Engelen of duivels?
Top 5: kinderen in film

“And… no, it’s not dangerous to confuse children with angels!” roept de getraumatiseerde Donnie Smith in Magnolia nog alvorens kotsend te bezwijken aan de rand van de wc-pot. Opvoeding is een van de vele thema’s die de revue passeren, en met een diabolische vaderfiguur als Rick Spector, bijna engelachtige Stanley Spector en emotioneel onvolgroeide Donnie Smith is de suggestie die in deze opmerking ligt duidelijk. Maar wat is het toch dat wanneer ik in mijn gedachten terugdenk aan films met kinderen in de hoofdrol, er vooral schijnbaar willekeurig ontspoorde etterbakken in me opkomen? Met als uitschieter het katten martellende, met mes zijn pleegouders terroriserende potentaatje uit Pialats L’Enfance Nue. Verder denkend ontstaat al een genuanceerder beeld. Soms is de onvolgroeide medemens een wandelend symbool (neem Die Blechtrommel), soms zijn het de ogen waardoor we de grotenmensenwereld anders bezien (To Kill a Mockingbird, Fanny & Alexander), en tja, soms zijn ze zo hartverscheurend schattig en onschuldig dat ze compleet op de zenuwen werken… (Budha Collapsed out of Shame). Tijd voor een top 5: vijf films (drama) met 1 of meerdere kinderen in de hoofdrol. Niet noodzakelijkerwijs 5 jeugdfilms (!).

5. Les Quatre Cents Coups (François Truffaut – 1959)
De moeder aller ‘kinderfilms’ wist mij eerlijk gezegd pas bij herkijk te boeien, en dan eerder door de stroom aan kleurrijke episodes en de charismatische Jean-Pierre Léaud, dan vanwege de kijk op opgroeiende jeugd. À la Steven Spielberg neemt jeugd een belangrijke plaats in in het werk van Truffaut. In het steeds terugkerende personage Antoine Doinel reflecteerde Truffaut eigen trekjes en liet jeugdherinneringen tot leven komen. Of zoals hij hetzelfde stelde: Antoine Doinel is een mix van twee mensen, Jean-Pierre Léaud en François Truffaut. Les Quatre Cents Coups is deels autobiografisch, wat het een persoonlijke film maakt, maar paradoxaal genoeg ook een tikje afstandelijk. Als sociale studie is het teveel op de hand van Doinel, die vooral gedupeerd wordt door de mensen die hem op zouden moeten voeden. En de zweem van nostalgie die door de film waart roept niet altijd eenzelfde warm gevoel bij de kijker op als het dat bij de maker zelf zal doen.

4. Waar Staat het Huis van mijn Vriend? (Abbas Kiarostami – 1987)
Als er één land is waar kinderen stelselmatig gecast worden voor hoofdrollen is het wel Iran, lijkt het. Van Kiarostami naar Panahi en Hana Makhmalbaf, die niet zo lang geleden volop draaide in Nederlandse filmhuizen met het urgente Budha Collapsed out of Shame. Het zal wellicht iets te maken hebben met de onbevangenheid en onschuld van de jongste generatie, afgezet tegen een cultureel cq. religieus gestaalde oudere generatie die tot enige flexibiliteit niet meer in staat is. Het meest innemende voorbeeld van de spaarzame films die ik zelf gezien heb is Waar Staat het Huis van mijn Vriend?. Hierin een jongetje dat zijn klasgenootje z’n schrift wil teruggeven, omdat deze anders van school wordt getrapt. Probleem: hij weet niet waar het klasgenootje woont. Daarvoor heeft hij de mensen nodig die hij onderweg tegenkomt, en de ontmoetingen die dat oplevert illustreren vooral het wederzijdse onbegrip. Een aandoenlijk werkje, maar erg hoopgevend is het allemaal niet.

3. Kes (Ken Loach – 1968)
De film kort samenvattend doet al snel het beeld rijzen van een sentimentele tranentrekker: armlastig joch zonder vader maar met vooral afwezige moeder is op school buitenstaander, maar vindt troost in het op verlaten weilanden africhten van een torenvalk. Als uitloper van het Britse kitchen sink realism is het echter vooral geïnteresseerd in de maatschappelijke betekenis van de uitzichtloze ellende waarin Billy verkeert reeds lang voor hij volwassen is. Van de voetbaltraining tot het gesprek met de loopbaanbegeleider, en van de donderpreek van het schoolhoofd tot het machtsvertoon van Billy’s broer is duidelijk dat de mensen onderaan de sociale ladder in een mal geperst worden waaraan het moeilijk ontsnappen is. De mooiste scène van de film is die waarin Billy opleeft als hij voor de klas vertelt over het valkenieren. Pas dan wordt hij met andere ogen bezien en krijgt een individualiteit die zijn omgeving niet zag. Of niet wilde zien. Een pleidooi voor een andere kijk op de in een deplorabele staat verkerende Britse onderklasse.

2. The Fallen Idol (Carol Reed – 1948)
Het psychologische verschil tussen jongeren en volwassenen is zelden zo op de voorgrond gesteld als in The Fallen Idol. Dit effect wordt bereikt door een kind in een positie te plaatsen waarin het doortrapt en gecalculeerd als een volwassene verondersteld wordt op te treden. Philippe heeft puzzelstukjes in handen in een moordzaak die zijn persoonlijke idool, de butler van zijn ouders, wel of niet vrij zouden pleiten. In het complexe netwerk aan leugens en halve waarheden dat de volwassenen om hem spannen is het hem echter onmogelijk zijn handelen te bepalen. Wat volgt is een gaandeweg afglijden in immoraliteit, en zit de spanning hem in de vraag hoe jeugdige naïviteit al of niet in de weg zit deze ingewikkelde problematiek tot een goed einde te brengen. Ook visueel vanuit het perspectief van Philippe verteld, maar met scherp oog voor de frictie tussen de belevingswerelden van kinderen en volwassenen.

1. Au Revoir les Enfants (Louis Malle – 1987)
De 2e Wereldoorlog bezien door de ogen van 2 kostschoolgangers. Verzeild geraakt in iets wat hun totaal boven het hoofd groeit, maar waarin hun acties vergaande gevolgen kunnen hebben. Zoiets simpels als een verkeerde blik op het verkeerde moment kan vernietigend zijn. Opvallend genoeg leidt het kinderperspectief niet tot simplificatie en scherpe grenzen van wat goed en kwaad is (en is daardoor bij uitstek geen jeugdfilm). Duitsers brengen verdwaalde jongens braaf thuis of wijzen Franse collaborateurs die een Jood op willen pakken terecht. Behalve de gewichtige oorlogsthematiek is Au Revoir les Enfants ook gewoon een film over opgroeiende jongens; rivalen die zich in een harde omgeving voortdurend sterker moeten voorwenden dan ze werkelijk zijn. Juist de momenten waarop zwaktes erkend worden vormen de personages en laten warmte in de film die verder een bepaald ongeromantiseerd beeld van opgroeien laat zien.

Forum
Op 12-06-10 om 13:27 #
Ik zou aan dit lijstje Cria cuervos van Carlos Saura willen toevoegen: een portret van het meisje Ana en haar verlies. Niet alleen een ongeromantiseerd beeld van de kindergeest, maar ook een verhaal over de onzekerheid die komt kijken bij het overkomen van verlies. Ondanks al het realisme van Cria cuervos zit deze film vol met inkijkjes van verborgen werelden waar onze geest onze meester is, waar wellicht trauma’s verzamelt en herschikt woden. Ik ben dan ook nooit zeker of ik kijk naar wat Ana ziet of wat Ana mij laat zien. Evenals in Fanny and Alexander zijn kinderfantasieen in deze film niet alleen licht en hoopgevend, ze bevroeden ook al de zwaarte die eerder aan onze volwassen versies wordt toegekend.
Op 12-06-10 om 13:48 #
De Jeugd van Ivan…
Op 15-06-10 om 15:42 #
Cria Cuervos is een goeie ja, net als El Espíritu de la Colmena ook met de kleine Ana Torrent.