




Dinner For Schmucks (2010)
01-09-2010 | Bram Ruiter | Recensie
Regie: Jay Roach

Guitig geanimeerde tekstjes vertellen ons wie de film heeft gemaakt, terwijl we door de camera worden meegevoerd langs een op schaal gemaakt parkje dat door twee lichaamloze handen wordt aangevuld met opgezette en aangeklede muisjes. Elk beeld introduceert een nieuw stukje van het park en elke keer betreft het een jongensmuisje en een meisjesmuisje. De strakke kadrering, het zoetsappigste der zoetsappige popliedjes en de over de top kleuren suggereren dat we te maken hebben met een indiefilm à la Juno of Napoleon Dynamite. Heck, de intro had uit een Jared Hess-film kunnen komen mits de teksten ook fysiek in het parkje waren aangebracht. Echter, door de duur van de sequentie werd een soort tolerantie opgebouwd. Als publiek kregen we de tijd ons te fascineren voor dit schouwspel en door in elk stukje park een grapje te plaatsen introduceert regisseur Jay Roach ons tot het moraal van de film. We lachen niet om de idioot die zich hiermee bezighoudt, maar om de grapjes in zijn werk.
Dan begint de film. Allereerst ontmoeten we Tim, de door Paul Rudd gespeelde modest man. Hij werkt in een gezichtsloze firma zoals dit soort personages altijd in gezichtsloze firma’s werken. Ook heeft hij zojuist een toekomstige klant weten te strikken, iets dat eigenlijk volledig buiten zijn kunnen staat. De klant is namelijk enorm veel waard en Tim blijkt een hele sterke businessman te zijn wiens positie te laag is voor zijn kunnen. Na een assertief optreden in de vergaderruimte en het introduceren van zijn plan wordt Tim uitgenodigd om op een speciaal etentje van zijn baas te komen, waar hij en zijn ondergeschikten allerhande idioten uitnodigen. Tijdens dat etentje tonen zij aan elkaar de idioot en wordt er een winnaar uitgeroepen. Tim’s vriendin is erop tegen. Tim kampt zelf ook een beetje met de morele kwestie die erbij komt kijken, totdat Barry (Steve Carrell) zichzelf voor de auto gooit en Tim dit ziet als een teken van god. Barry is namelijk de eigenaar van de lichaamloze handen van de titelsequentie alsmede een tornado van destructie.
Na deze redelijk conventionele serie ‘establishing scenes’ lijkt de film volledig te ontsporen. Zoals alle sterke screwball komedies – Dinner For Schmucks is screwball in hart en nieren – gaat alles van kwaad tot erger, maar er was iets binnen dit proces dat begon te lijken op pure anarchie. Dit is te danken aan het personage van Steve Carrell en de snelheid waarin hij – tot grote ergernis van Tim – situaties weet te laten escaleren. In eén van de eerste scènes waarin Barry als destructieveling aan de gang gaat (natuurlijk zonder dit zelf door te hebben) weet hij Tim’s rug te pijnigen, een manische stalker Tim’s adres te geven, de al fragiele relatie tussen vriendin en Tim volledig te laten verzanden en Tim te laten geloven dat zijn vriendin een ander heeft. Tijdens deze ravage ranselt hij Tim’s appartement volledig af. Hoewel Jay Roach voor deze enorme gebeurtenissen flink de tijd neemt – vooral om de fantastische chemie tussen Rudd en Carrell volledig te benutten – weet hij ons nooit echt te vervelen met de situatie. Van elke nieuwe handeling weet Carrell wel weer iets desastreus te maken en zodoende lachen wij niet om hem, maar met hem. Als dan (in mijn geval vlak voor de pauze) een mythisch belastingfiguur wordt geïntroduceerd – een rol van niemand minder dan Zach Galifianakis – spatten de vonken van het scherm. Galifianakis speelt een compromisloos nare man waarvan we niets weten en tevens niets kunnen volgen. Rudd is (zoals in elke scène) de emotie van het publiek maar weet dit (zoals in elke scène) te doen met furore en Carrell laat zich meeslepen in de vaagheid van Galifianakis. Het is het topje van de ijsberg. De kers op de slagroom.

Dan, in de tweede helft, moet film zijn hart tonen om het verwarde publiek enigszins houvast te geven, naar mijn mening de doodsteek van de tot nu toe geslaagde film. Nou heb ik er geen problemen mee dat een bepaalde mate van drama de komedie overneemt, maar door de ontspoorde eerste helft is Roach genoodzaakt alle conventionele hartverwarmertjes in de tweede helft te gooien. Dit zorgt voor een overkill aan emotionele momenten en tast tevens de grapdichtheid aan. Vooral het diner met de idioten vond ik vrij matig uitgevoerd. Wederom zien we Galifianakis, Rudd en Carrell in een ruimte, maar door het uitlichten van de relatie tussen de eerst- en laatstgenoemde verdwijnt er hetgeen de vorige scène zo goed maakte: de compromisloze narigheid. Dan werken we langzaam naar het moraal toe dat ons vol jengelende violen en sprankelende ogen nog eens duidelijk gemaakt moet worden. We moeten niet om de idioot lachen, maar met hem.
Dinner For Schmucks wordt door deze tweedeling een tegenvallende komedie. Roach is overduidelijk een vakman, want zelfs binnen de tweede helft wist hij enkele keren mijn hart te pakken. Maar het gros van mijn positieve reacties komt door het spel van Carrell en Rudd, die het wederom voor elkaar krijgen om mij te laten rollebollen over de met popcorn bezaaide bioscoopvloer. Het was alleen jammer dat de rest om mij heen in een haast constante staat van verwarring heerste.

Forum
Op 01-09-10 om 20:07 #
Ik was inderdaad ook de enige die hardop lachte in de toch wel volle zaal. Zal wel een bepaald soort absurditeit zijn dat niet iedereen ligt. Overigens verbaas ik me er wel over dat je het melancholische Fool on the Hill van the Beatles schaart onder zoetsappige popliedjes.
Op 01-09-10 om 22:53 #
Zelf vond ik de film in het eerste gedeelte inderdaad geslaagd.
Maar vond dat de film de fout maakte door ons eerst te laten lachen barry, om ons vervolgens het gevoel te willen geven dat we medelijden met hem moeten hebben.
Daardoor toch een minder gevoel bij deze film.
Op 02-09-10 om 15:53 #
Het is een remake trouwens, van Le dîner de cons. Was ook wel leuk, niet geweldig, maar toch wel smakelijk om gelachen. Alleen daar werken ze alleen toe naar het grote diner (je ziet slechts de voorbereiding) en zien we eigenlijk maar één idioot, François Pignon (alle idioten in Veber’s films heten François Pignon). Verder een groot aantal scènes letterlijk overgenomen, alleen in een iets andere setting.