Het oeuvre van Martin Scorsese (1/4)
Het mindere werk
11-02-2010 | Kaj van Zoelen | Beschouwing, Het oeuvre van Martin Scorsese
Regie: Martin Scorsese

Op 18 februari wordt de nieuwste film van Martin Marcantonio Luciano Scorsese , Shutter Island, in Nederland uitgebracht. Zijn 35ste alweer, als je al zijn werk meerekent. Voor mij aanleiding om eens een blik terug te werpen op zijn omvangrijke oeuvre in een serie artikelen. In de komende weken rangschik ik al zijn werk, van zijn minste naar zijn beste films, in brede categorieën opgedeeld. Desalniettemin geldt: hoe lager in het artikel, hoe meer ik de film waardeer. Ik zal de reeks afsluiten met een recensie van Shutter Island, inclusief een overweging waar deze in de rangschikking moet staan naar mijn smaak. Deze week bespreek ik:
De mindere films van Scorsese
Ik gebruik bewust het woord ‘mindere’, en niet ‘minste’, omdat zelf in zijn minst geslaagde werk ik nog wel iets interessants heb gezien. Écht slechte films heeft hij in mijn ogen dan ook nooit gemaakt – er valt altijd wel iets in te verdedigen. Goed wil ik de films die ik hieronder behandel echter ook weer niet noemen. Het is niet alsof Scorsese alleen maar goede films heeft gemaakt. Howard Hawks zei ooit dat goede films “drie goede scènes en geen slechte scènes” hebben, en helaas kan ik dat, ondanks soms heel goede scènes, niet van de onderstaande titels zeggen.
It’s Not Just You, Murray! (1964) is een korte film van een kwartier, Scorsese tweede ooit. Helaas stelt het nog weinig voor, en is het eigenlijk een beetje saai. Murray wordt nooit echt interessant. Het enige leuke gedeelte is een soort van actiescène waarin de politie Murray’s illegale brouwerij binnenvalt. Een voorbode op hoe Marty later popmuziek zal gaan gebruiken, en op de regelmatig terugkerende misdadigers in hoofdrollen. Die tegelijk ook vooral outsiders zijn.
Het jaar daarvoor maakte Scorsese het iets leukere What’s a Nice Girl Like You Doing in a Place Like This? (1963). Vooral de conclusie is vermakelijk, en de obsessiviteit van de protagonist zullen we nog veel vaker zien. En de lengte van negen minuten maakt deze eersteling nog te slikken, want bijzonder is het nou ook weer niet.
Het enige bijzondere aan Bad (1987) is het laatste shot. De rest is tien minuten aankleding met vijf minuten videoclip. Michael Jackson als buitenstaander (daar hebben we hem weer) in de getto kan ik nog hebben, en Wesley Snipes in een vroege rol als zijn plaaggeest is een goede casting, maar dat Jackson bewijst aan zijn vrienden dat hij best “bad” en “down” is door te gaan dansen met een grote groep back-updansers is belachelijk. Maar die laatste eenzame, verloren blik suggereert dat Jackson dit weet, dat hij nooit (meer) kan behoren tot de zwarte gemeenschap, die maakte het nog net de moeite waard.

Shine A Light (2008), een concertregistratie van de Rolling Stones, laat zich dan vooral kenmerken door niet opmerkelijk of speciaal te zijn. Zeker, de cameravoering is fantastisch, maar de interviews uit het archief tussendoor voegen weinig toe en breken vooral de sfeer op. Puur als een concertregistratie is het goed gemaakt, maar van Marty verwacht ik meer dan degelijkheid. Deze is vooral voor de fans van de Stones, vrees ik. Niet dat ik niet van de muziek genoten heb, ondanks dat de Stones ver over hun hoogtepunt heen zijn, maar ik wilde meer.
Boxcar Bertha (1972), de tweede lange speelfilm, maakte Scorsese in opdracht van Roger Corman. Marty nam de opdracht aan omdat hij na zijn debuut geen project van de grond kon krijgen. De film was oorspronkelijk bedoeld als snelle, gewelddadige exploitatie. Scorsese is echter meer bezig met sfeer, stemming en karakter dan met actie en het geweld is eerder confronterend dan leuk om naar te kijken. Het verhaal over de bandieten Bertha en Big Bill Shelley was bedacht als goedkoop jatwerk van Bonnie & Clyde, maar Scorsese laat zijn groeiende talent af en toe zien. Zowel zijn kenmerkende stijl als (katholieke) beeldspraak komen naar voren in de ontsnapping in het midden van de film en de bizarre kruisiging aan het einde.
The Key to Reserva (2007) is een geinige korte ode aan Hitchcock waarin Scorsese’s liefde voor film, de meester van de suspense en restauratie van oude (en/of vergeten) films goed te zien is. Maar laten we er niet meer dan dat van maken.

The Big Shave (1967) is Marty’s derde en laatste korte film voordat hij lange speelfilms ging maken. Het is de kortste en interessantste van de drie. Het enige dat we zien is een jongeman die zich scheert. Nadat hij zich geschoren heeft, blijft hij echter doorgaan totdat het bloed van zijn gezicht stroomt. Waarom hij dit doet komen we nooit te weten. Juist vanwege dit mysterie fascineert dit filmpje. Voor zes minuten althans.
New York Stories (1989) bestaat uit drie segmenten. Scorsese opent de film met zijn deel, dan volgt Coppola en Allen sluit af. Afhankelijk van wie je spreekt is het eerste of het laatste gedeelte het beste, maar aan Coppola’s aandeel worden gewoonlijk weinig woorden vuil gemaakt. Persoonlijk prefereer ik denk ik dat van Allen, waar ik nog wel om heb kunnen lachen. Scorsese’s segment, “Life Lessons”, deed mij weinig. Het verhaal over de kunstenaar en zijn jonge minnares die hem verlaat is opzich goed uitgewerkt in de tijd die beschikbaar is, maar ik heb toch het gevoel dat dit gegeven langer had uitgewerkt moeten worden om écht interessant te worden. Nu blijft het toch wat vlak. Niet onaardig, maar ook niet bepaald goed.
Italianamerican (1974) is Scorsese eerste documentaire, over zijn ouders. Of eigenlijk over de verhalen die zij vertellen over hoe het was om als immigrant op te groeien in New York (échte New York Stories!). Ze zijn niet altijd even interessant helaas, maar vaak genoeg om de film aangenaam te maken. Een aardig tussendoortje, maar veel om het lijf heeft het niet. Wel de enige film die ik uit mijn hoofd kan bedenken met een recept voor pastasaus op de aftiteling.

The Color of Money (1986) is een soort van vervolg op The Hustler. Poolspeler “Fast Eddie” Felson is 25 jaar ouder en nu probeert hij een jonge hond om te vormen van ongeleid projectiel tot gehaaide poolkampioen. Scorsese filmt de poolscènes met flair, maar de rest van de film mist zijn gebruikelijke energie en ziet er voor zijn doen nogal gewoontjes uit. Het is dan ook eerder Paul Newmans spel dan Scorsese’s regie die de film nog het aanzien waard maken. Misschien wel zijn meest commerciële film.
Cape Fear (1991), een remake van de gelijknamige film uit 1962, komt echter ook in die buurt. Scorsese kon zijn passieproject The Last Temptation of Christ alleen van de grond krijgen als hij Universal beloofde daarna voor hen een commerciële film te maken, en dat werd deze. Robert De Niro is goed op dreef als psychopaat Max Cady en hij heeft een aantal sterke scènes met een jonge Juliette Lewis. Het einde is nogal over de top en staat in mijn herinnering uit het niets bol van de katholieke symboliek. Maar het is misschien te lang geleden dat ik de film zag, want verder weet ik er weinig meer van en is het de enige film in deze rangschikking waarbij ik niet zeker over de plaatsing ben.
Volgende week: de goede films van Scorsese
Daarna volgen nog ‘de betere films’ en ten slotte ‘de meesterwerken’. Waarna een recensie van Shutter Island.

Forum
Op 11-02-10 om 12:49 #
Ik ben het met je eens over The Big Shave en ItalianAmerican, maar Cape Fear zou bij mij toch wel bij de goede films terecht komen.
Op 11-02-10 om 13:18 #
Heb nog lang niet alles gezien maar ik ga hier zeker van genieten.
Op 11-02-10 om 16:35 #
Leuk, leuk! Ik ben geen groot liefhebber van shorts, maar moet zeggen dat ik The Key to Reserva één van de leukste vond. Maar wat wil je ook als je een-na-favoriete regisseur een verloren scene van je favoriete regisseur verfilmt.
Op 12-02-10 om 02:25 #
Cape Fear zou bij mij ook zoals Theo bij de goede films terecht komen. Verder komen onze smaken wel overeen :-) The Color of Money vind ik denk ik Scorseses minste titel.
Op 16-02-10 om 16:58 #
Overigens vraag ik me sterk af waarom je je zo verbaasd over de vele katholieke symbolen in Cape Fears einde. Deze zijn door de gehele film aanwezig, hell, het eerste wat we van Max Cady zien is zijn rug met een gigantisch kruis erop en een cel vol met plaatjes van maria….
Op 16-02-10 om 22:13 #
poeh ik was even bang hier After Hours aan te treffen (zo’n beetje mijn favoriete film aller tijden)
het origineel van Cape Fear is zoveel spannender en ranziger dat Scorsese daarin echt afgaat als een gieter. The Color of Money vind ik dan wel weer aardig.
Op 17-02-10 om 00:29 #
Ha, vanwege Rosanna Arquette zeker? Nee, dat is een plaatje uit New York Stories.
Op 17-02-10 om 10:10 #
ah die NY Stories wel ooit gezien, maar zelfs vergeten dat Arquette daarin zat. die meerdere films in 1 films zijn bijna altijd slecht (zo ook toen) al is die episode van Coppola wel lekker weelderig (maar inhoudelijk 0)