienderogen dichterbij komt; het kan ook anders. Net als in Cat People is de suggestie een belangrijk element. Het is ook een film van zijn tijd, want ja dit is een zombiefilm en, nee het zijn geen vleesetende en lelijk uitziende gevaren. Net als in White Zombie, de “eerste” zombiefilm uit de filmgeschiedenis, wordt de zombie, de ondode, direct gekoppeld aan slavernij, exotische eilanden en voodoo. De (mogelijke) zombie in Tourneurs film is de tragische Jessica die na echtelijke ruzies en familie-gekibbel is veranderd in een persoon zonder levenslust die niet kan praten.

I Walked with a Zombie kent een hoog gehalte aan romantische dramatiek en zeer spaarzame momenten van horror, maar die subtiele lijn waarop de film balanceert maakt het juist zo unheimlich. Net als in Cat People zien we het gevaar, als dat er überhaupt al is, niet en wordt er via schaduwgebruik een enge sfeer gecreëerd. En net als in Cat People zijn de engste momenten vrijwel geruisloos, de muziek valt weg en de natuurlijke stilte heerst: een ingenieuze zet die bijvoorbeeld Dario Argento jaren later ook met groot succes zou toepassen. De tijdloze tegenstelling van rationeel denken tegenover het bovennatuurlijke, in welke vorm dan ook, wordt in I Walked with a Zombie piekfijn uitgespeeld zodra tegen het einde een wetenschapper (die denkt dat Jessica ernstig ziek is) en de schoonmoeder van Jessica (die overtuigt is van de ondode situatie waarin Jessica verkeert na een mislukte voodoo ceremonie) tegenover elkaar staan en er geen eenduidig antwoord wordt gegeven. Het is overigens pikant dat in beide films de titel een bovennatuurlijke uitleg suggereert, maar daar valt het woord suggestie niet toevallig weer.

De derde en enige Britse horrorfilm in deze reeks is het fantastische Night of the Demon (1957), met afstand de meest expliciete van de drie, al is de ruimte voor zichtbare terreur wederom uitermate minimaal van aard. Wetenschapper John Holden bindt in de film de strijd aan met satanist Julian Karswell en wanneer Julian het lot van John lijkt te bezegelen met een magische spreuk heeft John nog maar enkele dagen te leven totdat de demon hem komt ophalen. Wederom dus een strijd tussen rationalisme en het bovennatuurlijke, al komt ditmaal de demon tweemaal spectaculair en enigszins gedateerd vol in beeld en laat Tourneur ons hier aldus minder in dubio. Toch is dit ook echt weer een typische Tourneur horror.

De angst voor het onbekende wordt hier niet belichaamd door een buitenlands fenomeen zoals de Servische Irena of de voodoo groepering in I Walked with a Zombie, maar door een buitenaardse en superieur ogende tegenstander in de vorm van Satan. Er is weer het genereuze schaduwgebruik, zeker wanneer John ‘s nachts door een bos wandelt en een eerste dreigende situatie met de demon moet ondergaan. Zoals hierboven al vermeld is er ook de strijd tussen de wetenschap en het niet tastbare waarbij er, dat moet gezegd, in deze film voor een minder ambigu einde wordt gekozen.

De duivelsaanbidding van Night of the Demon brengt me op de valreep toch nog tot het heden. In deze tijd van groteske effecten en veelal misplaatste goorheid gekoppeld aan het weigeren van ambiguïteit zag ik tijdens het afgelopen Amsterdam Fantastic Film Festival het hoopvolle The House of the Devil van Ti West, een film waar Bram Ruiter eerder al kort over schreef. West lijkt de lessen van Tourneur goed tot zich te hebben genomen met het trage tempo, het weglaten van muziek tijdens spannende momenten en het vooral niet tonen van het gevaar. In ieder geval tot de dan juist zo effectieve slotakte. Beide heren snappen heel goed hoe horror pas echt eng kan zijn: less is more!



Reageer op dit artikel