Elephant (1989)
De koelbloedige dood

14 december 2010 · · Kritiek

F Vorige week trapten we de serie Brief Encounters af met de subtiele en minder subtiele horrorfilm Cutting Moments, en omdat we de smaak van geweld in een dagelijkse context te pakken kregen, behandelen we deze week Alan Clarkes Elephant (1989). Dit is een bijzonder tijdsdocument dat onder andere de inspiratie vormde voor Gus van Sants gelijknamige versie uit 2003. ‘There is an elephant in the room’ luidt de uitdrukking waaraan de titel is afgeleid. Er was in de jaren tachtig van Noord-Ierland namelijk iets gaande waar mensen niet om heen konden gaan en dit toch deden. Dit is de reden waarom Clarke op minimalistische wijze de confrontatie via het medium film opzocht. Dus beste lezer, klik op de link en kijk hoelang het duurt tot jij de geweldscyclus wilt doorbreken en hieronder verder kan lezen.

H Klaarblijkelijk had Clarke een specifiek sociaal commentaar op de explosie aan geweld in Noord-Ierland voor ogen, waar men collectief de ogen sloot voor het onrecht dat aan de orde van de dag was. Toch drong de boodschap tijdens het kijken van de film maar niet door tot m’n botte, ja zelfs verdorven kop, want het had eigenlijk een volkomen averechts effect. Waar de film door de herhaling van de moorden tot een steeds ongemakkelijker gevoel zou moeten leiden, werd ik eigenlijk meer en meer verrukt. Alles werd zo afstandelijk mogelijk gepresenteerd: dialoog is er haast niet, net als bloed, de moordenaars en slachtoffers zijn inwisselbaar als de pest en op de close-ups van de lijken na passeren er alleen long shots de revue. De moorden zijn doelmatig uitgevoerd, de een nog koelbloediger dan de ander. In plaats van afgrijzen en walging stak bij mij vooral het verrassingselement de kop op: hoe (effectief) wordt de volgende moord uitgevoerd? De afloop van de achttien scenes was op voorhand bekend, maar als in een first person shooter-game bleef de anticipatie op de volgende kill intact. Zeker omdat Clarke z’n camera zo mooi laat glijden langs de ruggen van de grauwe butterfaces, was ik vooral gefascineerd door het vormexperiment. Wel tot op zekere hoogte, want na de zevende moord werd het trucje erg afgezaagd en verlangde ik vurig naar het einde. Hield jij er ook zo’n morbide genoegen op na, of sneed de beoogde kritiek van Clarke meer hout in je beleving?

F Ik denk niet dat ik de beleving van het kijken heb gevonden in een afgestompte beleving van geweld, noch in het feit dat de kille afrekeningen me uiteindelijk wisten te beroeren. Een derde uitkomst die jij noemt, doet hierbij zijn kop opsteken: een vorm van onverschilligheid. Het is waarschijnlijk ook deze beleving die Alan Clarke wil overbrengen. Je kunt je afvragen: waarom blijven we naar iets kijken waarvan de uitkomst keer op keer bekend is? Is het idee achter zijn herhalingsoefening wellicht dat we als kijker onze onverschilligheid moeten doorbreken door de kijkervaring bewust – uit walging – af te breken? Zijn opzet snijdt echter aan twee kanten: zoals jij beschrijft, verschuift de anticipatie door de vorm van de structuur; de uitkomst wordt minder interessant dan de uitvoering. Alan Clarke wist natuurlijk ook niet dat geweld via een first person shooter-perspectief meer normaal en minder schokkend is geworden via media en games in de afgelopen twintig jaar. Anderzijds kan met terugwerkende kracht op deze manier Elephant ook als een kritiek worden gezien tegenover deze aangeworven houding. Maar ligt deze nu in de beelden van de media of in onze dagelijkse werkelijkheid? De stijl en aanpak van Clarke kent namelijk ook zijn keerzijde: doordat de personages hier volledig ontdaan zijn van enige context, zoals motivatie en emoties, wil de film ook niet meer oproepen dan de kille koelbloedigheid die het uitstraalt – de kijkervaring zal hierdoor niet zozeer door walging, maar eerder door verveling worden afgebroken. Doordat Gus van Sants Elephant bijvoorbeeld wel de nodige achtergrond en invulling geeft, komt zijn versie dichter bij een alledaagse beleving van geweld dan die van Alan Clarke. Hoewel Clarkes versie wellicht stilistisch sterk is door zijn dwingende manier van filmen, is inhoudelijk zijn standpunt te eenduidig, en wellicht dus ook achterhaald?

H Dus hoe je ook in het project stapt, Clarke snijdt zich onherroepelijk in z’n eigen vingers. Of het nu aan walging ligt of aan onverschilligheid, een filmmaker zal nooit vrolijk worden van de gedachte dat meer dan de helft van de kijkers nog voor het einde besloot er de brui aan te geven. Dan kan sociale bewustwording nog zo erg je nobele streven zijn, de film zelf is in dit perspectief faliekant mislukt. Of niet? Omdat de verrukking in mijn geval ook langzaamaan plaats mocht maken voor verveling, ben ik het ook met je eens dat van Sants interpretatie van het geweld zonder motief een stuk beter is uitgewerkt. Omdat daar de karakters (be)grijpbaar waren en in een herkenbare context waren geplaatst, en Clarkes versie bleef steken in een vlakke game-ervaring, is deze laatste zeker de mindere van de twee. Je vraagt jezelf af waar toch de neiging van sommige filmmakers vandaan komt om iets zo lang te rekken voordat ze met zekerheid durven zeggen ‘dit is het punt dat ik wil maken!’ Soms is dit functioneel, zoals bij de lichtsequenties in Enter the Void (2009) of de langzame zoom in Wavelength (1967), maar vaak genoeg roept het alleen frustratie en verveling op, zoals bij de lengte van de shots in Satantango (1994). Alan Clarkes Elephant valt in de laatste categorie. En al zou het maar vijf minuten duren, dan nog bleef het punt steken in het luchtledige. Hoe langer ik er over nadenk – een mislukt project!

F Deze argumenten kan ik alleen maar beamen, maar ik moet tegelijk stellen dat hoe functioneel een bepaalde stijlgreep of structuuropbouw werkt, dit natuurlijk ook onderhevig is aan hoe de kijker deze persoonlijk beleeft. Het is namelijk goed voor te stellen dat voor de ene kijker Clarkes film een schokkender ervaring is dan voor de ander. Deze ervaring zal waarschijnlijk moeilijker te beargumenteren of te verklaren zijn wanneer een film meer neigt naar avant-garde, en hoewel Elephant daar niet geheel onder valt, schuurt hij er door zijn aanpak wel tegen aan. Het is waarschijnlijk in welke mate je aan deze vorm van cinema gewend bent, die bepaalt hoezeer je gegrepen zal worden door de beelden. Voor ons was dit effect afwezig. Ja, je kunt Clarkes project dus mislukt noemen, maar tegelijk vertelt het nog steeds iets over hoe geweld kan functioneren in een maatschappij, en des te belangrijker hoe wij daar als kijker op reageren. De historische waarde is derhalve interessanter dan de stilistische waarde. En daarom zeg ik dat deze film juist fascinerend is door zijn mislukking; doordat de tijdgeest hem achterhaald heeft.

Brief Encounters keert over twee weken weer terug!


Onderwerpen: , , , ,


2 Reacties

  1. Erwan

    Een mislukt project zou ik het zeker niet noemen, een bijzonder tijdsdocument zoals Fedor aangaf in de introductie zeker wel. Dit is typisch zo’n geval van een film die je denk ik destijds hebt moeten zien om het echt te kunnen waarderen en te beroeren. Een bijkomend punt is dat “the troubles” hier in Nederland nooit echt groot nieuws is geweest maar ik geloof dat het voor Britten en Ieren destijds een flinke klap in het gezicht zal zijn geweest gezien de koelbloedige, bijna gewennende moordpartijen.

    Een fascinerend punt vond ik dat er gekozen is voor zowel moorden ‘s nachts als overdag en de totale leegte rondom de aanslagen wat de troosteloze en onveilige situatie enkel benadrukt. En op het punt wat Henk als eerste aanhaalt, de nieuwsgierigheid, had ik een soortgelijk naar gevoel. Ik was benieuwd wie de dader zou zijn bij sommige moorden en hoe lang het uitgesteld zou worden met als ‘hoogtpunten’ het voetbalveld en de laatste moord.

  2. theodoor

    Ik ben het grotendeels met jullie eens. Als Clarke inderdaad wou focussen op de zinloosheid en herhaling van het geweld, dan had hij minder vaak gebruik moeten maken van het verrassingseffect. Juist door enkele scènes er in te stoppen waarbij de moordenaar niet degene blijkt te zijn die je verwacht, of de moordscènes soms ondraaglijk lang te rekken tot de boel in elkaar klapt snijdt hij zichzelf in de vingers. Je wordt hierdoor heen en weer geslingerd tussen Clarke’s vermeende bedoeling (“wat is het toch naar, wat is het toch kut, geweld blijft bestaan en herhaalt zich en is geestdodend en we gaan onnoemlijk naar de klote”) en Henk zijn reactie (“ooh, wat een onverwachte kill! BOOM HEADSHOT”)


Reageer op dit artikel